Organisatie - 1 januari 1970

'Beter gewasmanagement kan morgen'

Het combineren van gewasfysiologisch en genetisch onderzoek is de sleutel voor opbrengstverbeteringen in de landbouw. Dit stelt prof. Huub Spiertz, die per 1 mei met emeritaat gaat als hoogleraar gewasecologie. Met een workshop over relaties tussen genen, plant en gewas, van 23 tot 26 april, blijft hij vooruit kijken.

Boven zijn bureau heeft de 65-jarige hoogleraar een kleurrijk ikat wandkleed hangen met een afbeelding van de godin van de rijst uit de Filippijnen. Het herinnert hem aan de rijke, eeuwenoude traditie van de natte rijstteelt door boeren in Zuidoost-Azië. Ze zullen niet snel hun teeltwijze veranderen want dan zouden ze de toorn van hun godin op de hals kunnen halen. Toch zijn veranderingen momenteel noodzakelijk.
Spiertz en zijn collega's van de leerstoelgroep Gewas- en onkruidecologie zien veel perspectief in het omschakelen van natte naar droge rijstteelt, met rassen die het goed doen op een afgewaterde bodem. Dit vanwege de toenemende watertekorten in grote delen van Zuidoost-Azië. ‘In de grote Huang-Huai-Hai vlakte van de Gele Rivier, de food basket van China, is het grondwaterpeil in een periode van vijfentwintig jaar gedaald van circa vijf naar dertig meter. Veldproeven in China tonen nu aan dat droge rijstteelt met beperkte irrigatie een forse waterbesparing oplevert terwijl de rijstproductie gelijk blijft.’
Spiertz voorziet de komende jaren vooral in gebieden die worden geteisterd door hitte en droogte problemen met gewasopbrengsten. ‘In Noord-Afrika en diverse landen in het nabije oosten, Centraal-Azië en Zuidoost-Azië nemen de gewasopbrengsten af. Er zijn oplossingen nodig om genoeg voedsel te kunnen produceren voor de bevolking.’
Het combineren van gewasfysiologisch en genetisch onderzoek is volgens Spiertz de sleutel voor opbrengstverbeteringen in de landbouw. Klassieke veredeling en genetische modificatie zijn goede instrumenten maar kosten veel tijd, verzucht Spiertz, dikwijls tien tot twaalf jaar. Met gewasfysiologisch onderzoek zijn sneller belangrijke genen of genotypen te identificeren waar genetici en plantenveredelaars naarstig naar op zoek zijn. Gewasfysiologen kunnen in het veld of lab kritieke groeifasen bepalen en bijvoorbeeld plantenrassen aanwijzen die weinig last hebben van hitte en droogte. Veranderen van gewasmanagement op basis van gedegen plantfysiologisch onderzoek geeft sneller resultaat. ‘Het beter managen van water of stikstof kan je morgen al doen.’
Spiertz was veertig jaar actief in het landbouwonderzoek. Eerst als onderzoeker bij de Landbouwhogeschool Wageningen, vanaf 1978 als directeur van achtereenvolgens het Centrum voor Agrobiologisch Onderzoek, Proefstation Akkerbouw en Groenteteelt en het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek. Hij werd in 1999 hoogleraar.
Spiertz was ook nauw betrokken bij de realisatie van gerichte stikstofbemesting als vorm van precisielandbouw in Nederland en Noordwest Europa. De laatste jaren heeft hij talloze waterbeheerders en gewasdeskundigen in Zuidoost Azië geadviseerd hoe ze kunnen sturen met water en zo de kwaliteit en opbrengst verhogen.
Lange tijd zag hij dat gewasfysiologen en genetici weinig kennis met elkaar uitwisselden en zelden gezamenlijk onderzoek op poten zetten. 'Ook nog in 2004 tijdens het Internationale Crop Science Congres in 2004 in Brisbane, Australië, zaten de fysiologen en genetici gescheiden in hun eigen sessies. Er was weinig kruisbestuiving.'
Dit kan anders volgens de vertrekkend hoogleraar. Op de workshop zullen gewasfysiologen, gewasecologen en genetici uit ondermeer Australië, Mexico, Frankrijk, de Fillippijnen en Nederland bijeenkomen en zoveel mogelijk in plenaire sessies onderzoeksbevindingen bespreken en bediscussiëren. / HB

De workshop Gene-plant-crop relations; scale and complexity in plant systems research is van 23 tot 26 april in het WICC.

Re:ageer