Wetenschap - 1 januari 1970

Beestjes en baasjes

Beestjes en baasjes

Beestjes en baasjes


Dat op Droevendaal veel dierenliefhebbers zitten is intussen wel bekend,
maar ook achter de muren van andere studentenwoningen huist menig beestje.
Sommige studenten sparen kosten noch moeite om hun favoriete dier dichtbij
te hebben. En het gaat niet altijd om de standaard hond, kat, kanarie of
konijn.

Francois en de mieren

Hij heeft wel eens moeten rennen voor zijn leven, want sommige
mierensoorten zijn behoorlijk agressief. Maar dergelijke avonturen kunnen
Francois Weeseman niet weerhouden van de voortdurende speurtocht naar
interessante mierenvolkjes. Het is dan ook niet zo maar een hobby, maar
eerder een onbedwingbare passie die zich niet alleen uit in zijn studie
biologie, maar ook in zijn vakantieplannen en de inrichting van zijn
woning. Op zijn vijfde zat hij thuis al de tegels uit het tuinpad te
lichten.
Eén kamer in het huisje aan de Dijk staat vol met bakken waarin gipsen
wandjes het idee van een ondergronds nest suggereren. Omdat Weeseman op het
punt staat met zijn vriendin naar de VS te vertrekken is het grootste deel
van de nesten al bij een bevriende mierenliefhebber ondergebracht, maar de
wriemelende houtmieren en bedrijvige Griekse oogstmieren illustreren wat
Weeseman ziet in de dieren: hij is gebiologeerd door de hoge mate van
samenwerking van de insecten. Weeseman richt zich in zijn opleiding op dat
bijzonde fenomeen, maar in de vakanties komt de avonturier in hem naar
boven. De reizen die hij maakt staan allemaal in het teken van mieren.
Gewapend met schepje, bakjes en benodigde vergunningen stapt hij keer op
keer op het vliegtuig, op zoek naar een nieuwe soort. Een nest uitgraven is
net schatgraven, met als grootste verschil dat de mieren de neiging hebben
zich te verdedigen; hij werd regelmatig tot bloedens toe gebeten. En dat is
geen pretje, verklaart Weeseman, maar wanneer hij de verschillende nesten
toont die hij eigenhandig heeft uitgegraven glinsteren zijn ogen.

Stompie en Marije

Het verdwenen achterpootje werkt regelmatig op de lachspieren van
huisgenoten en vrienden, maar het gemis ervan wordt pijnlijk duidelijk
wanneer Stompie uitgestrekt in de zon ligt en jeuk achter zijn oortje hem
uit zijn sluimering haalt. Dan draait zijn kopje zich verwachtingsvol in de
juiste stand en sluit hij zijn oogjes om optimaal te kunnen genieten van
het heerlijke gekrabbel dat hij zichzelf nu ieder moment kan geven, het
stompje begint te wiebelen en het missende pootje krabt alsof het een lieve
lust is. Stompie kijkt verontwaardigd wanneer hij zich bewust wordt van de
afwezigheid van zijn poot en voor zijn dagelijkse krabbeurt klopt hij dan
maar aan bij baasje Marije Broekhuijsen.
Over de verdwijning van het pootje doen vele legenden de ronde. Zo zou hij
aan zichzelf zijn gaan knagen toen het voerbakje een tijd leeg bleef of
werd het pootje weggehaald door huisgenoten die Stompie anders niet konden
onderscheiden van Sjoerd, de kat van de buren. De waarheid is dat de
Stompie, die toen nog Micky heette, werd aangereden en zijn hiel
verbrijzelde. Toen Broekhuijsen besloot het pootje te laten amputeren kon
ze niet vermoeden dat de kat met drie poten zo stoer zou zijn. Hij is de
twee andere huiskatten gemakkelijk de baas tijdens een stoeipartij, al moet
Stompie er wel bij gaan liggen en met zijn voorpoten het werk doen. Of het
aan zijn natuurlijke overwicht of solidariteit van zijn tegenstanders ligt
is niet bekend, maar de twee andere katten volgen Stompies voorbeeld en
gaan ook liggen wanneer er gevochten moet worden.
Broekhuijsen gaat bijna op stage en laat haar kat achter bij huisgenoten
die maar weinig affectie voelen voor het dier. Dat is niet de situatie
waarin Broekhuijsen Stompie graag achterlaat, want de kat is belangrijk
voor haar; het warme gevoel voor een beestje dat er altijd is verdrijft de
eenzaamheid. Om te voorkomen dat Stompie uithongert en noodgedwongen aan
zijn laatste achterpootje gaat knagen regelde Broekhuijsen toch maar een
onderhuurster die de verzorging voor de kat graag op zich neemt.

