Wetenschap - 1 januari 1970

Biggencastratie wordt overbodig

Mannelijke biggen hoeven in de toekomst niet meer gecastreerd te worden om te voorkomen dat hun vlees bij het bakken een misselijkmakende lucht verspreidt. Onderzoekers van de Animal Sciences Group hebben samen met Noorse en Chinese collega’s zoveel kennis over de genetica van berengeur vergaard, dat ze dit probleem door gericht fokken denken te kunnen verhelpen.

‘Onverdoofd castreren niet meer nodig in 2010’, zo belooft de kop van het persbericht van de Animal Sciences Group. ‘Als alles meezit’, voegt onderzoeker dr. Dick van der Wiel er nadrukkelijk aan toe. ‘We hebben een aantal eiwitten geïdentificeerd die bij het ontstaan van berengeur betrokken zijn. We kunnen daardoor bij het selecteren van fokberen en –zeugen gericht rekening te houden met de achterliggende genen. Zo moet het mogelijk zijn de berengeur weg te selecteren zonder dat je gewenste eigenschappen verliest. Het harde bewijs hiervoor kunnen we echter pas over vier jaar leveren’, zegt hij.
Er zijn tegenwoordig nog maar weinig consumenten die ooit te maken krijgen met een varkenslapje dat in de keuken een penetrante berengeur verspreid. Zij die het ooit wel hebben geroken spreken over een ‘walgelijke geur, om te kokhalzen’. Wereldwijd worden jonge biggen gecastreerd om te voorkomen dat het varkensvlees zo gaat ruiken. In Nederland gebeurt dat meestal onverdoofd. Het is een ingreep waarmee het welzijn van de jonge big wordt geschaad en waartegen dierenbeschermers al jarenlang ten strijde trekken. Dierwetenschappers werken al meer dan twintig jaar aan alternatieven voor castratie, maar zijn er tot nu toe niet in geslaagd een waterdichte, diervriendelijke methode te ontwikkelen. Zo zijn de detectiemethoden om in het slachthuis varkens met een te hoog gehalte aan berengeur op te sporen nog niet honderd procent betrouwbaar. Immunocastratie, waarbij via een vaccin de seksuele ontwikkeling van de dieren wordt vertraagd, levert wel goede technische resultaten. Maar vanwege de angst voor maatschappelijke acceptatie ligt deze oplossing voorlopig nog op de plank.
Een aanpak via fokkerij is zeker niet nieuw, maar liep steeds stuk op het probleem dat de geur samenhangt met de geslachtshormoonhuishouding, die tevens bepalend is voor de vruchtbaarheid en de groei van de dieren. In klassieke fokprogramma’s leverde het verdwijnen van de berengeur daarom ook trager groeiende en minder vruchtbare varkens op. Van der Wiel denkt dat het met de gedetailleerde genetische kennis waarover de onderzoekers nu beschikken wel mogelijk is om een berengeurvrij varken te fokken waarbij de vruchtbaarheid, vleesaanzet en het groeitempo onaangetast blijft.
Zeker in Noorwegen is sterke behoefte aan zo’n varken, want daar wordt het in 2009 verboden nog biggen te castreren. Ook de Nederlandse dierenartsen en varkenshouders hebben vorig jaar aangegeven van het castreren af te willen. Het onderzoek van ASG is medegefinancierd door het ministerie van LNV. / GvM

Re:ageer