Wetenschap - 23 november 2011

Biodiesel uit schimmel nog lastig

De schimmel Umbelopsis isabellina slaat vet op in zijn cellen die we kunnen gebruiken als biodiesel. Alleen produceert hij nog onvoldoende schimmelolie op plantaardig afval als voedingsstof, wat promovenda Petra Meeuwse ook probeerde.

biodiesel-pump.jpg
We kunnen inmiddels biodiesel maken uit palmolie, koolzaadolie en frituurvet, maar de zoektocht naar duurzame bronnen gaat onverminderd door. Meeuwse keek of je schimmels, die op plantaardig afval groeien, dieselolie kunt laten maken. Daarvoor moet je de omstandigheden in vaste stoffermentatie (bijvoorbeeld een composthoop) of in vloeistoffermentatie (een reactorvat) wel naar je hand zetten. Schimmels gebruiken koolstof en stikstof om te groeien en koolstof om in leven te blijven. Als je de schimmel veel koolstof en weinig stikstof voorzet, kan hij de energie niet omzetten in groei en slaat hij de overtollige energie op als olie. Op die manier wilde Meeuwse zoveel mogelijk schimmelolie produceren.
Na een test welke schimmel het beste voedingstoffen kon omzetten in energie, kwam ze uit op de schimmel Umbelopsis isabellina. Daarna testte ze deze schimmel op bietenpulp, maar ze ontdekte dat hij maar 5 procent van de bietenpulp omzette in vet. Uit de literatuur was al bekend dat de schimmels beter presteren op suikers in een reactorvat. Dat bleek ook toen Meeuwse de schimmel in een vat met glucose en stikstofzouten ging kweken. Toen maakte de schimmel zoveel vet dat zijn gewicht verdubbelde. Met modellen die ze uit deze experimenten ontwikkelde, bleek dat in een reactorvat 19 kilo biodiesel uit 100 kilo bietenpulp te maken is. ‘Nog steeds niet echt veel, maar best redelijk voor een eerste poging.'
Aan de hand van dezelfde modellen kon ze uitrekenen hoeveel biodiesel de ideale schimmel zou kunnen maken: 25 a 30 kilo per 100 kilo grondstof. Met zo'n superschimmel kun je vijf keer zoveel energie produceren dan je er in stopt, rekende ze uit. Meeuwse schat dat de biodieselproductie in een reactorvat waarschijnlijk economisch niet haalbaar is, omdat die hoge investeringen vergt. De veel goedkopere vaste stoffermentatie is echter veelbelovend. ‘Je kunt niet verwachten dat het meteen goed werkt. Ik ben een van de eersten in de wereld die dit grondig heeft onderzocht.'
Petra Meeuwse promoveert op 30 november bij Hans Tramper, hoogleraar Bioprocestechnologie

Re:ageer