Wetenschap - 1 januari 1970

Bestuur blijft bij opheffen consumententechnologie

Bestuur blijft bij opheffen consumententechnologie

Bestuur blijft bij opheffen consumententechnologie


De raad van bestuur wil de opheffing van Consumententechnologie en
productgebruik, d leerstoelgroep van prof. Paul Terpstra, niet
heroverwegen. Dat zei voorzitter Aalt Dijkhuizen tijdens een overleg met de
gemeenschappelijke vergadering (GV).
De medezeggenschapsraad van de personeel en studenten van de universiteit,
vroeg de raad van bestuur om het plan te herzien. Volgens de GV is behoud
van de leerstoelgroep vooral van belang in het kader van de nieuwe
bacheloropleiding Gezondheid en maatschappij.
Dijkhuizen gaf echter geen krimp. Volgens hem is de leerstoel in het
verleden verschillende malen negatief beoordeeld door visitatiecommissies
en is het tijd om daar conclusies aan te verbinden. Wel wil de raad van
bestuur kijken of te zijner tijd een alternatieve leerstoelgroep kan worden
opgericht, waar eventueel ook medewerkers van Consumententechnologie en
productgebruik terecht kunnen. ,,Maar het is de vraag of Terpstra daar
past'', liet Speelman weten. Dat voor de raad van bestuur niet alleen de
kwaliteit meeweegt in de beslissing geeft Speelman toe. ,,De leerstoelgroep
past ook niet in de missie van Wageningen.'' De raad van bestuur gaat
onderzoeken welke onderwijselementen van de leerstoelgroep essentieel zijn.
Voor die vakken zal een oplossing worden gezocht
Volgens de raad van bestuur hebben visitaties aangetoond dat de kwaliteit
van het onderzoek van de groep onder de maat is. Terpstra, houder van de
leerstoelgroep, heeft bezwaar aangetekend tegen dat oordeel. Omdat de
leerstoelgroep is ondergebracht bij de kenniseenheid Agrotechnologie en
voeding is visitatie vanuit een milieuwetenschappelijk kader uitgevoerd,
terwijl dit volgens Terpstra vanuit de maatschappijwetenschappen had moeten
gebeuren. ,,Maar Terpstra is te laat geweest met het kenbaar maken van zijn
mening over de visitatie'', zegt Speelman.
Namens de leerstoelgroep bestrijdt dr Thea Steenbekkers deze stelling.
Terpstra heeft volgens haar wel degelijk tijdig gereageerd. Bovendien zijn
de conclusies over de kwaliteit van het onderzoek van de groep volgens haar
gebaseerd op een onderzoek over de jaren 1995–1998. ,,Over het onderzoek in
de jaren daarna is niet gecommuniceerd. Dat intussen een nieuw
onderzoeksplan is geformuleerd en de onderwerpen van onderzoek zijn
bijgesteld lijkt gemakshalve vergeten te worden. Laat staan dat is nagegaan
wat de inhoud en kwaliteit van deze onderzoeken zijn.

Re:ageer