Wetenschap - 1 januari 1970

Bietenpulp maakt varkens lui, vezels uit soja en kokos niet

Bietenpulp maakt varkens lui, vezels uit soja en kokos niet

Bietenpulp maakt varkens lui, vezels uit soja en kokos niet


Varkens halen meer energie uit de vezels van kokos en soja dan
wetenschappers denken. Dat blijkt uit het proefschrift van ir Martin
Rijnen. Wat de vezels precies in het lichaam doen, blijft echter een
raadsel. ,,Dit onderzoek heeft een paar vragen beantwoord, maar er net
zoveel opgeroepen’’, verzucht begeleider dr Johan Schrama.
De laatste twintig jaar zijn voederfabrikanten steeds meer restproducten
van de voedingsindustrie gaan gebruiken, die veel onverteerbare vezels
bevatten. Dieren als varkens kunnen daar toch van groeien, omdat micro-
organismen in hun darmen de vezels afbreken. Het grote nadeel van
vezelrijke voeding is echter dat het dertig procent minder energie oplevert
dan verteerbare koolhydraten als zetmeel. Daarom levert honderdveertig gram
vezels ongeveer evenveel energie als honderd gram zetmeel.
Tenminste, dat was de theorie. Uit onderzoek in de jaren negentig bleek
echter dat de vezels in bietenpulp net zo’n efficiënte voedingsbron waren
als zetmeel. Dat kwam vooral omdat varkens minder bewegen als ze bietenpulp
krijgen, en de calorieën die ze zo besparen gebruiken voor hun groei.
In zijn promotieonderzoek probeerde Martin Rijnen te achterhalen of dat ook
bij andere vezelproducten, zoals vezels uit kokos en soja, het geval was.
En, tegen de verwachtingen in, bleken de andere vezelbronnen beduidend
minder goede energiebronnen dan bietenpulpvezels. Die leverden twintig
procent minder energie dan zetmeel. Dat kwam onder meer omdat varkens op
een dieet met veel kokos- en sojavezels niet zoveel energie uitspaarden
door minder te bewegen.
Waarom verschillende vezelsoorten zo’n uiteenlopend effect op dieren hebben
is vooralsnog onduidelijk, zegt Schrama. ,,Soja- en kokosvezels bestaan
vooral uit cellulose en hemi-cellulose’’, zegt hij. ,,Bietenpulp bevat
vooral pectines en die worden in de darm sneller omgezet. Misschien heeft
dat er iets mee te maken.’’ | W.K.

Martin Rijnen promoveerde op 23 juni bij prof. Martin Verstegen, hoogleraar
diervoeding.

Re:ageer