Organisatie - 7 december 2006

Berenschot looft Wageningen

Adviesbureau Berenschot heeft een positief rapport uitgebracht over de ontwikkeling van Wageningen UR. Volgens de organisatieadviseurs is de verzelfstandiging van DLO succesvol en is er sprake van groeiende samenwerking tussen DLO en Wageningen Universiteit. Berenschot schrijft dat in een evaluatie voor het ministerie van LNV.

Het organisatieadviesbureau baseert zijn evaluatie op een enquête onder klanten van Wageningen UR en interviews met hoge ambtenaren van LNV, managers van Wageningen UR en belangrijke klanten. Berenschot concludeert uit de peiling dat de verzelfstandiging van DLO in 1997 een succes is. Het onderzoek van de onderzoeksinstituten sluit nu beter aan op de vraag van klanten en is ondanks bezuinigingen op een goed niveau gebleven.
De veranderingen hebben wel lang geduurd, stelt Berenschot, en zijn te lang een zaak geweest van het hogere management. Ze hebben een negatief effect gehad op de binding van medewerkers met de organisatie. ‘Medewerkers van Wageningen UR zouden best wat trotser mogen zijn. De instelling en de kwaliteit van de onderzoekers wordt door klanten zeer gewaardeerd.’
Frank Breemer, auteur van het rapport, zegt dat het negatieve zelfbeeld onder andere blijkt uit de moeite die onderzoekers hebben om Wageningen UR te verkopen. ‘Wij horen van klanten van Wageningen UR dat jullie onderzoekers wat tobberig overkomen. Denk aan de onderzoekstarieven. Wageningse onderzoekers verontschuldigen zich bij klanten voor de hoge tarieven. Als je objectief naar de tarieven kijkt, is daar geen enkele reden voor. Maar het werkt natuurlijk als een self-fulfilling prophecy.’
Breemer adviseert Wageningen UR om grote wijzigingen in de organisatie in de komende tijd te vermijden. ‘Wageningen UR moet doorgaan met het organiseren van slimme prikkels voor samenwerking en cultuurontwikkeling in plaats van het afdwingen van samenwerking door bijvoorbeeld structuurwijziging.’
Berenschot waarschuwt in het rapport wel dat de instituten er niet in zijn geslaagd om meer opdrachten van het bedrijfsleven in de wacht te slepen. De instituten met een publieke oriëntatie - Groene ruimte en Maatschappij - zijn gegroeid, terwijl Plant, Dier en Voeding, die zich traditioneel meer met het bedrijfsleven bezighouden, zijn gekrompen. DLO en LNV zouden samen manieren moeten zoeken om de samenwerking met bedrijven te bevorderen.
De organisatieadviseurs adviseren ook om de verschillen tussen universiteit en instituut niet te laten verwateren. ‘De meerwaarde van de samenwerking is groter naarmate beide onderdelen er in slagen hun eigen identiteit te behouden.’

Re:ageer