Wetenschap - 1 januari 1970

Bedrijfsnatuurplannen moeten regionaal worden afgestemd

Bedrijfsnatuurplannen, ondernemingsplannen gericht op bijvoorbeeld natuurbeheer en agrotoerisme, sluiten volgens Alterra goed aan bij het nieuwe landbouwbeleid dat dergelijke groene diensten stimuleert. De plannen moeten dan echter wel meer vraaggericht zijn en regionaal op elkaar worden afgestemd.

Alterra onderzocht twintig van de circa 1600 bedrijfsnatuurplannen die Nederlandse boeren sinds 1992 maakten. Uit het onderzoek blijkt dat op ruim de helft van de bedrijven de maatregelen uit het bedrijfsnatuurplan binnen twee à drie jaar zijn gerealiseerd. Dat noemen de onderzoekers een ‘aanzienlijk’ resultaat.
Bedrijfsnatuurplannen zijn volgens de onderzoekers belangrijk bij het ‘internaliseren van natuur en landschap’ bij de boeren. Momenteel zijn ze echter nog wel te veel gericht op dat wat de boer kan leveren - het aanbod -, en te weinig op datgene wat de natuur nodig heeft - de vraag. Dat moet veranderen, vinden de onderzoekers. Daarnaast concluderen zij dat Rijk en provincies weinig aandacht besteden aan het ruimtelijk rangschikken van alle maatregelen die boeren en natuurbeheerders in een gebied treffen.
,,De bedrijfsnatuurplannen waren voor de boeren goed om vertrouwd te raken met de natuur en om zich professioneel te ontwikkelen’’, concludeert Alterra-onderzoeker dr Dick Melman. ,,Maar we moeten nu toe naar het bundelen van bedrijfsnatuurplannen tot regionale natuurplannen op het niveau van de agrarische natuurverenigingen.’’ Deze regionale plannen moeten aansluiten op de regelgeving van het Rijk, de provincies en Europa.
Om de kosten die boeren maken voor hun bedrijfsnatuurplannen in de overgangsituatie naar het nieuwe beleid van de groene diensten te dekken, stelt Alterra een subsidiëring voor. | M.W.

Re:ageer