Wetenschap - 1 januari 1970

Bezuinigingen op hoger onderwijs in lijn met traditie

Bezuinigingen op hoger onderwijs in lijn met traditie

Bezuinigingen op hoger onderwijs in lijn met traditie


De kruimels in de taartvorm

De voorstellen van de Centraal Economische Commissie zijn in lijn met de
traditie om bij tegenwind op het hoger onderwijs te bezuinigen. Afgezien
van de periode 'Paars II', lijkt het hoger onderwijs op een taart die
langzaam maar zeker door de rekenmeesters wordt opgegeten. Tot er alleen
nog maar kruimels in de bakvorm liggen.

Die bakvorm kan volgens profijtbeginselen en belastingsystemen op kosten
van de student worden gevuld met cakebeslag, slagroom en chocolade. En
natuurlijk geldt: hoe bonter de student het maakt, hoe meer de ouders
moeten betalen, het bedrijfsleven moet bijspringen, of de leningsruimte van
grote banken wordt benut.
Toen tegen het eind van Paars II bleek dat de vette jaren weer voorbij
waren, kon het hoger onderwijs de borst nat maken. In het strategisch
akkoord dat de toenmalige coalitiepartners van CDA, LPF en VVD met elkaar
sloten, werd een bezuiniging aangekondigd van 358 miljoen euro in vier
jaar.
Intussen wierpen de ambtenaren van het Centraal Planbureau alvast een
schuin oog op de portemonnee van de student. Vervang het vertrouwde stufi-
stelsel door een sociaal leenstelsel of academicusbelasting, houd volledig
op met het subsidiëren van studenten en de overheid bespaart 3,1 miljard
euro. Tenslotte heeft de student flink profijt bij de studie. En die
toegankelijkheid van het hoger onderwijs? Die wordt gewaarborgd, want
betalen voor de studietijd hoeft pas later, aldus het CPB.
De toen net aangetreden staatssecretaris Nijs zag wel wat in het idee,
waarbij het een open vraag bleef hoeveel de overheid wil blijven betalen
aan de studenten. De onlangs opgestarte commissie-Vermeend buigt zich op
dit moment over de toekomst van de stufi. De vraag of en hoeveel de
overheid daarop wenst te besparen hangt dus nog altijd boven de markt.
Intussen kwam Nijs zelf ook met ideeën. Universiteiten moesten niet
allemaal dezelfde opleidingen willen hebben want dat maakte de spoeling
dun, en er moest bekeken worden of er niet wat meer te halen was bij het
bedrijfsleven.

Imagoprobleem
Waaraan had 'de motor van de kenniseconomie' al die tegenwind te danken?
Arno Lammeretz, bestuurder van AbvaKabo-FNV, vermoedde ten tijde van het
centrumrechtse kabinet al een imagoprobleem. ,,Bij het lager onderwijs
denken de mensen al snel aan zielige Jantje met de snottebel, bij het hoger
onderwijs bestaat het beeld van lallende corpsballen die zichzelf wel
kunnen redden. Een stokoud karikatuur waartegen het moeilijk opboksen is.’’
Lammeretz zei dit aan de vooravond van een grote studentenactie. Daarbij
gingen op 12 november zo'n 10.000 studenten de straat op om
staatssecretaris Nijs - op dat moment al demissionair - eens flink de oren
te wassen, met steun uit het veld. Het hielp een beetje. Via ICES-KIS
gelden wist de Tweede Kamer de bezuinigingen die voor dit jaar gepland
stonden - 36 miljoen euro - terug te draaien.
In de aanloop naar de verkiezingen verdween het hoger onderwijs vervolgens
weer goeddeels van de politieke agenda. Onderwerpen als veiligheid en
gesteggel over het al dan niet ontstaan van een begrotingstekort eisten het
grootste deel van de aandacht op. Weliswaar werden de verkiezingen gewonnen
door twee partijen die het hoger onderwijs in principe gunstig gezind zijn
- de PvdA wil er 1,4 miljard extra aan uitgeven en het CDA 700 miljoen.
Maar door aanzwellende economische tegenwind moet tussen de 10 en 14
miljard worden bezuinigd om Nederland financieel gezond te houden.
Dat enorme bedrag verklaart ook de manier waarop de CEC te werk is gegaan.
Want uiteraard is niet alleen het hoger onderwijs het haasje bij de
topambtenaren: de zalmsnip wordt ter discussie gesteld, het openbaar
vervoer zou het met minder kunnen doen en de huursubsidie kan soberder.
Daarmee trapt de CEC vooral tegen de heilige huisjes van de PvdA. Binnen
die partij leidt dit tot reacties. Onderwijswoordvoerder Jacques Tichelaar
verwerpt dan wel het plan van de ambtenaren om 700 miljoen euro op het
hoger onderwijs te bezuinigen, maar de vraag rijst hoelang het duurt voor
de sociaal-democraten eieren voor hun geld kiezen. En welke dan? Wordt het
hoger onderwijs ontzien, of het openbaar vervoer? Of moet er bij allebei
een beetje af?
Bos en co. weten namelijk donders goed dat er niets anders op zit dan
korten. Anders zou het CDA wel weer eens over rechts kunnen gaan met een
coalitie. Het CDA heeft het hoger onderwijs tijdens de vorige
coalitievorming al aangewezen als bezuinigingspost, vrijwillig of niet.
Het is voorbarig om aan het CEC-advies net zoveel waarde te hechten als aan
een strategisch akkoord van een regering. De club van topambtenaren doet
een voorzetje voor het begrotingsbeleid van een aanstaand kabinet. Omdat de
ideeën botsen met de plannen van de politieke partijen die nu aan de
onderhandelingstafel zitten, is het niet waarschijnlijk dat de ideeën
klakkeloos worden overgenomen. Het ligt echter voor de hand dat de regering
- van welke samenstelling ook - de voorstellen als leidraad neemt. En dat
zou betekenen dat het hoger onderwijs opnieuw fors wordt gekort. | HOP

Re:ageer