Wetenschap - 1 februari 2001

Bengaalse monstergarnalen

Bengaalse monstergarnalen

Sonja Scheffers, zesdejaars Rurale ontwikkelingssociologie

"Voor mijn stage- of afstudeerproject - ik ben nog aan het bedenken wat het gaat worden - heb ik drie maanden in Bagherhat, een stadje in het zuidwesten van Bangladesh, gezeten. Daar heb ik onderzoek gedaan naar een nieuw integrated farming system, genaamd Gher, en dan met name hoe de allerarmsten van de bevolking dit nieuwe systeem managen. In het systeem, dat door de bevolking zelf is ontwikkeld, wordt rijstteelt gecombineerd met garnalenteelt. Je moet het zien als een soort vijver, die in de droge tijd in het midden droog staat: daar groeit dan de rijst. Aan de randen, die nog wel onder water staan, zitten de garnalen. In de natte periode staat alles onder water en worden er dus alleen garnalen geteeld. Om de 'vijver' staan dijkjes, waarop groenten verbouwd worden.

Zo zijn er het hele jaar door inkomsten, want de garnalen, kingsize monsters, brengen veel geld op. Het punt is alleen dat ze ook heel duur zijn om te telen. Hun voedsel, de chemicali?n en het oogsten kosten gewoon veel geld. Voor de relatief rijkeren is dit geen probleem, maar voor de armen wel. Zij hebben geen toegang tot de banken en moeten dus, tegen een woekerrente, bij loansharks gaan lenen. Ze krijgen onaflosbare schulden en komen zo in een armoedespiraal terecht. Een oplossing voor hen zou kunnen zijn om in plaats van dure garnalen, witte vis te gaan telen. Voor de allerarmsten, de landlozen, is het overigens w?l weer gunstig, want die kunnen nu als loonarbeider op de Gher-velden gaan werken en zien hun inkomsten flink stijgen.

Ik woonde op het terrein van de organisatie Care, die voorlichting geeft over verbetering van het systeem. Er werd bijvoorbeeld verondersteld dat de garnalen alleen bepaalde dure slakken eten, terwijl ze ook makkelijk gevoed kunnen worden met afval. Vanuit Care ging ik de dorpen langs om interviews af te nemen. Er is schrijnende armoede overal. Grote families wonen in kleine, simpele hutten. Alles eromheen is drassig, wat ook arm oogt. Toch vond ik het jammer dat ik niet in een van de dorpen kon wonen, want nu had ik helemaal geen band met ze. Ik kwam, stelde mijn - vaak best vervelende - vragen en ging weer weg. In het begin had ik echt het gevoel dat ik ze wat ontnam, omdat ik er niks voor in de plaats kon geven. Daar heb ik me wel overheen moeten zetten.

Gelukkig waren de mensen van de organisatie heel aardig, en dankzij hun warme onthaal heb ik me kunnen redden daar. Verder was het namelijk best eenzaam. Het is een moslimgemeenschap en dan kun je als vrouw gewoon niet alles doen en laten. Ze vonden het al vreemd als ik alleen wegging."

Clarieke Hidden

'Ik kwam in een dorp, stelde mijn - vaak best vervelende - vragen en ging weer weg'

Re:ageer