Wetenschap - 7 april 2016

Berendse pleit voor Natuurnetwerken

tekst:
Roelof Kleis

Berendse pleit voor Natuurnetwerken
De natuur verandert voortdurend. Het natuurbeleid moet daar veel meer rekening mee houden, zegt vertrekkend hoogleraar Natuurbeheer en plantenecologie Frank Berendse. Hij pleit voor een tweedeling in ons landschap: gebieden waar de landbouw dan wel de natuur prioriteit heeft.

Frank Berendse in 2010. De vertrekkend hoogleraar wil gebieden aanwijzen waar de natuur voorrang heeft.

Bij uw afscheid vorige week werd u benoemd tot Officier in de orde van Oranje Nassau. Een verassing?

‘Ja, volslagen. Ik heb eens even nagekeken wie hem zoal hebben gekregen. Daar zit ook Jac. P. Thijsse bij, de grondlegger van de natuurbescherming in ons land. Ik ben er heel trots op.’

In uw afscheidsrede zet u de dynamiek van de natuur tegenover de starheid van het natuurbeleid. Houden we teveel vast aan het bestaande?

‘Nederland ziet er botanisch gezien nu heel anders uit dan in de jaren zeventig, toen ik begon naar wilde planten te kijken. Aan de ene kant zijn er de veranderingen in het landschap, gedreven door demografische en economische ontwikkelingen. Aan de andere kant is er de dynamiek van de soorten en de voortdurende verschuivingen van hun leefgebieden. Die zijn het gevolg van klimaatverandering, maar ook allerlei andere veranderingen kunnen afname of toename van een soort veroorzaken. We proberen soms krampachtig bepaalde soorten in stand te houden, maar we zullen moeten accepteren dat dingen kunnen veranderen. Wilde planten en dieren gaan en staan waar ze willen.’

Moeten we dan maar niets doen?

‘Zeker niet! We moeten zorgen dat de randvoorwaarden voor natuur in orde zijn. Voldoende oppervlakte komt daarbij op de eerste plaats. Er zijn heel veel plekken in Nederland waar natuur en landbouw elkaar ontzettend dicht op de huid zitten. Daarom pleit ik voor een stelsel van Regionale Natuurnetwerken. In die RNN’s moet de natuur geen last hebben van de negatieve effecten van de landbouw wat betreft waterhuishouding, bemesting en bestrijdingsmiddelen. Het geld voor agrarisch natuurbeheer moet in die gebieden worden geconcentreerd. Daar kun je ook investeren in biologische landbouw en kleinschalige recreatie. Daarnaast heb je dan gebieden waar landbouw kan worden bedreven.’

Hoe groot moet zo’n Regionaal Natuurnetwerk zijn?

‘Groot genoeg om de negatieve effecten van de landbouw buiten de netwerken op afstand te houden. Ik denk toch al snel aan 100 tot 200 vierkante kilometer.’

Wat betekent dat voor ons land?

‘De grote bioloog Edward Wilson, de grondlegger van het begrip biodiversiteit, berekent in zijn net uitgekomen boek Half Earth dat de helft van onze planeet ongeschonden moet blijven om 80 procent van alle soorten een toekomst te geven. Dat is een gedachte die we niet kunnen afdoen als naïef. De essentiële vraag is: hoeveel vierkante kilometer is nodig om de verschillende soorten natuur in ons land een echte toekomst te geven? In Wageningen zouden we alles op alles moeten zetten om die vraag te beantwoorden.’


Re:ageer