Wetenschap - 1 januari 1970

Bierproeven

Bierproeven

Bierproeven

Bij ons in Brabant komen we na een feest allemaal bij elkaar om eieren te bakken, stelt Bart van Hees. Even sluit hij zijn ogen en in gedachten geniet hij van de geur van sudderende eieren in een pannetje. Dat doen wij ook, man, reageert tukker Bas Grote Beverborg verontwaardigd. We vieren zelfs carnaval. De twee zitten samen met een twintigtal Friezen, tukkers en Brabanders rond een rij tafels vol bierflessen en borrelhapjes in flatkroeg Annies, ter gelegenheid van een gezamenlijke bierproefavond

De bierdeskundige liet op het laatste moment verstek gaan, maar de organisatoren van de avond vullen de kennisleemte door de etiketteksten op de bierflesjes voor te dragen. Leffe Tripel, declameert Patricia Ankersmidt vanaf haar barkruk, Acht komma vier procent alcohol. De smaak is zacht, subtiel en complex. Een humorist vult aan: Maar toch ook heel eenvoudig.

Aan tafel probeert Bart van Hees nog steeds zijn Twentse buurman te imponeren. Wij Brabanders... wij doen c371rry op onze frikadel speciaal. Grote Beverborg reageert geschokt, maar een fractie later ziet hij de logica: Oh ja, je zit onder de Overijsselse Vecht. Daarboven doen ze er ketchup op.

Aan de andere kant van de tafel zijn twee Friezen in een onderlinge twist verwikkeld. W342ldpyken - Woudfriezen - zijn arm en jatten veel: ze zijn onbetrouwbaar, stelt Bert Bijkerk tussen twee slokken bier door. In het oosten van Friesland waren vroeger wouden op arme zandgronden. De mensen die daarvandaan kwamen, waren meer ondervoed, armer en achterlijker. Dat stond laatst in de Leeuwarder krant. Met zijn helderblauwe kijkers tuurt hij in de bruine ogen van zijn buurvrouw Karin Soldaat. Woudfriezen hebben ook meer bruine ogen.

Soldaat reageert resoluut: Ik ben het er niet mee eens dat ik achterlijk ben. En ik ben best wel dik, dus ik ben ook niet ondervoed. Dat hele verhaal slaat nu nergens meer op. Bijkerk gaat onverstoorbaar door. Het is natuurlijk dom om te zeggen dat Kleifriezen ebermenschen zijn, maar hun grond was beter, ze hadden meer voedingsmiddelen en dus waren ze slimmer. Ik denk dat ik een Kleifries ben. Even later blijkt dat Bijkerk niet zo'n ras Fries is als hij doet voorkomen: opa was een Hollander. Sputterend: Maar ik kom uit Lemmer en mijn oma was wel Fries.

Starend naar haar derde biertje herinnert Soldaat zich nog dat ze op de middelbare school altijd tegen haar zeiden: Je bent vast een Woudfries, je kunt niet goed Fries praten. Verontwaardigd: Terwijl ik toch Friese ouders heb waar ik altijd Fries mee praat en Fries de eerste taal was die ik sprak.

Willemijn de Vos hecht niet zoveel aan haar komaf: ze is de eerste Limburger die lid werd van de Friese vereniging. Het leek me wel leuk, als Limburger bij het andere uiteinde. Nu is de Limburgse vereniging in Wageningen al weer een tijd ter zielen, maar waarom dan geen lid geworden van het Brabants Studenten Gilde? Angstvallig schudt ze haar hoofd: Te dicht bij Limburg.

De Friese vereniging blijkt toleranter dan de Twentse vereniging 't Noaberschap. Voorzitter Grote Beverborg: Wij laten soms nog wel Drentenaren toe, maar Limburgers niet. Dan zouden we teveel commentaar krijgen van oudleden. De Friezen deden daarentegen niet moeilijk. Het bestuur moest er natuurlijk over beslissen, legt penningmeester Soldaat uit. Maar Willemijn zei dat ze Friezen leuker vond, dus toen was het goed.

Plots laat Brabander Van Hees weer van zich horen. Als Tukkers de lift uitstappen zeggen ze altijd: Doei, doei. Daar word ik strontziek van. Wij Brabanders zeggen: Hou doe. Gefeliciteerd, reageert Grote Beverborg. Als ik hou doe hoor, dan denk ik: Daar heb je weer zo'n klote Brabander. Van Hees valt nu even stil, maar bekent ineens dat hij sympathie koestert voor de Twentse sport klootschieten: Dat kan ik best waarderen. Daarop ziet Grote Beverborg zijn kans schoon definitief met de Brabander af te rekenen. Volgende week dinsdag, Hoevestein, half vier, brult hij. Een handdruk volgt. Gezamenlijk vallen ze weer aan op het nieuwe bier. E.R

Re:ageer