Wetenschap - 31 mei 2001

Bedrijfsleven maakte van aardappeleter groente-eter

Bedrijfsleven maakte van aardappeleter groente-eter

Wetenschappers en bedrijven bepalen al een eeuw wat op tafel staat

Omdat het ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag is, begin ik altijd met een stevige multivitamine, aangevuld met onder meer glucosamine, ribose, creatine, vanadylsulfaat en DHEA. In totaal slik ik 's ochtends zo'n dertig pillen. Zo haal ik moeiteloos de honderdtien, denk ik zelf. Maar volgens mijn omgeving kom ik niet verder dan de helft. Als je niet langer 'natuurlijk' eet, maar je dieet laat bepalen door industrie, geschifte Amerikaanse goeroes en wetenschap vraag je om problemen. "Eet toch gewoon!", hoor ik vaak. "Neem groenten en fruit. En volkorenbrood en rauwkost. Van al die pillen ga je alleen maar eerder dood."

Enkele weken geleden verscheen het boek De voeding van Nederland in de twintigste eeuw. Het is geschreven omdat de Nederlandse Vereniging van Voedingsleer en Levensmiddelentechnologie in 1999 vijftig jaar bestond. Een goede aanleiding voor een terugblik op honderd jaar onderzoek naar en onderwijs in voeding en gezondheid. In de laatste eeuw, zo wordt duidelijk uit de artikelen van achttien wetenschappers, hebben het bedrijfsleven en de wetenschap een zwaar stempel op onze voedingsgewoonten gedrukt.

Omstreeks negentienhonderd, lees ik in het artikel van dr. Adel den Hartog, tot voor kort verbonden aan de sectie Humane voeding en epidemiologie, aten Nederlanders nog nauwelijks groenten en fruit. Dat kon ook niet anders. "Het dieet bestond maar voor vijftien procent uit vet", zegt Den Hartog, die ook de redactie van het boek verzorgde. "Mensen haalden hun energie uit aardappels en granen. Daarom moesten ze grote hoeveelheden eten. Voor groenten, die praktisch geen energie leveren, was gewoon geen plaats." Die plaats ontstaat pas twintig jaar later. De bevolking krijgt dan meer geld en kan meer dierlijke producten, die meer vet en calorie?n bevatten, kopen.

Propaganda

Dat groenten die beschikbare ruimte ook gaan vullen, komt omdat de tuinbouwindustrie een afzetmarkt zocht voor zijn producten, zegt Den Hartog. "De tuinbouw exporteerde tot dan vooral naar Engeland en Duitsland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stokte de buitenlandse handel en dat betekende een grote strop. Om herhaling te voorkomen, besloot het Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen de Nederlandse markt te ontwikkelen." Een reclamecampagne gaat van start. Posters, die de consumenten ervan moeten overtuigen dat groenten onmisbaar voor de gezondheid zijn, verschijnen op straat en op rondrijdende auto's. 'Eet thans komkommers. Rijk aan vitamines. Een bron van gezondheid.' Het media-offensief wordt kracht bijgezet door de jonge voedingswetenschap, die zojuist de vitamines heeft ontdekt. En een aantal daarvan komen voor in de producten die de tuinbouwers willen verkopen. Die ontdekking komt voor het Centraal Bureau als een geschenk uit de hemel. "Het spreekt vanzelf," staat in een verslag van het Bureau dat Den Hartog in handen kreeg, "dat deze propaganda uit onverdachte bron ons slechts welkom kan zijn."

Rauwkost

Behalve wetenschappelijke doorbraken en een expanderende economische sector is er nog een factor die groenten en fruit helpt inburgeren: de uit Duitsland overgewaaide Reformbeweging. Aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw was Duitsland ongeveer wat Californi? nu is: een sociaal laboratorium, waar onze manier van denken over gezondheid, lichaam en voeding wordt gemaakt. Californi? geeft ons volleybal, aerobics en fitness. Duitsland gaf ons K?rperkultur, turnen en gymnastiek. Californi? geeft ons soja-snacks en supplementen. Duitsland gaf ons volkorenproducten en het vegetarisme.

Den Hartog: "In de Reformgedachte waren rauwe groenten ook belangrijk. Die zouden voedingsstoffen bevatten die niet meer in geraffineerde voeding zitten. 'Rohkost', heette dat in Duitsland. Wij hadden er geen woord voor, en daarom namen we de term maar letterlijk over uit het Duits. Pas jaren later is 'Rohkost' vernederlandst tot 'rauwkost'."

Met het voet aan de grond krijgen van de Reformbeweging en het groeien van de welvaart bereikt de consumptie van groenten in de jaren zeventig zijn hoogtepunt. De inspanningen van de tuinbouwsector, die in de jaren vijftig niet langer 'propaganda' maar 'voorlichting' gaan heten, zijn daar niet vreemd aan. Op huishoudbeurzen, voorlichtingsavonden, in folders en brochures verkondigen 'voorlichters' het belang van groenten en fruit. De sector roept zelfs het radioprogramma Zeg groenteman, wat eten we vandaag? in het leven, dat helemaal gaat over groenten en fruit. Twaalf jaar lang is het uitgezonden.

Aha. Niet alleen pillenslikkers zoals ik zijn een resultaat van de bemoeienis van goeroes, wetenschappers en bedrijven met onze voeding. De voorvechters van een 'normale' voeding, met hun groenten, fruit en volkorenproducten zijn dat net zo goed. Ze lopen alleen achter.

Willem Koert

De voeding van Nederland in de twintigste eeuw - Balans van honderd jaar werken aan voeding en gezondheid, A.P. den Hartog (red.), Wageningen Pers, ISBN 9074134971, 84,80 gulden.

Re:ageer