Organisatie - 10 juli 2008

Bevalt competentiegericht onderwijs?

In het najaar begint bij Van Hall Larenstein een grootscheepse evaluatie van het competentiegerichte onderwijs, dat twee jaar geleden werd ingevoerd. Een extern bureau gaat op de hogeschool in Leeuwarden, Wageningen en Velp bekijken wat er van de destijds bedachte aanpak terecht is gekomen en of er aanpassingen nodig zijn. Studenten en docenten worden daar natuurlijk bij betrokken. Hier alvast een voorschot.

opinie_0_597.jpg
Drs. Renate Wesselink, universitair docent bij de leerstoelgroep Educatie- en competentiestudies van Wageningen Universiteit
‘Uit onderzoek dat ik in 2006 en 2007 heb gedaan, blijkt dat docenten beter weten wat de bedoeling is van het competentiegericht onderwijs dan studenten, maar dat is een heel normaal verschijnsel in onderwijs. Voor studenten is het soms moeilijk om aan een project te beginnen als ze niet eerst wat achterliggende informatie en kennis hebben. Studenten geven aan dat ze behoefte hebben aan inleidende colleges, voordat ze aan de slag kunnen. Vervolgens zou het goed zijn als docenten en studenten samen onderzoeken wat ze nodig hebben om een bepaald project uit te voeren. Daarna kunnen de studenten in projecten best verder werken en gaat het ook goed. Op basis van ervaring is overigens de mate van zelfsturing van de studenten teruggeschroefd, tot tevredenheid van zowel studenten als docenten.
Studenten ervaren tijdens hun stage wat de echte beroepspraktijk is. Daar hebben ze wat aan in het vervolg van het leerproces. Misschien is het een idee om ook in het eerste of tweede jaar een soort stage te realiseren, zodat studenten beter weten wat er van hen wordt verwacht in de beroepspraktijk.’

Elona Manders, docent Engels bij VHL Wageningen[img]
‘Voor mijn vak zijn de veranderingen niet zo groot geweest, toen we begonnen met het competentiegericht onderwijs. Engels is vooral ondersteunend bij andere vakken, maar het is wel een vak dat je goed moet onderhouden en daarom loopt het Engels in de eerste twee jaar als een lint door de opleiding heen. We proberen het vak zo aantrekkelijk mogelijk te maken door steeds een link te leggen met de major van de student.
De meest merkbare verandering bij de invoering van het competentiegericht onderwijs was dat we de losse vakjes en toetsen hebben afgeschaft, maar we hebben wel de assessments waarin we het Engels van de studenten beoordelen. Het Engels is meer ingebed in de major-specifieke projecten, waarbij we de studenten vakspecifiek Engels bijbrengen, English for specific purposes. Op die manier sluit het Engels aan bij de major waar de studenten mee bezig zijn. We beoordelen de studenten op hun spreek- en schrijfvaardigheid bij de presentaties die ze geven en de papers, die ze schrijven. Uiteindelijk moeten de studenten independent professional users van het Engels zijn.’

Tom Thijssen, tweedejaars Tuin- en landschapsinrichting bij VHL Velp en lid van de opleidingscommissie T&L[img]
‘Zelf heb ik het eerste jaar volgens het oude onderwijssysteem gevolgd en het tweede jaar competentiegericht onderwijs. In het oude systeem hadden studenten meer houvast en overzicht. Modules en competenties zijn veel vager dan afgekaderde vakken. En de gemiddelde student heeft moeite om zelf structuur aan te brengen in zijn leerweg, omdat het grotere plaatje nog onduidelijk is.
Maar ik heb ook positieve ervaringen met het competentiegerichte onderwijs. Je wordt er wel zelfstandiger en ondernemender door. Tijdens een onderzoek voor stedelijke inrichting heb ik veel geleerd over samenwerking én het onderwerp inhoudelijk. De betrokken docent heeft ons procesmatig heel goed begeleid en hield de grote lijnen in de gaten.
Toch vraag ik me af of het oude systeem zo slecht was. Leraren krijgen nu minder de kans hun vakkennis over te dragen, terwijl afgestudeerde Larensteiners juist in trek zijn vanwege hun inhoudelijke kennis. Het is een goed idee om de vakkennis beter in te bedden in het competentiegerichte onderwijs. Daarmee kun je studenten inspireren en een goed beeld geven van het vakgebied.’

Frits Dröge, docent Milieukunde bij VHL Leeuwarden[img]
‘If it ain’t broke, don’t try to fix it luidt een Engels gezegde en dat verwoordt volgens mij kernachtig de praktijk van het competentiegericht onderwijs (CGO). Want wat was nou het probleem dat we met deze onderwijsvorm wilden oplossen? Ik hoop dat het onderzoeksrapport daar een antwoord op geeft. Studenten en stagebieders tonen zich tevreden, kennelijk doen we het dus goed, maar tevreden waren zij voor de introductie ook al.
Bij Milieukunde hebben we niet zoveel hoeven veranderen; op het oude Van Hall in Groningen werkten we al student-, markt- en probleemgericht. We gaven er niet apart scheikunde, dat kwam vanzelf aan bod bij modules over bodemsanering of luchtvervuiling. Mijn manier van lesgeven is ook niet wezenlijk veranderd. Ik geef college voor het kader en dan gaan ze aan de slag. Je snapt het, je doet het, en je laat het zien.
Enkele basisvakken van toen – Nederlands, Engels, wiskunde – horen er niet meer bij. Ik beschouw dat niet per se als verlies, maar meer als verandering. Die vaardigheden hangen nu aan een module. Hoe dat uitpakt kan je pas echt beoordelen als CGO-afgestudeerden maatschappelijke posities gaan innemen die er toe doen. Meer in het algemeen moet je toch constateren dat CGO echter een slecht onderbouwd onderwijsprincipe is waaraan iedereen zijn eigen draai kan geven.’

Cynthia Zwart, tweedejaars Forensic Sciences aan VHL Leeuwarden[img]
‘Ik kan het hbo alleen maar vergelijken met wat ik gewend was op de middelbare school en dat is een wereld van verschil. Je werkt hier veel zelfstandiger en de invulling van je opleiding ligt helemaal bij jezelf. Maar dat had ik wel verwacht, ik heb er ook niet zoveel moeite mee. Plannen en organiseren gaan me goed af. Ik vind het wel fijn dat je je eigen opleiding kan sturen.
Voor het onderdeel Researchmanagement moesten we bijvoorbeeld zelf een onderzoeksvoorstel bedenken. Dan kom je met een onderwerp, in mijn geval agressie in het middelbaar onderwijs, dat je werkelijk interessant vindt. In de uitvoering kom je dan vanzelf in aanraking met zaken als statistiek en dat wordt vervolgens weer gewoon klassikaal onderwezen en getoetst. Die vaardigheid pas je direct weer toe in de praktijk.
Wat ik wel prettig vind is dat ik kan terugvallen op de studieloopbaanbegeleider. Die houdt me op mijn doelen gericht en herinnert me eraan om aan mijn zwakke punten te werken. Zo moet ik me wat zakelijker leren opstellen, tegenover mijn medestudenten maar ook tijdens de stages. Dan blijft het niet bij een zwakke presentatie, hij geeft me net het zetje om er nog een te doen, en nog een als dat nodig is.’

Re:ageer