Wetenschap - 1 januari 1970

Beer Poeh en de landbouwtechnologie

Beer Poeh en de landbouwtechnologie


Winnaars essayprijs laken beheersing in veehouderij

De veehouderij gaat te veel uit van beheersing van de natuur via vernuftige
technologie en laat daarmee te weinig ruimte voor de ordeningsmechanismen
die planten en dieren zelf eigen zijn. Door in landbouwsystemen welbewust
vrijheid te laten voor die ordeningsmechanismen, kan net zo goed
geproduceerd worden als via strakke beheersing van dieren en planten.

Dat is de filosofische boodschap van een essay van dr Peter Groot Koerkamp
van het IMAG en drs Bram Bos van ID-Lelystad, die ook filosoof is bij de
UvA. Het essay won de eerste prijs in een essaywedstrijd van de Nederlandse
Vereniging voor Techniek in de Landbouw (NVTL). De schrijvers winnen er
vijftienhonderd euro mee. In het essay praten de auteurs met Poeh, de beer
met een klein beetje verstand. Ze leggen hem uit dat er orde zit in
biologische en sociale processen en dat mensen die kunnen aanwenden voor de
productie van voedsel. Niet door ze volledig te beheersen, maar door ermee
samen te werken. Poeh wist dat natuurlijk allang, want het is de Poeh-
manier. De auteurs passen hun stelling ook toe op de huidige crisis door de
vogelpestepidemie. Volgens hen is de veelgehoorde reactie dat een uitloop
buiten voor kippen na deze crisis uit den boze zou zijn typerend voor de
klassieke ingenieursbenadering van afsluiten, controleren en beheersen.
Volgens hen zijn er ook andere, verstandige reacties mogelijk. Dieren
hebben nog steeds weerstandsvermogen, maar de economische ‘noodzaak’ van
een ziektevrij dier maakt dat we een zekere ziektedruk die de weerstand op
peil houdt niet meer accepteren, schrijven de auteurs.
Beide auteurs werkten samen in het meerjarige LNV-programma Nieuwe
Veehouderijsystemen, waar verschillende disciplines hun kennis bundelen.
LNV gaf na de mond- en klauwzeercrisis opdracht voor het omvangrijke
programma om daarmee te zoeken naar duurzamer vormen van veehouderij.

‘Wat zit je daar te schrijven?’ vroeg Poeh.
‘Poeh en techniek’, antwoordde ik.
‘Poeh en de wat?’ vroeg Poeh aarzelend.
‘Poeh en de techniek’ , antwoordde ik.
‘Waar gaat het over?’ vroeg Poeh.
‘Nou, over techniek in de landbouw, dus over hoe jouw eten wordt gemaakt’,
antwoordde ik.
‘Is dat lekker?’ vroeg Poeh.
‘Sommigen kwijlen van techniek, anderen vinden het maar niets’, antwoordde
ik.
‘Hoe komt dat?’ vroeg Poeh.
‘Dat zal ik vertellen,en ook hoe het beter kan’ zei ik.
(uit: voorwoord van Poeh en de wederkerige technologie)

| J.T.

Re:ageer