Wetenschap - 1 januari 1970

Betalen voor natuur

Betalen voor natuur

Betalen voor natuur

Sommige natuurbeschermers vinden dat horecaondernemers in mooie natuurgebieden moeten meebetalen aan de natuur waar zij geld aan verdienen. Op een congres van Natuurmonumenten liet staatssecretaris Geke Faber van LNV vorige week merken daar ook wel iets in te zien. Een goed idee?


In principe moet en kan dat eigenlijk niet. De kwaliteit van natuur is van belang voor ondernemers zoals de horeca en campingbazen, maar de samenleving is verantwoordelijk voor de omgeving. Voor natuur moeten we allemaal samen betalen. Je kunt de horeca niet zomaar een rekening presenteren voor een mooie omgeving. Dan weet je niet waar het begint en waar het ophoudt. Aan de Spaanse kusten betalen ondernemers toch ook niet voor het mooie weer? En Zwitsers betalen toch niet voor de schitterende bergen?

Toch kan op sommige plaatsen meebetalen door horeca-ondernemers goed werken. Bijvoorbeeld als de toeristische druk, of juist een gebrek aan belangstelling, aanleiding is om maatregelen te nemen in een natuurgebied. Je kunt met de ondernemers in dat gebied, die profiteren van de bezoekers, convenanten of contracten afsluiten om te voorkomen dat toerisme een te grote impact heeft of simpelweg om samen het gebied te ontwikkelen. Door zonering bijvoorbeeld: een gebied via de aanleg van paden zo inrichten dat de ene plek veel bezoekers trekt en de andere niet. Het is logisch dat ondernemers dan meebetalen aan de infrastructuur. Zeker als ze daardoor bereikbaar zijn met de auto, want de meeste wandelaars komen met de auto

Het komt ook voor dat de druk die ontstaat door toerisme leidt tot schade. Dat zie je heel duidelijk in skigebieden. Als er ingrijpende maatregelen nodig zijn voor het behoud van een gebied, is dat ook in het belang van ondernemers. Anders slacht je de kip met de gouden eieren

Je kunt zelfs afspraken maken met fabrieken en bedrijven. Ik weet dat er in Zuid-Holland sprake van was bedrijven aan te trekken en die te laten meebetalen aan voorzieningen die zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Hoe dat is afgelopen, weet ik niet, maar je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan de aanleg van bos. Dat maakt je vestigingsgebied aantrekkelijker als woonomgeving voor verhuizende werknemers. En als je dan ook nog een golfterrein aanlegt, is het aanlokkelijk voor werknemers en zakelijke bezoekers

De tijd dat de centrale overheid de recreatiekwaliteit overeind hield is voorbij. Dat is steeds meer gedecentraliseerd. Er komen regionale initiatieven op basis van gemeenschappelijk voordeel, zowel bij reconstructie van bestaande natuurgebieden als bij aanleg van nieuwe recreatiegebieden. Steeds meer belanghebbenden, waaronder het bedrijfsleven, zijn daarbij betrokken. Samen bepalen ze welke ontwikkeling wenselijk is voor een gebied, in hoeverre ze daarvoor medeverantwoordelijk zijn en in hoeverre ze meebetalen. Dan hoef je als overheid geen heffingen op te leggen

Re:ageer