Wetenschap - 7 november 2002

Belevingsonderzoekers werken samen in netwerk XL

Belevingsonderzoekers werken samen in netwerk XL

Het landschap gezien als een ijsje

XL is de hippe afkorting van het nieuwe eXpertisenetwerk Landschapsbeleving. Op vrijdag 1 november presenteerden belevingsonderzoekers uit heel Nederland het nieuwe samenwerkingsproject dat wordt getrokken door drs Agnes van den Berg van Alterra. Het blijkt niet eenvoudig landschapsbeleving mee te nemen in het ontwerpproces.

Beleving speelt al jaren een dominante rol in de discussie over de natuur en het landschap van Nederland. Met XL wil Van den Berg het tot nu toe erg versnipperde wetenschappelijke onderzoek bundelen om te komen tot 'praktisch toepasbare instrumenten om mensenwensen te verwezenlijken'. Met de huidige diversiteit aan belevingstheorie?n en -methodieken wil ze de belevingswaarde vertalen in planvorming en ontwerp, en duidelijk maken dat beleving geld waard is in de huidige maatschappij.

Landschapsarchitect Dirk Sijmons van het gerenommeerde bureau H+N+S was sceptisch. "De manier van werken is weinig veranderd sinds ik in 1972 als stagiair werkte bij de Rijksplanologische Dienst. De methodische verwarring en de ambitie zijn nog ongeveer hetzelfde." Dat idee werd niet door alle deelnemers aan de openingsdiscussie gedeeld. Directeur Staatsbosbeheer Cees Vriesman schetste de verandering in natuurbeleving, die Staatsbosbeheer probeert te vatten in arrangementen als het Boomkroonpad en natuurwandelingen zonder bordjes maar m?t positiebepaling via GPS. Prof. Jaap Lengkeek onderkende de'enorme vlucht in de vraag naar beleving'. Hij stelde echter ook dat er al erg veel beleving is en herhaalde zijn oproep 'heel bewust te interveni?ren om ervoor te zorgen dat je juist geen beleving krijgt'.

De scepsis van landschapsarchitect Sijmons werd begrijpelijk tijdens de workshops. Want het is moeilijk de vaak abstracte kennis over landschapsbeleving te gebruiken als input in het ontwerpproces. Hoe categoriseer je bijvoorbeeld de verschillende soorten natuurbeleving? Ga je mensen indelen naar hun natuurbeeld? Kijk je of ze wildernis mooi vinden, of de functionele natuur van de landbouw of de arcadische natuur van de Verkade-albums? Tijdens de workshop over die indeling bleek dat daar het laatste woord nog niet over is gezegd.

Een andere manier om natuur- en landschapsbeleving te categoriseren is door het maken van een koppeling met de leefstijl van mensen. Onderzoeksbureau Motivaction deelde de Nederlandse bevolking in de leefstijlen Tolerante socializer (11 procent), Actieve individualist (17 procent), Volkse familieclan (23 procent), Gesettelde idealist (13 procent), Gemeenschapsgezinden (12 procent), Huiselijken (13 procent) en Gehaaste middenklassers (11 procent).

Drs Anco van der Veen van Bureau Middelkoop liet zien dat zulke leefstijlen een goede input kunnen geven voor het ontwerp van woonwijken. Voor Lelystad-Zuid had Van der Veen een wijk ontworpen op die leefstijlen. "Het is wonen in een nieuw cultuurlandschap. Dat betekent eerst het landschap maken en daarna het woonconcept ontwikkelen." Zo kwam ze tot een woonwijk waarin het bos domineert voor de actieve individualisten en de gesettelde idealisten, een wijk met Vinexdichtheid voor de gehaaste middenklassers, en een dorpse woonwijk voor de volkse familieclan en de gemeenschapsgezinden.

Landschapsarchitecte drs Lon Sch?ne van Alterra liet zien dat het ontwerp van een gemeenschappelijke tuin voor deze verschillende leefstijlen heel verschillend kan uitpakken. De volkse familieclan kreeg een onderhoudsvrije tuin zonder priv?-plekje en met een gezamenlijke barbecue. Voor de gesettelde idealist ontwierp Sch?ne een tuin met wilde en zichzelf bedruipende begroeiing die veel onderhoud vergt en niet zo netjes is, en met kleine priv?-tuintjes om in te zitten.

Inderdaad: niets nieuws onder de zon, gewoon ontwerp zoals Sijmons dat gewend is van landschapsarchitecten, afgezien van een gedegen marktonderzoek vooraf.

Toch gaan de ambities van het belevingsonderzoek verder. Van der Veen wil de woonconcepten voorleggen aan een consumentenpanel. Sch?ne vergeleek de werkwijze met het maken van een ijsje. Daar wordt marktonderzoek eerst ingezet om te bepalen welke kleur het ijsje krijgt, maar daarna wordt ook weer met onderzoek gecontroleerd of de kleur daadwerkelijk aanspreekt. Dat kan met landschapsontwerpen ook, aldus Sch?ne. | Martin Woestenburg

Re:ageer