Wetenschap - 1 januari 1970

Biodiversiteit blijft afnemen

Als het beleid niet verandert daalt in 2050 de biodiversiteit tot 63 procent van de situatie enkele eeuwen geleden. Vooral grote, lang levende planten en dieren worden bedreigd. Internationale handelsliberalisatie en armoedebestrijding zullen de biodiversiteit zelfs nog verder verslechteren.

Dit sombere toekomstscenario staat in de tweede Global Biodiversity Outlook, waarin een internationale groep onderzoekers de effecten analyseert van zes beleidsmaatregelen tegen verlies van biodiversiteit. Het rapport is opgesteld voor het achtste biodiversiteitscongres (COP8) van verdragslanden, dat van 20 tot 31 maart in het Braziliaanse Curitiba wordt gehouden. Onderzoekers van het Milieu- en natuur planbureau (MNP) en het Landbouw economisch instituut (LEI) hebben een belangrijke inbreng gehad in het rapport.
In vergelijking met de afgelopen eeuwen is de mondiale biodiversiteit volgens het rapport in het jaar peiljaar 2000 al afgenomen tot 70 procent. Een verdere daling met zeven procent in de komende vijftig jaar lijkt weinig, maar de opstellers waarschuwen dat het vooral gaat om voor iedereen zichtbare biodiversiteit: om grote planten en dieren die veel ruimte nodig hebben, lang leven en zich langzaam voortplanten. De resterende biodiversiteit in 2050 ‘ligt voor een groot deel in onherbergzame, soortenarme gebieden’, stelt het rapport.
De afname heeft vooral te maken met de verwachte bevolkingsgroei en gemiddelde inkomensstijging. Dit leidt tot meer uitstoot van broeikasgassen, een toenemende vraag naar voedsel en hout, meer wegen en huizen, meer versnippering en meer vervuiling. De noodzakelijke stijging van de agrarische productiviteit is enerzijds een bedreiging voor de biodiversiteit, maar de onderzoekers denken anderzijds dat een ‘efficiëntere voedselproductie cruciaal is om het toekomstige biodiversiteitverlies zoveel mogelijk te beperken.’
Handelsliberalisatie leidt naar verwachting niet tot een efficiëntere productie van voedsel, maar juist tot een manier van produceren waarvoor meer ruimte nodig is. De onderzoekers voorzien dat ongeveer twintig procent van de Europese en Noord-Amerikaanse landbouw naar Afrika en Zuid-Amerika verschuiven. In combinatie met armoedebestrijding leidt dit bijvoorbeeld in Afrika tot een stijging van het landbouwareaal met tien procent. Dit gaat in ieder geval tot 2050 ten koste van de natuur op dit continent.
Om op lange termijn het verlies aan biodiversiteit te beperken is armoedebestrijding wel belangrijk. Het verminderen van vleesconsumptie en een doeltreffende natuurbescherming remt het wereldwijde biodiversiteitverlies slechts beperkt af. Zo betekent bescherming van gebieden vrijwel onherroepelijk dat de menselijke activiteiten en de gevolgen daarvan zich verplaatsen naar andere gebieden.
Het verlies van biodiversiteit moet volgens het rapport niet verward worden met het compleet uitsterven van soorten. ‘Dat is slechts het laatste stapje in het verschralingsproces.’ We zullen vooral moeten leren leven met het gegeven dat ecosystemen steeds meer op elkaar gaan lijken. / GvM

Re:ageer