Wetenschap - 3 februari 2010

Biggen hebben wel/niet baat bij homeopathie

Minder biggen aan de diarree na injectie homeopathisch middel. Hoogleraar Savelkoul zet kanttekeningen bij studie. Een homeopathische behandeling van drachtige zeugen vermindert de kans dat biggen diarree krijgen aanzienlijk.

8-diarree12-Nat.Beeldbank_.jpg
Dat ontdekte Irene Camerlink van de Leerstoelgroep Biological Farming Systems. Zij publiceerde haar bevindingen afgelopen maand in het tijdschrift Homeopathy.
 Als alternatief voor antibiotica tegen diarree bij biggen, behandelde Camerlink 26 drachtige zeugen met een homeopathisch middel, gebaseerd op een diarree veroorzakende variant van de bacterie E. coli. Een groep van 26 andere drachtige dieren kreeg een placebo. Homeopathische middelen zijn zodanig verdund, dat er nagenoeg geen moleculen van de werkzame stof zijn terug te vinden. De theorie is dat de werkzame stof zijn activiteit overdraagt op het oplosmiddel.
De resultaten zijn opvallend. 'Bij de behandelde biggen kwam in slechts een kleine vier procent van de gevallen diarree voor', vertelt de onderzoekster. 'In de controlegroep was dit bijna vijfentwintig procent.'
Hoogleraar Huub Savelkoul van de Leerstoelgroep Celbiologie en Immunologie is kritisch: 'Er zijn voorbeelden van bewezen klinische effectiviteit van enkele homeopathische geneesmiddelen, maar er is geen enkel fysisch-chemisch en biologisch mechanisme beschreven wat homeopathie wetenschappelijk verklaart.' Bovendien vindt hij het concept van homeopathie onlogisch. 'Als ons lichaam continu op dit soort 'niet aanwezige stoffen' moet reageren is het einde zoek; er zou dan domweg veel te veel energie verloren gaan', meent Savelkoul.
Moedermelk
Volgens hem gaat het in de biggenstudie onder meer mis bij het mechanisme voor de werking van het homeopathische middel.  'De onderzoekers veronderstellen dat de behandeling van zeugen de verminderde aanwezigheid van antistoffen in moedermelk bij een eerste zwangerschap compenseert. Hierdoor zouden deze biggen minder diarree krijgen', aldus Savelkoul. 'Deze vorm van biggendiarree wordt echter nauwelijks beïnvloed door antilichamen in de moedermelk, maar veel meer door de aangeboren afweer van het biggetje.'
Maar waarom vinden de onderzoekers dan toch een effect van de behandeling? Savelkoul wijst op het relatief lage aantal zeugen dat gebruikt is in de studie. 'De 26 zeugen per groep zijn ook nog eens in vier groepen verdeeld, op basis van de tijd van werpen', zegt hij. 'Dan blijven er wel erg weinig dieren per groep over.' Het was volgens Savelkoul beter geweest meer zeugen in de studie te betrekken en het aantal biggen te limiteren. 'Binnen de groep zeugen waaruit de onderzoekers hun 52 dieren selecteerden zijn er per definitie grote verschillen in stress, maar ook in immuunreactiviteit. Die eigenschappen dragen ze over op de biggen', legt Savelkoul uit. 'De onderzoekers lopen zo een risico van een onevenredige verdeling in de kleine subgroepen van zeugen die zij hebben gebruikt.' Een ander principieel punt is volgens hem dat de zeugen niet 'blind' zijn toegewezen aan de twee behandelingen.
Geen toeval
Camerlink vindt het jammer dat de wetenschap niet openstaat voor alternatieve alternatieven voor antibiotica. Aan het aantal dieren kan het volgens haar niet liggen. 'De periode van werpen had geen invloed op het voorkomen van diarree, waardoor de dieren als één groep konden worden beschouwd', stelt de onderzoekster. 'Met het aantal dieren zijn we juist boven het benodigde aantal gaan zitten.' Volgens de onderzoeker berusten de positieve resultaten niet op toeval: op het bedrijf waar de proef is uitgevoerd, wordt het homeopathische middel nu met succes gebruikt als vervanging van een reguliere E. coli-vaccinatie.

Re:ageer