Organisatie - 30 augustus 2007

Bewondering voor postzegelnatuur

Vraag Nederlanders naar hun mening over de inrichting van het land en de meesten hebben hun klaagzang al klaar over lelijke bedrijventerreinen en de postzegelverzameling aan door mensenhanden gemaakte natuur. Maar terwijl wij zuchten en steunen, kijken buitenlandse wetenschappers juist bewonderend naar het Nederlandse landschap, bleek tijdens een congres van de Internationale Associatie voor Landschapsecologie (IALE).

76_achtergrond0.jpg
76_achtergrond0.jpg

Foto: Guy Ackermans

Waren het vroeger de dijken die alom geprezen werden, tegenwoordig zijn het de robuuste verbindingen en natuurherstelprojecten binnen het volgebouwde Nederland die buitenlandse deskundigen bewonderen. Meer dan zevenhonderd landschapsecologen en andere betrokkenen kwamen begin juli vanuit alle windstreken naar Wageningen om ze met eigen ogen te bekijken.
En het mogen dan postzegeltjes natuur zijn die Nederland te bieden heeft, opgeteld is de lijst van excursiemogelijkheden waar de deelnemers uit kunnen kiezen toch indrukwekkend. De Biesbosch, Deltawerken, Tiengemeten, Oostvaardersplassen, wildviaducten, Wieden en Weerribben en nog vele andere locaties kunnen ze bezoeken om te zien hoe Nederland haar natuur aansluit op andere functies zoals transport en waterberging.
Minstens even imposant blijkt de omgeving van Wageningen zelf. De ongeveer vijfentwintig deelnemers die kozen voor deze optie trappen op gehuurde fietsen over de Eng en door het Binnenveld. Madeleine van Mansfeld, landschapsecoloog bij Alterra, leidt de internationale gasten naar de Bennekomse Meent. Ecohydroloog Han Runhaar wacht hen al op bij de toegangsweg. Vanuit kennisinstituut KIWA Water Research analyseert hij de effecten van de waterstromen in het landschap op de natuurlijke waarden. Hij gidst de groep over een zandpad tussen natte maïsvelden. Direct na de laatste metershoge maïsplanten komt een bloeiend grasland tevoorschijn.
Dit restant van de ooit uitgestrekte blauwgraslanden in de Gelderse Vallei is een internationaal erkend Natura2000-gebied waar Nederland trots op is. Vergeleken met de grote oernatuurgebieden die de deelnemers kennen in eigen land zoals Canada en Australië, is het met een oppervlakte van 25 voetbalvelden echter lachwekkend klein. De regen stroomt ook nog eens genadeloos over de gasten heen en het verhaal van Runhaar verdrinkt. Maar als hij en Van Mansfeld de natte grond trotseren en al soppend terugkomen met hun handen vol plantensoorten, breekt het licht weer door. De biodiversiteit van de Bennekomse Meent is met meer dan tachtig plantensoort enorm. ‘We zijn net Wageningen uit en zitten meteen in agrarisch gebied, en midden in dat agrarische gebied ligt een waardevol stuk natuur. Hoe is dat mogelijk?’, vraagt de Australiër Alex Mark Lechner van de RMIT University.

Extreme make-over
De Bennekomse Meent is typerend voor de manier waarop Nederland natuur probeert in te passen in een landschap waar de druk op land hoog is. Elke vierkante meter telt en als het even kan komen op die vierkante meter meerdere functies samen. Dat klinkt mooi, efficiënt zelfs, maar schijn bedriegt. Ondanks de Natura2000-status wordt de Bennekomse Meent namelijk continu bedreigd door de bemeste maïsvelden die tegen de rand aanduwen. Het te nutriëntrijke water dat het gebied binnensijpelt heeft grote invloed op de waardevolle planten. Nog bedreigender is de functie van waterberging die de grond vervult. Veel van de aanwezige soorten zijn afhankelijk van kwelwater. De voor de landbouw gewenste snelle afwatering leidt echter tot een tekort daaraan. Staatsbosbeheer probeert uit alle macht het stukje natuur te behouden, onder andere door aangrenzende landbouwgronden op te kopen.
‘Het is voor het eerst dat ik zie dat natuur ontwikkeld wordt op oude landbouwgronden’, zegt Amerikaan Erle Ellis van de University of Maryland. ‘It is like an extreme make-over.’ Van Mansfeld knikt. ‘Sommigen noemen het zelfs tuinieren, ik noem het liever beheren van natuur op zijn Nederlands. Bijna al onze natuur en halfnatuurlijke landschappen zijn ooit ontstaan door de mens, zoals de laagvenen en de zandverstuivingen.’
Het grote verschil met eeuwen geleden is echter dat natuur de laatste decennia bewust wordt ontworpen, zoals de Blauwe Kamer aan de Nederrijn die de groep even later bezoekt. Ondanks de ronddravende konikpaarden ziet ook dit natuurgebiedje er niet razend imposant uit. Toch onttrekt het de nodige oeh’s en ah’s aan de internationale gasten. Het is niet de natuur zelf waar de bezoekers van onder de indruk zijn, maar het feit dat dijken worden doorbroken om de rivier weer ruimte te geven.

