Wetenschap - 1 januari 1970

Beleid cultuurhistorie is 'lippendienst'

André van der Zande is in Wageningen vooral bekend als directeur van Alterra en directeur-generaal van het ministerie LNV. Tijdens zijn inauguratie als bijzonder hoogleraar liet hij duidelijk merken dat hij verder wil werken aan de typisch Wageningse samenwerking tussen disciplines.

Prof. André van der Zande presenteerde zich op donderdag 20 april als bijzonder hoogleraar Ruimtelijke planning en cultuurhistorie. De leerstoel wordt betaald door het stimuleringsprogramma voor de cultuurhistorie Belvedere, net als de leerstoelen van de archeoloog Jan Kolen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de in Wageningen opgeleide landschapsarchitect Erik Luiten aan de TU Delft.
Van der Zande vergeleek in zijn rede de manier waarop cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening aandacht krijgt met de wijze waarop natuur in de afgelopen decennia een steeds belangrijkere rol kreeg. In vergelijking tot die 'emancipatie' van de natuur is het overheidsbeleid ten aanzien van cultuurhistorie nog steeds 'teveel lippendienst en technocratie', stelde hij. Er wordt veel over cultuurhistorie gepraat, maar volgens Van der Zande wordt behoud van cultuurhistorie nog niet als een urgente en belangrijke kwestie beschouwd, zoals behoud van natuur. Bovendien heeft de historische sector geen krachtige lobby, vindt hij.
Ondertussen gaat er steeds meer cultuurhistorie verloren, aldus Van der Zande. Sinds 1940 is het aantal historische boerderijen gehalveerd. En sinds 1900 is ook het aantal cultuurhistorische lijnelementen, zoals onverharde wegen, dijken en kades, sloten en lijnvormige beplanting, met meer dan de helft afgenomen.
Wetenschappelijk komt de cultuurhistorie er ook bekaaid af. Zo is er volgens Van der Zande nauwelijks onderzoek gedaan naar cultuurhistorische waarden in het landschap. 'We weten ook niet wat erbij komt', vulde Van der Zande aan. Hij ziet bijvoorbeeld de Rotterdamse Erasmusbrug als een toekomstige Eiffeltoren voor de Maasstad. Ook wil Van der Zande meer zicht op wat de bevolking vindt van cultuurhistorie, want dan kun je keuzes maken, omdat er toch cultuurhistorie zal verdwijnen. 'Iedereen die zijn zolder opruimt, weet dat je niet alles kunt bewaren.'
Van der Zande verwerpt de gebruikelijke verklaringen voor de weinig florissante stand van zaken, namelijk het gebrek aan kennis, kunde en instrumenten. Kennis is er genoeg, vindt de hoogleraar, die wijst op een 'lawine' aan rapporten en atlassen, Maar er is volgens hem geen overeenstemming over de manier waarop kennis die wordt gebruikt. Aan kundigheid is bij planners en beslissers ook geen gebrek, maar ze geven volgens Van der Zande nog steeds de voorkeur aan een 'naijlend moderniteitparadigma', waarin nieuw beter is dan oud. Instrumenten zijn er ook, maar Van der Zande wees erop dat bijvoorbeeld provincies het instrument voor beschermde landschapsaanzichten weigeren te gebruiken.
Van der Zande ziet een belangrijke functie weggelegd voor de bevolking. 'Burgers en ondernemers willen steeds meer zelf diegenen zijn die beslissen over investeringen, zowel waar het de private als de publieke investeringen betreft.' Veelal ontaardt de betrokkenheid van de bevolking in een 'hindermacht’, maar Van der Zande wil die omzetten in een constructieve kracht. 'Dat vereist wel een overheid die afstapt van de verticale hiërarchische sturingsfilosofie van de twintigste eeuw en die meer uitgaat van de netwerksamenleving en de tendens naar horizontalisering die dat qua sturing oplevert.'
Van der Zande pleitte verder voor meer 'meer lerend en ontwerpend actieonderzoek in echte investeringsprojecten in concrete gebieden'. Dat soort onderzoek zou volgens hem vooral interactief moeten zijn, en dat past bij de traditie die Van der Zande heeft helpen ontwikkelen bij Alterra. 'Ontwerpen is op deze wijze beoefend een dynamisch proces van leren en gezamenlijk een nieuwe betekenis geven aan het gebied.' / MW

Re:ageer