Wetenschap - 1 januari 1970

Belgische promovendus hekelt Nederlandse planningscultuur

De mensen die werken in de ruimtelijke ordening in Nederland werken in een planningscultuur die erg dichtgetimmerd zit en waarin weinig tot geen plek is voor zelfkritiek. Maar ze weten niet beter, stelt drs ir Kristof van Assche in zijn promotieonderzoek. Wetenschapsinstellingen legitimeren daarin cirkelredeneringen die de planningscultuur in stand houden.

De Belgische promovendus houdt Nederland een spiegel voor, waarin het alom gecultiveerde vooroordeel dat de Nederlandse ruimtelijke ordening beter is georganiseerd dan de Belgische aan het wankelen wordt gebracht. Met verwijzingen naar de postmodernistische filosofie, de cultuurgeschiedenis, de antropologie, de architectuur, de semiotiek en drie praktijkstudies zet Van Assche een beeld neer van een ruimtelijke ordening die welhaast incestueus genoemd kan worden.
De Nederlandse planningscultuur is 'dichtgecementeerd', stelt Van Assche, en werkt met concepten die niets te maken hebben met de werkelijkheid. Van Assche bekritiseert bijvoorbeeld het in Nederland gebruikelijke onderscheid tussen groene, rode en blauwe functies, omdat dat in discussies vaak een eigen leven gaat leiden. Zo wordt de ruimtelijke ordening van zijn eigen werkelijkheid losgeweekt, en gaat de abstrahering ervan een eigen leven leiden. Zo wordt het vermeende ruimtegebrek in Nederland een optelsom van functies, en lijkt het daarmee meer een probleem voor de planningscultuur dan voor de Nederlandse bevolking.
Nieuwe begrippen worden in deze planningscultuur op een vergelijkbare manier geïncorporeerd. Begrippen als meervoudig ruimtegebruik, interactieve planvorming en het recente ‘ontwikkelingsplanologie’ worden in de Nederlandse planningscultuur geformaliseerd als ordeningsinstrumenten. 'Conflicten worden geïnterpreteerd binnen oude kaders met de roep om meer onderzoek en meer draagvlak', aldus Van Assche. Kennisinstituten als Alterra, Habiforum, het Innovatienetwerk voor Groene Ruimte en Agrocluster en het Ruimtelijk Planbureau spelen hierin een belangrijke rol.
'Er is een symbiose van bijna honderd jaar', stelt Van Assche. Met meer zelfbewustzijn en zelfkritiek zou de Nederlandse ruimtelijke ordening beter functioneren, vindt Van Assche, maar hij beseft dat zijn dissertatie vooral als kritiek wordt gezien. 'Je bent eerst negatief, deconstructief, daarna kun je opbouwen. Het probleem is dat je door een enorme laag weerstand moet.' MW

Drs ir Kristof van Assche promoveert vrijdag 29 oktober bij prof. Anton van der Valk, hoogleraar Landgebruiksplanning.

Re:ageer