Wetenschap - 31 mei 2001

Beleidsevaluatie blijft groeimarkt voor Alterra

Beleidsevaluatie blijft groeimarkt voor Alterra

De tussentijdse politieke beleidsevaluatie onder de naam woensdag gehaktdag en het actuele idee om gemeentelijke rekenkamers op te richten, wijzen volgens directeur dr. Andr? van der Zande van Alterra op een blijvende aandacht voor de resultaten van beleid. Ondertussen werkt het ministerie van VROM aan de oprichting van het Ruimtelijk Planbureau per 1 januari 2002. Hoe gaat Alterra met die toenemende vraag om beleidsonderzoek om?

"Dat klinkt wel erg hongerig", antwoordt Van der Zande op de vraag of Alterra de hofleverancier moet worden van het nieuw op te richten Ruimtelijk Planbureau. "Ik heb het ministerie van VROM geadviseerd om het Ruimtelijk Planbureau te organiseren als netwerkplanbureau, zoals bij het Natuurplanbureau." Alterra zou in dit kennisnetwerk bijvoorbeeld onderzoek kunnen doen naar de groene aspecten, terwijl een instituut als TNO Inro kennis kan leveren over infrastructuur en vervoer.

Dat wil niet zeggen dat Alterra zich niet voorbereidt op de toekomst, vertelt Van der Zande. Met een strategische alliantie met de Rijksplanologische Dienst (RPD) zoekt het instituut bijvoorbeeld naar een gezamenlijke programmering van onderzoek naar ruimtelijke ordening en groene ruimte vanuit de ministeries van VROM en LNV. Twee Alterranen zijn daartoe gedetacheerd bij de RPD: bestuurskundige dr. Ed Dammers, specialist in het ontwikkelen van toekomstscenario's, en recreatieonderzoeker dr. Margit J?k?vi, bekend van haar onderzoek naar de vrijetijdsbesteding van allochtonen.

De mogelijke uitbreiding van het planbureau-onderzoek en de stijgende vraag naar beleidsevaluerend onderzoek maakt ook de dataverzameling belangrijker, stelt Van der Zande. Dankzij de betere ontsluiting van gegevens via de digitalisering is er volgens hem sprake van een 'herwaardering van de oorspronkelijke data', zoals bijvoorbeeld de database met vegetatiegegevens. "Het is belangrijk dat je generator van data bent."

Volgens Van der Zande zijn er dankzij de toenemende aandacht voor kwaliteit niet alleen kwantificeerbare data nodig over plantensoorten of bodemprofielen, maar ook kwalitatieve meetnetten voor bijvoorbeeld landschapsbeleving en gebiedsgericht beleid. 'Procesmonitoring' is volgens Van der Zande de nieuwe loot aan het monitoringsonderzoek die moet leiden tot betrouwbare gegevens over de ontwikkeling van de landschapsbeleving bij burgers of de samenwerkingsverbanden op regionaal beleidsniveau. | M.W.

Re:ageer