Wetenschap - 15 mei 2008

Biobrandstof slechter voor regenwoud dan gedacht

Omdat biobrandstoffen in Brazilië goedkoper geproduceerd kunnen worden dan in Europa, zal de invoer ervan uit Brazilië groter zijn dan de EU verwacht, stelt het LEI. En dat gaat ten koste van de Braziliaanse biodiversiteit.

De EU wil dat in 2020 tien procent van de transportbrandstoffen hernieuwbaar is. Dat doel kan alleen gehaald worden door subsidies op biobrandstof, of door bijmenging van biobrandstof bij fossiele brandstof verplicht te stellen. Kiezen de lidstaten voor dergelijk beleid, dan heeft dat forse gevolgen voor de landbouw hier en in de rest van de wereld, concludeert het LEI uit een studie naar de wereldwijde gevolgen van EU-beleid over biobrandstoffen.
Uit de modelstudie blijkt dat het niet rendabel is om in Europa gewassen te verbouwen voor biobrandstoffen. Omdat de voedselprijzen zo sterk stijgen - sneller dan de olieprijs - is het voor boeren lucratiever om voedsel te verbouwen dan om gewassen voor biobrandstoffen te telen. Bovendien kunnen biobrandstoffen in Brazilië veel goedkoper geproduceerd worden dan in Europa.
Gevolg is volgens het LEI dat de invoer van biobrandstoffen in Europa fors zal toenemen. De helft van de vraag die ontstaat als gevolg van de verplichte bijmenging, zal straks uit Zuid- en Midden Amerika komen, en dan vooral uit Brazilië, denkt het LEI. In Brazilië is het nog mogelijk het landbouwareaal uit te breiden. Maar uit studies van het MNP blijkt dat dat ten koste van de biodiversiteit gaat, omdat er bijvoorbeeld bos voor gekapt wordt.
De voorspelling van het LEI wijkt af van de ideeën van de EU zelf, zegt onderzoeker dr. Hans van Meijl van het LEI. ‘Wij gebruikten een model van de hele wereld, zij alleen van Europa. En ze zijn wat optimistischer dan wij over de mate waarin de EU zelf biobrandstoffen kan produceren. Zelfs als dat zo is, zal de biobrandstof uit Brazilië goedkoper zijn, blijkt uit ons model.’

Re:ageer