Wetenschap - 5 oktober 2009

Bemiddeling helpt vaak niet bij een waterconflict

Twee landen met een watergeschil hebben niet altijd baat bij een bemiddelaar. Als de bemiddelaar niet met een heldere verdeelsleutel komt, duurt het geschil langer dan zonder bemiddelaar.

De Ganges
Tot die conclusie komt dr. Erik Ansink, die afgelopen week promoveerde bij de leerstoelgroep Milieueconomie. Hij paste de speltheorie toe op waterconflicten.
Een voorbeeld van contraproductieve bemiddeling was de eerste Amerikaanse interventie in het conflict tussen Israël en zijn Arabische buren over het water van de Jordaan. De VS definieerden de waterrechten niet goed. Daardoor ontstonden verschillende verwachtingen over de verdeling ervan, zegt Ansink. Het conflict duurde voort, totdat er een plan kwam waarin het water werd verdeeld aan de hand van de hoeveelheid geïrrigeerd land in de omringende landen. Met dat eenduidig meetbare criterium ontstond een duurzamer verdrag.
Wat ruziemakers over water ook goed moeten beseffen, is dat de hoeveelheid water per jaar verschilt. ‘Dat klinkt logisch’, zegt Ansink, ‘maar de variabiliteit speelt in weinig waterverdragen een rol.’ Landen spreken een verdeelsleutel af voor de gemiddelde hoeveelheid water. Maar bij minder water blijkt die verdeelsleutel niet meer gunstig voor een of beide partijen.
Dat kun je ondervangen. Een voorbeeld is de waterverdeling tussen India en Bangladesh over de Ganges. Sinds 1972 hebben die landen meerdere verdragen afgesloten, die telkens werden verbroken. Interventies van de Verenigde Naties hielpen niet. Sinds 1996 hebben de landen een verdrag waarbij de hoeveelheid water in de rivier wordt gemeten. In droge perioden geldt een ander verdeelpercentage dan in natte perioden. Sindsdien wordt het verdrag ‘met wisselend succes’ nagekomen, zegt Ansink.  
Waterconflicten zijn complex. Ansink versimpelde de conflicten met behulp van speltheorie. ‘Dan reduceer je waterconflicten tot een spelletje waarin beide spelers willen winnen, om zoveel mogelijk winst uit het water te halen.’
Bij zijn weten zijn er nog geen oorlogen ontstaan over water – ‘ja eentje, vierduizend jaar geleden’ -  maar is schaars water wel een drijvende kracht in conflicten tussen landen.
Erik Ansink promoveerde op 29 september bij prof. dr. Ecco van Ierland, hoogleraar Milieueconomie en natuurlijke hulpbronnen.

Re:ageer