Organisatie - 5 juni 2008

Belhamel, de liberale voorganger van Resource

Voordat er Resource was, was er Wb. En voordat er Wb was, was er weer een ander blad, en daarvoor weer een ander. En helemaal aan het begin was er de Belhamel. Niet onderworpen aan enige censuur genoten de makers van de Belhamel een vrijheid die nu, dertig jaar na dato, in de wetenschappelijke gemeenschap schaars is geworden.

Het laatste nummer van Belhamel uit 1977
Het laatste nummer van Belhamel uit 1977

Foto: .

Een stukje in de Belhamel kostte de onlangs overleden gezinssocioloog Kees de Hoog in het midden van de jaren zeventig bijna zijn baan. De Hoog werd geschorst als ambtenaar toen hij schreef over een rekening van een etentje in kasteel Doorwerth, waarvan hij een kopietje in handen had gekregen. Wageningse bestuurders hadden zich samen met lokale ondernemers op een doorleefde zaterdagavond voor tienduizend gulden laten verwennen, schreef De Hoog. Op kosten van de Landbouwhogeschool Wageningen.
Leugens, vond de rector. Het ging om 9.897 gulden, en het diner had niet op een zaterdagavond plaatsgevonden maar op een vrijdagavond. De Hoog was ambtenaar af. De ambteloze periode van de socioloog en columnist duurde dankzij de bestuursvoorzitter overigens maar een uur. De Hoog zou nog jaren doorgaan met onderzoek doen en kritische columns schrijven.
‘Toen ik vroeg in de jaren zeventig in Wageningen kwam werken bestond de Belhamel al’, herinnert oud-voorlichter Piet Aben zich. ‘De LH betaalde het blad, en daarin konden de studenten en de jongere medewerkers kwijt wat ze wilden. Er stonden wel eens rare stukken in, ja. Maar de bestuurders waren op zo’n manier niet verantwoordelijk voor wat er naar buiten kwam. Dat had zo zijn voordelen.’
De Belhamel was een product van het progressieve klimaat van de jaren zeventig. Het blaadje drukte een kritische boekbespreking van de Bijbel af naast een aankondiging van het verschijnen van een themanummer Sexisme en wetenschap van Wetenschap en samenleving, ‘het orgaan van het Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers (VWO) en de Bond voor Wetenschappelijke Arbeiders (BWA)’.
In dezelfde geest is het stuk over de eerste proeven met gentechnologie dat De Belhamel op 3 april 1975 afdrukte onder de kop ‘Konkurrentie aanleiding tot onverantwoorde experimenten’, ‘Sinds 1972 bestaat de mogelijkheid om willekeurig wat voor eigenschappen van mens, dier of plant in te brengen in een bakteriecel’.
De Belhamel schuwde conflicten niet. Sterker, die mat het blad breed uit, zeker als het de eigen medewerkers betrof. Toen hoogleraar Cees Veeger uithaalde naar de Belhamelcolumnist en latere milieugoeroe Lucas Reijnders, kreeg de biochemicus daarvoor de volledige voorpagina tot zijn beschikking. Reijnders, zo schreef Veeger op 8 mei 1974, was ondanks zijn aanzienlijke productie een beroerde wetenschapper en een leugenaar. ‘Men ziet in zijn recente stukken een luctor et abortus- (ik worstel en drijf af) complex naar boven komen’, schampt Veeger. ‘Onbeheerstheid, gekoppeld aan hele en halve onwaarheden, zinsverdraaiingen en woordveranderingen. Zijn drang om te publiceren is zo groot dat hij zich niet meer bekommert om de waarheid.’
In zijn column scheldt Reijnders vrolijk terug. Als Veeger het zo belangrijk vindt dat er alleen goede wetenschappers in Wageningen werken, vraagt Reijnders zich af, waarom lopen er dan uitstekende onderzoekers gillend bij hem weg?
In 1977 fuseerde De Belhamel met de LH-berichten, het wekelijkse periodiek van de LH, tot het Wageningse Hogeschoolblad (WHB). ‘Wageningen groeide en had behoefte aan een professioneler blad, samengesteld door journalisten’, zegt Aben. ‘Maar net zoals bij de Belhamel moest het een vrij podium blijven voor de meningen van alle studenten en medewerkers. Het bestuur moest zich niet met de inhoud bemoeien.’

Re:ageer