Wetenschap - 1 januari 1970

Betuwse boer was niet achterlijk

Betuwse boer was niet achterlijk

Betuwse boer was niet achterlijk

De Betuwse boer van de zeventiende en achttiende eeuw was uitermate marktgericht. Veel van hen wisten zich op te werken van pachter tot landeigenaar met regionale status en macht. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit de dissertatie Overleven door ondernemen - De agrarische geschiedenis van de Over-Betuwe 1650-1850, waarop Paul Brusse op 15 januari promoveerde

Als rode draad door de dissertatie loopt de reactie van Over-Betuwse boeren op veranderingen in de markt. Na 1650 bijvoorbeeld stapten veel boeren over van graan op tabak en gerst, omdat de prijzen hiervan minder te lijden hadden van de economische crisis. De Over-Betuwse landbouw was volgens Brusse marktgericht en kon zich snel en effectief aan economische fluctuaties aanpassen

Vernieuwend is volgens copromotor dr ir Jan Bieleman de manier waarop Brusse de typisch Wageningse landbouweconomische geschiedenis vermengt met de studie van de materiƫle cultuur, zoals ook door dr Anton Schuurman wordt beoefend. Brusse laat in Overleven door ondernemen zien dat boeren in de Over-Betuwe zich van pachter tot landeigenaar ontwikkelden. Grote boeren dronken bier, gebruikten relatief veel peper, bezaten tabaksdozen, schilderijen en porselein, en vormden dankzij hun economische voorspoed langzamerhand een elite. Een lagere status hadden de halve boeren, de keuters en de niet-boeren

Een terugkerend thema in de geschiedsbeoefening van de Wageningse School is het weerleggen van de opvattingen van landbouwvernieuwers uit de negentiende eeuw. Zij meenden dat de boeren een achterlijke bedrijfsvoering voerden. Wageningers toonden ook al in landbouwhistorische studies over Drenthe, Groningen en Zeeland aan dat de boeren allerminst achterlijk waren, en zich snel aan de markt aanpasten

Over de Betuwe stelden de landbouwvernieuwers dat de bodem van rijke rivierklei een intensieve bewerking nodig had, in plaats van de extensieve bewerking van de Betuwse boeren. Brusse laat echter zien dat opkomend kwelwater en een gebrekkige afwatering noopten tot extensieve bewerking, en dat de Betuwse boer zich juist uitstekend aanpaste aan de fysische omstandigheden. M.W

Re:ageer