Wetenschap - 1 januari 1970

Biggenpracticum

Biggenpracticum

Biggenpracticum

Prepareer het urogenitaalstelsel van uw big, leest Arjen Breur, eerstejaars Biologiestudent, voor uit de practicumhandleiding. Hij knikt naar zijn studiegenoot en snijpartner Loon Spijkers, die verduidelijkt: We gaan nu het geslachtsapparaat eruit halen. Samen voeren ze dissectie uit op een biggetje tijdens het vak Algemene dierkunde voor biologen, onderdeel De anatomie van de big. Het eerste gedeelte van het vak hebben ze maandagmiddag afgerond: de habitus - het buitenkantje naar de woorden van practicumdocent Arie Terlouw - en de ligging van de ingewanden en de grote buikbloedvaten. Op deze woensdagmiddag staat ondermeer het geslachtsapparaat centraal


Het duo Breur-Spijkers heeft geen moeite met het snijden in de aan een snijplank vastgeknoopte big. Breur, voelend aan de ingewanden: Het is wel een beetje vies om eraan te zitten, maar ik vind het niet sneu of zo. En bovendien ben ik verkouden, dus of het stinkt weet ik niet.

Geconcentreerd gaan ze verder. De oon met een pincet om in de weg zittende onderdelen op te tillen, de ander met een scalpel om die vervolgens los te snijden. Na een tijdje lopen ze vast; ze weten niet meer waar ze mogen snijden, maar ze zien nog niks herkenbaars. We hebben het toch niet al helemaal verpest, he?, vraagt Breur aan practicumbegeleider Igor Dijkers. Die stelt hen gerust en geeft een paar instructies. En niet te diep met dat mes, anders heb je de boel zo kapot, waarschuwt hij bij het weglopen

Het urogenitaalstelsel is best lastig, geeft practicumdocent Terlouw toe. Met een uitgebreid college, schematische tekeningen op het bord, tv's met cd-rom-plaatjes en zes begeleiders hebben de circa zestig studenten echter hulp genoeg. Bovendien staan ter illustratie door de zaal heen allerlei potten verspreid met reeds geprepareerde onderdelen op sterk water. Terlouw: Het gaat erom een idee te krijgen hoe het geslachtsapparaat driedimensionaal in het beest zit.

Annetrude van Malsem en Daniƫlle Bonkert zijn ook hard op zoek in hun knorrebeestje. Aan een van zijn pootjes hangt het naamkaartje waaraan ze in de koeling hun eigen big konden herkennen: Bobie. Zijn kopje hebben ze afgedekt met een stuk papier. Van Malsem: Dan is het iets minder een heel biggetje. Ondanks hun weerzin tegen het snijden in een biggetje - Van Malsem verzamelt zelfs vanalles wat met lieve kleine biggetjes te maken heeft - hebben ze niet voor de dierproefvrije variant van het practicum gekozen. De beesten worden niet speciaal voor dit practicum doodgemaakt, vertelt Bonkert. Het zijn biggen die zijn doodgeboren of door hun moeder doodgedrukt

Joost Bergsma, lid van de activiteitencommissie van de Biologenvereniging, stapelt ondertussen in een naastgelegen zaal plastic borden in een krat die zijn gebruikt tijdens de biggenlunch, het traditionele middagmaal van de eerstejaars biologen voordat ze gaan snijden in de big. De tweedejaars bioloog heeft vorig jaar gesneden. In het begin zegt iedereen ah, wat zielig maar als iedereen een beetje gewend is aan de lucht overwint de interesse. De moeilijkheid valt ook wel mee. Alleen de bloedsomloop wil bij die doodgeboren biggetjes nog wel eens afwijken. Dan is het even zoeken.

Op de tafel voor Lisette Weissman en Bas van de Waterbeemd ligt Ienie Minie, een opmerkelijk klein beestje. Zijn testikels bungelen over de rand van de buikholte aan de zaadleiders. Nu de penis nog, zegt Weissman. Om de misselijkmakende geur van het beestje te neutraliseren hebben ze tijgerbalsem onder hun neus gesmeerd. Weissman: Een ideetje van Bas. Werkt goed, joh! De hele tafel gebruikt het nu.

Ondertussen zijn aan diverse tafels de onderhandelingen begonnen wie straks het schedeltje mag prepareren en meenemen. Tim Bossinga heeft er al een geregeld en legt de procedure uit. ,,Je haalt de kop eraf en vervolgens de huid, het vlees en de ogen. Dan moet de kop in de Biotex om de vleesresten los te weken en in de wasbenzine om te ontvetten. Waterstofperoxide is nodig om te bleken. Vervolgens kun je de losse elementen aan elkaar lijmen. Ik ben modelbouwer en dit is weer eens wat anders dan plastic. Normaal kom ik niet verder dan Duitse tankjes uit de Tweede Wereldoorlog. M.V

Re:ageer