Wetenschap - 29 maart 2018

Ben jij vrij in je onderzoek?

tekst:
Stijn van Gils

De KNAW maakt zich zorgen om de academische vrijheid. Onderzoek zou te veel gestuurd worden door het bedrijfsleven, bijvoorbeeld doordat veel geld wordt verdeeld via de Topsectoren, waar bedrijven bij betrokken zijn. Ook bij de besprekingen over het nieuwe strategische plan van WUR speelt academische vrijheid een rol. Hoe vrij voelen onderzoekers van WUR zich?

illustratie Henk van Ruitenbeek

Gerlinde de Deyn - GA--20150612-N75_8132.jpg

Gerlinde De Deyn
Persoonlijk hoogleraar Bodemkwaliteit

‘Op zich voel ik me wel vrij, maar het wordt lastiger. We worden beïnvloed in de insteek van het onderzoek. Zelfs in de Vidi-beurs, die is bedoeld voor fundamenteel onderzoek, is de toepassingsparagraaf nu verplicht. Het zou mij niet verbazen als je nu met een puur fundamenteel voorstel minder kans maakt. Ik vind het jammer dat het onderzoek op die manier minder vrij en ongebonden wordt. Persoonlijk heb ik hier niet zo’n last van. Mijn onderzoek leent zich goed voor samenwerking met bedrijven en die samenwerking helpt me soms ook echt om mijn werk beter te doen. Het is wel eens voorgekomen dat ik allerlei factoren wilde onderzoeken en dat de samenwerkingspartners me toen hebben geholpen om de belangrijkste te selecteren. Dat mag ook wel gezegd worden.’

 

Wamelink.jpg

Wieger Wamelink
Ecoloog Wageningen Environmental Research

‘Ik voel me vrij om te onderzoeken wat ik wil, maar je moet wel creatief zijn. Voor mijn project over plantengroei op Mars kan ik bijvoorbeeld lastig gewone fondsen vinden. Dat los ik nu met crowdfunding op. Soms lukt het even niet om financiering te vinden en laat ik projecten in sluimerstand doorlopen. Zodra er dan weer geld is, pak ik het terug op. Ik vind het prima om ondertussen onderzoek in opdracht uit te voeren en vragen van anderen te beantwoorden, maar opdrachtgevers hebben niets te zeggen over de conclusies. Dat weten ze en ik heb daar nog nooit gedoe mee gehad. Tegelijkertijd baart de focus op de Topsectoren mij wel zorgen. Voor milieuonderzoek is nu nauwelijks geld, omdat bedrijven hier geen direct belang bij hebben en dus niet meebetalen. Met alternatieve vormen van financiering zoals crowdfunding kun je dat deels opvangen, maar het is geen structurele oplossing. Het is niet voor niets dat Wageningen Environmental Research het nu zo zwaar heeft.’

 

Fleck.jpeg

Christian Fleck
Universitair hoofddocent bij
Systems and Synthetic Biology

‘Er is niemand die mij zegt wat ik moet doen, dus in die zin ben ik vrij. Maar toch, bij functioneringsgesprekken gaat het vooral over hoeveel geld ik binnenhaal en in mindere mate over het aantal publicaties waarbij ik betrokken ben. Om geld binnen te halen moet ik strategisch denken en me richten op bepaalde thema’s. Dat hindert mijn vrijheid. Er wordt erg gefocust op simpele indicatoren zoals de impactfactor van de tijdschriften waarin we publiceren. Soms wordt gezegd dat dit komt door het bedrijfsleven, maar ik denk dat het dieper ligt. Ik denk dat een gebrek aan vertrouwen is en het niet gedurfd wordt om onderzoekers vrij te laten. Dat is overal in Europa een trend. Ik heb wel de indruk dat Nederland geobsedeerd is door publiek-private samenwerkingsverbanden. Alsof onderzoek samen met bedrijven automatisch beter is. Maar bedrijven moeten winst maken en zijn daarom vaak erg conservatief en gericht op de korte termijn. Goed onderzoek heeft visie en vrijheid nodig. De grootste wetenschappelijke doorbraken worden bereikt met echt vrij onderzoek. Nobelprijswinnaars wonnen met onderzoek dat ongebonden was.’

 

Emely de Vet.png

Emely de Vet
Hoogleraar Gezondheidscommunicatie en Gedragsverandering

‘Kort antwoord: ja, ik voel me vrij. Mijn onderzoeksbudgetten komen vooral uit de tweede geldstroom, dus het geld voor het fundamentele onderzoek. In mijn geval van NWO, en dan vooral van ZonMw, zeg maar de medische en gezondheidstak van NWO. Mijn onderzoek gaat namelijk over hoe je een gezonde leefstijl kunt stimuleren. Dat het bedrijfsleven invloed heeft op deze programma’s is niet mijn ervaring. Het is wel zo dat veel calls een duidelijke focus hebben en dat een aanvraag goed bij een call moet passen om succesvol te zijn. Mijn indruk is dat die focus heel zorgvuldig op basis van kennissyntheses en programmeringsstudies wordt bepaald, vaak samen met wetenschappers. Daar kun je dus als onderzoeker invloed op hebben, maar dan moet je wel op het juiste moment meepraten.’

 

MirteBosseBW1.png

Mirte Bosse
Postdoconderzoeker, Fokkerij en Genetica

‘Ik vind dit een lastige kwestie. Ik heb het idee dat ik binnen de lijnen van mijn onderzoek alle vrijheid heb. Ik kan volledig zelf bepalen welke data ik verzamel en hoe ik deze analyseer. Maar bij het bepalen van het type onderzoek en het stellen van onderzoeksvragen voel ik me wel gebonden. Vorig jaar haalde ik een Veni-beurs binnen, waarmee ik in juni ga beginnen. Zulke beurzen zijn specifiek bedoeld voor fundamenteel onderzoek, maar zelfs in de onderzoeksvoorstellen daarvoor moet al beschreven worden hoe de kennis benut gaat worden. Dit geeft mijn onderzoek soms wel een andere richting. Ik vind dit een kwalijke ontwikkeling, want de echt grote ontdekkingen kunnen juist ontstaan in hoeken waar je het niet verwacht. Als onderzoeker in de genetica kijk ik bijvoorbeeld heel graag meer naar evolutie, maar dat is veel minder relevant voor de fokkerijsector.’

 

Erik Poelman - webpage.jpg

Erik Poelman
Tenure track-onderzoeker, Laboratorium voor Entomologie

‘Ik voel me absoluut vrij om te onderzoeken wat ik wil, maar de druk op vrij fundamenteel onderzoek neemt toe. Het wordt steeds lastiger om mijn fundamentele onderzoek gefinancierd te krijgen door de enorme competitie voor een beurs. Ik ben lid van beoordelingscommissies en daar zie ik dat te veel excellente onderzoeksvoorstellen niet kunnen worden gefinancierd. Deelname aan beurzen binnen de Topsectoren is niet vanzelfsprekend. Precompetitief onderzoek dat goed aansluit bij de beursronde kan ik niet altijd indienen door het ontbreken van de benodigde private partijen. Bedrijven worden overladen door onderzoekers die samen willen werken om zo geld binnen te halen. Bedrijven kijken heel gericht welke kennis hen het meeste zal opleveren en geef ze eens ongelijk. Deze voorselectie belemmert de diversiteit in onderzoek al voordat de voorstellen op wetenschappelijke kwaliteit worden beoordeeld. Ik zou daarom graag zien dat een deel van het geld uit de Topsectoren weer naar vrij fundamenteel onderzoek gaat.’


Re:ageer