Wetenschap - 28 april 2016

Biobased onderzoek met TNO nu echt van start

tekst:
Albert Sikkema

TNO en Food & Biobased Research van Wageningen UR gaan samen eiwitten en koolhydraten uit plantaardige biomassa isoleren als bouwstenen voor voedingsproducten en de chemie. De onderzoekprojecten passen in de nieuwe samenwerking tussen de twee instituten voor toegepast onderzoek.

In het kader van het strategisch innovatieprogramma Biorefinery for raw material availability and flexibility willen onderzoekers van TNO Zeist en Wageningen UR eiwitrijke reststromen uit groenteresten en eieren raffineren om die te verwerken in voedingsproducten. Daarbij moeten ze eerst de eiwitten met membraantechnologie uit de planten halen en daarna met milde technologie verder scheiden. Daarna gaan ze de toepassing in voeding onderzoeken. Dit project slaagt alleen als de onderzoekers de basiseigenschappen van de eiwitten beter begrijpen, zegt Jacco van Haveren. Hij is programmamanager biobased chemicaliën en coördineert het samenwerkingsverband tussen TNO en zijn instituut.

TNO en Wageningen UR maakten de onderzoeksamenwerking bijna anderhalf jaar geleden bekend, maar de voorbereidingen duurden lang. ‘De voedingsgroepen van TNO en Food & Biobased Research hebben een lange traditie van samenwerking, maar de biobased groepen niet’, zegt Van Haveren. ‘We hebben eerst de onderzoekers bij elkaar gezet om na te gaan: wat vinden we belangrijke onderzoeksthema’s voor de toekomst en met welk onderzoek kunnen we elkaar versterken? Daarna zijn we bij bedrijven nagegaan of onze ideeën aansloten bij de wensen van de industrie. In september 2015 hadden we ons gezamenlijke onderzoek gedefinieerd en toezeggingen van de industrie, maar toen moest de medefinanciering van de overheid en de bedrijven nog juridisch worden geregeld. Dat bleek een heel gedoe, maar het is gelukt en we zijn nu begonnen.’

In een tweede project willen de onderzoekers bio-aromaten ontwikkelen met suikers uit plantaardige reststromen, zoals aardappel- en suikerbietenschillen, tarwestro en huishoudelijk afval. Ze  hebben al een methode om de suikers uit deze reststromen om te zetten in bio-aromaten, de belangrijkste bouwsteen van onder meer petflessen, coatings, lijmen en polyester boten. ‘Dit is een bulkproduct voor de chemische industrie en daarmee belangrijk voor verduurzaming van deze industrie’, zegt Van Haveren.

Ze werken nu samen op het gebied van voeding en bioraffinage. Naast de al genoemde projecten gaan ze ook, samen met zetmeelproducent Avebe, zoeken naar nieuwe methoden om zetmeel te modificeren, en naar methoden om voedingsvezels en een bestanddeel van cosmetica te winnen uit plantenstengels of tarwezemelen. En in een vijfde project gaan ze met kristallisatietechnologie suikers en eiwitten isoleren uit gras en de reststromen van de suiker- en aardappelproductie. Het zijn funderende onderzoeksprojecten, zegt Van Haveren, waarbij fundamenteel en toegepast onderzoek samenvalt met de ontwikkeling van nieuwe technologie.

Op de werkvloer vinden de  onderzoekers van TNO en Wageningen UR elkaar steeds beter, zegt Van Haveren, maar er is ook onzekerheid hoe de samenwerking verder gaat. Anderhalf jaar geleden was er sprake van toenemende samenwerking en verhuizing van TNO Voeding naar Wageningen, maar of dat leidt tot een fusie van de twee instituten is nog niet bekend. De onderzoekers hopen daar dit jaar meer over te horen.


Re:ageer