Wetenschap - 14 september 2010

Beleid werkt beter als vissers meepraten

tekst:
Joris Tielens

Vissers spelen een steeds grotere rol in het visserijbeleid. En dat is pure winst, concludeert promovendus Luc van Hoof.

iStock_kotter.jpg
Tot de jaren negentig, vertelt Van Hoof, bepaalde de overheid met behulp van wetenschappelijk onderzoek hoeveel vis er gevangen mocht worden op zee. Die quota werden opgelegd aan vissers. Maar de vissers waren het nooit eens met de ecologen en fraudeerden met de regels. Daarbij waren de boetes laag. 'De laatste trek was voor de boetes', zegt van Hoof. Ook de veilingen werkten mee met fraude, een situatie waar in 1990 CDA-minister Gerrit Braks over struikelde.
Er moest wat veranderen aan het beleid. Een eerste poging tot verbetering waren verhandelbare vangstrechten. Vissers mochten onderling quota kopen en verkopen. Van Hoof: 'Dat was een afvalrace, waarbij de sterkere bedrijven quota kochten van de slechteren'. De overbevissing nam inderdaad af omdat er minder schepen kwamen.
Helft vissers moet weg 
Maar intussen ging het de vissers economisch niet goed af. Sinds 2000 is de kottervloot gehalveerd, waardoor vissersdorpen als Urk langzaam hun identiteit verliezen. Nu nog zou volgens Van Hoof de helft van de vissers weg moeten, wil het restant van de vissers een behoorlijke boterham kunnen verdienen. 'Maar winst komt bij de vissers pas op de vierde plaats. Hun eerste prioriteit is continuïteit. Daarna een bedrijfsopvolger en tot een visserij gemeenschap behoren.'
Econoom Van Hoof kent de visserijsector als zijn broekzak. Hij was jarenlang hoofd visserijonderzoek bij het LEI en werkt tegenwoordig bij Imares. Na de vangstrechten volgden verdergaande vormen van participatie van vissers in beleid. In co-management spreken vissers met de overheid af wanneer en hoeveel ze vissen. Het aanbod van vis wordt daardoor verspreid over het jaar, wat beter is voor de prijs.
Convenanten 
Nog verder gaat samenwerking tussen vissers en milieuorganisaties. Een voorbeeld is het convenant dat gesloten werd over de mosselvisserij op de Waddenzee. 'Er was echt grote ruzie op de Waddenzee. Jarenlang vochten milieuorganisaties de visserij juridisch aan', zegt Van Hoof. In het convenant werden ze het met elkaar eens. Ook over de Noordzee werd een convenant gesloten tussen vissers, ngo's en overheid. Dat leidde tot forse investeringen in technische verbeteringen aan boten, waardoor nu minder bijvangst overboord wordt gezet. Alle vis wordt straks MSC-gecertificeerd.'
Wonderlijk snel
Van Hoof concludeert dat participatie van vissers in beleid pure winst heeft opgeleverd. 'En het is wonderlijk snel gegaan. De sector is in korte tijd verandert van in zichzelf gekeerde bedrijven in het beklaagdenbankje, naar een open sector die verantwoording aflegt aan de samenleving.' De bewijslast is daarbij volgens Van Hoof omgedraaid. Moest vroeger de overheid met behulp van de wetenschap de visserij grenzen opleggen, nu legt de visserij zelf verantwoording af aan ngo's en publiek. Niet langer probeert de overheid aan te tonen dat de visserij schadelijk is, maar moet de sector zelf aantonen dat ze duurzaam vissen.
Van Hoof promoveert bij de leerstoelgroep Milieubeleid van professor Tuur Mol. Hij verdedigt woensdag 15 september zijn proefschrift 'Who rules the waves'.

Re:ageer