Wetenschap - 15 december 2009

Biodiversiteitsverdrag bedreigt biologische bestrijding

De geïntegreerde gewasbescherming, waarbij plaaginsecten worden bestreden met hun natuurlijke vijanden, wordt ernstig belemmerd door het internationale biodiversiteitverdrag. Dat stelt de Wageningse entomoloog Joop van Lenteren samen met internationale collega’s deze maand in het vakblad BioControl.

Het biodiversiteitsverdrag regelt dat landen soevereine rechten hebben over hun genetische bronnen. Als derden zo’n bron willen gebruiken, moet het land daar een vergoeding voor ontvangen: Access and Benefit Sharing. Dat geldt ook voor natuurlijke vijanden van plaaginsecten. Geregeld komen plaaginsecten per ongeluk in een ander land terecht, waar geen natuurlijke vijanden van die plaag aanwezig zijn. Gewasbeschermers willen zo’n natuurlijke vijand dan onderzoeken en importeren, maar dat stuit op de nieuwe regelgeving. ‘Landen in Latijns-Amerika en Afrika willen gewoon geld zien voor elk organisme dat het land uitgaat’, zegt Van Lenteren. De onderzoekers noemen verschillende concrete voorbeelden.
Zo hebben mangotelers in Afrika momenteel veel last van een invasieve fruitvlieg uit Sri Lanca. De fruitvlieg tast hun oogst aan. Bovendien ligt de export van de mango’s nu stil om verdere verspreiding van de vlieg te voorkomen. Dat scheelt de mangotelers 42 miljoen dollar aan inkomsten per jaar. Onderzoekers willen de natuurlijke vijand van de fruitvlieg in Sri Lanca onderzoeken sinds 2007, maar hebben nog geen toestemming gekregen van de Sri Lancaanse overheid.
Een tweede voorbeeld gaat om een mineervlieg uit de Andes, die de aardappeloogst in Peru aantastte, resistent werd tegen insecticiden en rond 1990 per ongeluk in Europa en Israel terecht kwam. Onderzoekers willen de natuurlijke vijand van deze mineervlieg onderzoeken. Maar Peru staat niet toe dat de parasiet het land uit gaat en er is niemand in Peru die de interactie tussen vlieg en parasiet onderzoekt. Dus gebeurt er nu niets.
Waar het misgaat, schrijven de onderzoekers, is dat de kosten en baten van geïntegreerde gewasbescherming heel lastig zijn toe te delen. Vaak zijn het verschillende partijen die in onderzoek en toepassing van geïntegreerde gewasbescherming investeren, die het gebruiken en die er voordeel van hebben. Vaak betaalt een overheid of ontwikkelingsorganisatie het onderzoek en wordt er geen winst gemaakt. Daarom pleiten de onderzoekers voor non-monetary benefit sharing, ofwel afspraken met gesloten beurzen waarbij wordt samengewerkt met onderzoekers uit het land van herkomst. Zo kan de opgedane kennis ook lokaal worden toegepast..
 

Re:ageer