Organisatie - 1 januari 1970

‘Betrouwbaarheid al gewaarborgd’

Wageningen UR beschikt al over goede mechanismen om de betrouwbaarheid en openbaarheid van onderzoek te waarborgen. ‘De eis dat onze onderzoekers binnen een half jaar mogen publiceren staat zelfs in de standaardcontracten’, zegt rector magnificus prof. Martin Kropff.

Kropff reageert hiermee op het advies ‘Wie betaalt, bepaalt?’dat vorig week aan de minister van LNV en hemzelf werd aangeboden door de stuurgroep Technology Assessment. De stuurgroep raadt daarin onder meer aan de gedragscode voor onderzoekers aan te scherpen zodat die overeenkomt met de verklaring van wetenschappelijke onafhankelijkheid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
Dat de commissie geen enkele concreet recent geval aanhaalt van beïnvloeding van Wagenings onderzoek door opdrachtgevers, bevestigt volgens Kropff zijn indruk dat Wageningse wetenschappers nu al goed in staat zijn hun rug recht te houden. ‘Ik ben trots dat ook na drie jaar speuren bij ons geen misstanden zijn aangetroffen. Dat strookt met mijn eigen ervaringen. Ook het bedrijfsleven wil resultaten die gewoon kloppen’, aldus Kropff.
Hij roept medewerkers wel op ‘alert te blijven’. Mochten zij toch problemen krijgen met opdrachtgevers, dan kunnen ze op de ‘onvoorwaardelijke steun van de raad van bestuur rekenen’. De twee vertrouwenspersonen en wetenschappelijke adviesraad bieden volgens Kropff voldoende mogelijkheden eventuele problemen aan te kaarten.
De kritiek van de stuurgroep dat de Ethische Richtlijnen van Wageningen UR beter bekendgemaakt moeten worden , zal Kropff meenemen in het overleg met de directeuren van de kenniseenheden en de wetenschappelijke adviesraad. Dat geldt ook voor de aanbeveling voortaan relevante nevenfuncties en belangen van onderzoekers op de website te vermelden. Het melden van mogelijk conflicterende nevenfuncties bij de werkgevers is volgens de cao al verplicht.
Voorzitter van de adviesgroep Wouter van der Weijden erkent dat de publicatietermijnen in de contracten, zowel bij DLO als bij de universiteit, goed zijn geregeld. Wel maakt hij zich zorgen over het artikel in het universiteitscontract waarin opdrachtgevers de ruimte wordt geboden te eisen dat zij niet in publicaties worden genoemd. ‘Een universiteit zou altijd transparant moeten zijn over haar financiers’, aldus Van der Weijden.
De kritiek van de stuurgroep dat DLO te veel wordt afgeschermd van competitie ‘dan goed lijkt voor kwaliteit, creativiteit en diversiteit’, herkent Kropff niet. ‘Er is zeker geen sprake van een monopolie. Daarvoor is de wetenschap te internationaal.’ Dat het ministerie van LNV nu 95 procent van de programmagelden voor beleidsondersteunend onderzoek naar DLO sluist, en slechts vijf procent openbaar aanbesteedt, ziet hij als een zaak van het ministerie.
Mr. Ate Oostra, directeur-generaal bij LNV, liet bij de presentatie van het adviesrapport weten dat het ministerie juist zeer te spreken is over de nauwe relatie met Wageningen UR. ‘Die geldt voor veel andere ministeries als een goed voorbeeld. We zijn trots dat we zo kunnen bijdragen aan het voortbestaan van een topinstituut.’ / GvM

Re:ageer