Reptielen Tim

Op een van de laatste warme zomeravonden kan je in de kamer van Tim
Bossinga zomaar het gevoel bekruipen dat je in een tropisch paradijs bent.
De bakken vol groene planten geven de kamer de sfeer van een regenwoud, de
krekels gaan tekeer en wanneer ook nog een tjitjak zijn klikkende geluid
laat horen is de aantrekkingskracht van reptielen opeens begrijpelijk.
Een aantal jaar geleden had Bossinga ook bidsprinkhanen. De enorme insecten
liepen los door de kamer en Bossinga vond het geweldig als gasten
terugdeinsden wanneer ze de dieren opeens gewaar werden.
Maar de meeste mensen vinden zijn beesten eerder interessant dan eng. Hij
is niet de enige Wageningse bioloog met een liefde voor reptielen en grote
insecten. Via bevriende biologen kwam hij aan zijn eerste dieren en bakken
en via hen komt hij ook nu altijd wel aan iets nieuws.
De bidsprinkhanen heeft hij niet meer en alle reptielen zitten veilig
achter glas. Hoewel, één gekko moet nog ergens door de kamer struinen, maar
Bossinga heeft het beest al tijden niet meer gezien.
Zeven bakken die in alle soorten en maten tegen de wanden van zijn kamer
staan worden bevolkt door gekko's, een varaanachtige, een tjitjak en een
ruig uitziende stekelnekagaam. De agaam poseert trots voor de camera en
toont zijn stekels. Het stoere uiterlijk van baasje Bossinga past
wonderlijk goed bij de ruige stekels van het kleine groene fotomodel. Maar
Bossinga's stoerheid maakt plaats voor tederheid wanneer de agaam genoeg
krijgt van de pose en duidelijk gestrest raakt; uiterst voorzichtig zet
Bossinga het beest weer terug in zijn hok.

Buck, Bob, Knor en De Kogel

Het begon als een grap om KSV'ers te pesten: met een varken dat Knor heet
door de Hoogstraat lopen. In de Ceresmond heten leden van de katholieke
studentenvereniging immers knorren. Maar toen het varken eenmaal kwam was
het geen grap meer voor de bewoners van Cereshuis De Kogel. Het dier hoort
helemaal bij het huis.
Zo ook hond Buck. De kruising tussen Bouvier en Ierse wolfshond werd
vroeger altijd meegenomen naar het introductiekamp van Ceres, maar daar is
het dier nu te oud voor. Knor is wel mee geweest en dat was niet de eerste
keer dat het varken zich aan de Ceresleden vertoonde. Enkele weken geleden
werd hij weer eens meegenomen naar het mensa-eten op de vereniging en tot
grote hilariteit van herenhuis De Kogel begon Knor de bewoners van een
vrouwenhuis lastig te vallen door rond hun tafel en zelfs erbovenop eten
bij elkaar te scharrelen. Hiervoor hadden de heren wel eerst een spoor van
mayonaise moeten leggen, dat Knor met smaak opslobberde. Uiteindelijk werd
zoveel mayonaise voor de neus van het gulzige varken gespoten dat het dier
alles weer uitkotste, precies naast de tafel van het vrouwenhuis. Volgens
de baasjes van het varken was het een dolle boel.
Van die baasjes is Daniel Knoop degene die het meest met de dieren heeft.
Hij zoekt naar leuke beesten op internet en vond zo ook minischaapje Bob,
de laatste aanwinst. Naast het zware varken lijkt het schaap een bizarre
grap van de natuur; twee turven hoog, gedraaide hoorns op zijn kop en vier
hele dunne pootjes.
Wanneer Bob uit de wei wordt gehaald dribbelt hij met duidelijke tegenzin
naast baasje Knoop over de dijk. Bob moet op de foto, maar vermaakte zich
prima tussen de grote schapen en doet verwoede pogingen om door het hek
heen te kruipen, terug naar zijn vriendjes. Uiteindelijk tilt Knoop het
dier maar in zijn armen. Hij heeft duidelijk een zwak voor het kleine
schaapje. | L.M.

Re:ageer