Maakbare natuur
Het besef dat natuur maakbaar is, ontstond begin jaren tachtig. Een stuk grond in de Flevopolder bedoeld voor de industrie bleef leeg vanwege de recessie. Een paar jaar later bleek dit verwaarloosde gebied een geweldige vegetatiesamenstelling te hebben, en zo ontstonden de Oostvaardersplassen. Terwijl iedereen dacht dat de natuur in Nederland verdwenen was, had ze spontaan haar weg terug gevonden. De Oostvaardersplassen waren een impuls voor de hele ecologische beweging in Nederland.
Susanne Kost van de universiteit in het Duitse Kassel doet onderzoek naar de drijfveren van Nederlandse natuurbeheerders. Tijdens een presentatie tijdens het IALE-congres vertelt zij haar toehoorders: ‘Allereerst is land ongebruikt laten ondenkbaar voor Nederlanders. Ten tweede is in hun ogen alles mogelijk. Kijk naar het inpolderen. Grote stukken land zijn door de mens gemaakt. Nederland is een manmade country.’
Deze maakbaarheidgedachte heeft geleid tot veel natuurherstelprojecten zoals de Blauwe Kamer en het Renkumse Beekdal. Een ‘ecologisch sprookje’ noemt Van Mansfeld de herinrichting van twaalf hectare grond bij Renkum. De buitenlandse wetenschappers kijken zoekend om zich heen, op zoek naar de magie. In eerste instantie zien ze niet meer dan een weg, een groene berm, een hek en daarachter een verlaten industrieterrein. Bij het verhaal dat volgt worden hun ogen echter wel groot. ‘Nederland heeft 23 miljoen euro geïnvesteerd om de industrie te verwijderen en het hele stuk terug te geven aan de natuur. Hiermee vormt het gebied straks de brug tussen de rivier en natuurgebied de Veluwe’, vertelt Van Mansfeld.
Besluiten als deze, in het voordeel van de natuur, zijn voor veel van de internationale wetenschappers een verademing. Ze zijn een teken dat steeds meer overheden en ondernemers het belang van behoud van natuurlijke bronnen beseffen en de kosten daarvoor willen maken.

Bloeiende bermen
Landschapsecologie
Waar andere wetenschappen zich richten op specifieke elementen van een landschap zoals bodem, dieren, bebouwing of watersystemen, probeert de landschapsecologie alle elementen, inclusief de mens, in hun onderlinge verband te zien. De discipline ontstond 25 jaar geleden in Nederland. Volgens prof. Paul Opdam, hoogleraar Landschapsecologie aan Wageningen Universiteit, is dat geen toeval. ‘Wij hebben het landschap altijd veranderd.’
Het landschap als onderzoeksobject bleek aanvankelijk ingewikkelder dan gedacht, maar de laatste vijf jaar is er een verandering gaande. Opdam: ‘We zetten de machine in elkaar. Ecologie, hydrologie en andere wetenschappen, zelfs recreatiekunde, komen nu samen.’
De internationale bewondering voor het Nederlandse landschapsbeheer is niet alleen voelbaar tijdens de fietstocht. Wetenschappers spraken die ook uit tijdens de bijeenkomsten van het IALE-congres. ‘In Amerika hebben we het nog over fragmentatie. In Nederland wordt al gewerkt aan ecologische netwerken’, zegt de Amerikaanse landschapsecoloog John Wiens tijdens zijn presentatie. Wiens is Chief Scientist bij The Nature Conservancy, één van de grootste natuurbeschermingsorganisaties ter wereld. ‘We zullen nooit in staat zijn natuur te behouden met alleen maar beschermde gebieden. Ook omdat veel waardevolle natuur in gebieden ligt waar de invloed van de mens groot is, zoals in steden. Nederland is hierin een voorbeeld. Kijk naar de bermen. In Noord-Amerika zie ik ze allemaal kort gemaaid, hier staan ze vol met wilde bloemen. Die huisvesten enorm veel insecten, inclusief waarschijnlijk een paar zeldzame soorten. Ook zie ik hier daken bedekt met gras. De bijdrage is misschien klein, maar het is een statement. Een statement dat er aandacht is voor de natuur binnen het landschap.’
De discipline landschapsecologie speelt een grote rol in deze maatschappelijke ontwikkeling, meent Paul Opdam, hoogleraar Landschapsecologie aan Wageningen Universiteit. ‘Veranderingen in het landschap moeten begrepen worden, voor ze gedragen kunnen worden. De landschapsecologie brengt de wetenschap met twee benen in de praktijk’, zegt hij. ‘Eerder waren de rapporten op het bureau van gebruikers onbruikbaar omdat de kennis te algemeen en te rigide was. Door de landschapsecologie weten wetenschappers kennis steeds beter te vertalen.’
Van Mansfeld is het hier mee eens. Dat Nederland vooroploopt in de uitwerking van natuurlijke ontwerpen is volgens haar geen toeval. ‘Democratisch denken en handelen zit tot in onze tenen.’ De robuuste verbindingen, wildviaducten en natuurherstelprojecten zijn voortgekomen uit een ‘goede wisselwerking tussen gebruikers van land, beleid en wetenschap’. ‘Natuur landt nergens als we blijven kijken vanuit ons eigen perspectief. Het gaat om de verbreding. En qua oppervlakte zijn veel gebiedjes in Nederland misschien maar postzegels, de natuurlijke waarde is hoog.’

Re:ageer