Wetenschap - 1 januari 1970

Bedrijfscafé maakt ondernemers ‘minder eenzaam tussen de wetenschappers’

Bedrijfscafé maakt ondernemers ‘minder eenzaam tussen de wetenschappers’

Bedrijfscafé maakt ondernemers ‘minder eenzaam tussen de wetenschappers’


Ondanks somber economisch perspectief grote opkomst businesscafé

,,Er hadden 75 mensen zullen komen’’, zegt mr Margriet Kleter terwijl ze
kijkt naar de tafel waar de badges op liggen. ,,Daarvan zijn er nog negen
niet komen opdagen.’’ De drijvende kracht achter het eerste Wageningse
business café is tevreden. Op de namiddag van 20 maart ziet het kleine
dranklokaal naast de Junushoff zwart van de mensen. Honderddertig
potentiële ondernemers, kopstukken en vergadertijgers hebben hun opwachting
gemaakt.
Sponsor van het café was hijzelf, meldt directeur van Kenniseenheid Dier
prof Wim Jongen nonchalant. Zijn reden: ,, Ik vind het belangrijk dat
Wageningen zich ontwikkelt tot een marktgerichte organisatie. Dit café is
bedoeld als trefpunt voor ondernemers. Ik hoop dat dit ertoe bijdraagt dat
ondernemers inspiratie kunnen opdoen en zich minder eenzaam zullen voelen
tussen al die wetenschappers.’’
De komende maanden zijn er vijf bijeenkomsten gepland, elk op de derde
donderdag van de maand en in het Junuscafé. Afgaande op het groeiende
aantal ondernemers in de bestanden van Margriet Kleter, zal ook dan
waarschijnlijk de opkomst aanzienlijk zal zijn.
,,Acht ondernemers werken nu aan concrete bedrijfsplannen’’, zegt Kleter.
,,We hebben daarnaast, in twee afzonderlijke sessies met onderzoekers van
Groene Ruime en Plant, in totaal achttien cases besproken. Daarbij zijn
goede ideeën naar voren gekomen. Tenslotte zijn we bezig met een groep van
dertig studenten, waarvan er in ieder geval één gevorderde plannen heeft.’’
Ir Kees van Ast is in zijn nopjes met de Wageningse interesse in het
ondernemerschap. ,,We hebben in het verleden te weinig aan
kennisexploitatie gedaan’’, zegt de vice voorzitter van Wageningen UR.
,,Maar nu zijn we ervan overtuigd dat Wageningen UR niet alleen voor goed
onderwijs en onderzoek moet zorgen, maar dat we de kennis die we genereren
ook tot waarde moeten brengen in bedrijven. Nee, niet alleen om de
resultaten daarvan weer in onze eigen organisatie te stoppen, maar ook
omdat dat onze maatschappelijke taak is. Het gaat niet alleen om de
centen.’’
Startende ondernemers krijgen niets cadeau, vindt Pol van den Bergen, de
belangrijkste spreker van de middag. Van den Bergen is directeur van
Dreamstart, een initiatief van Economische Zaken dat ‘technostarters’ op
weg moet helpen. ,,Er is oorlog, de beurzen liggen plat, de consumenten
hebben er geen zin in en de bereidheid van geldschieters om te investeren
in nieuwe bedrijven is gering’’, somt hij op. ,,Ik ben blij dat er toch nog
zoveel ondernemende mensen zijn komen opdagen.’’
De cijfers geven aan waar Van den Bergen zijn opgewekte pessimisme op
baseert. In een doorsnee jaar, waarin geen sprake is van economische
neergang, gaan er zo’n vijftigduizend bedrijven van start. Daar zitten dan
minder dan 1500 kennisintensieve bedrijven bij. Een jaar later zijn er van
die 1500 bedrijven nog ongeveer 175 over. Weer twee jaar later zijn dat er
nog 75.
,,Voor een kennisland al Nederland is dat natuurlijk niet goed’’, zegt Van
den Bergen. ,,We zeggen graag dat we een kennisland zijn en dat onze
economie is gebaseerd op Research & Development. Maar dat blijkt niet uit
de cijfers.’’
Dat moet veranderen, vindt Van den Bergen. ,,Veertig procent van de nieuwe
kennisbedrijven komt voort uit de universiteiten en instituten. De rest
komt voort uit bestaande bedrijven. Ik vind dat universiteiten de
maatschappelijke plicht hebben meer bedrijven te laten ontstaan. Die
veertig procent moet eigenlijk uitgroeien tot zestig procent.’’
Hulp uit de instellingen en van de overheid is daarvoor onontbeerlijk,
vindt Van den Bergen, en dat geldt dubbel en dwars voor de life sciences en
de pharma.,,Investeerders hebben moeite om in te schatten welke
initiatieven perspectief hebben en welke niet, en zijn daarom terughoudend.
Zeker als het slecht gaat met de economie.’’
Het onderwijsministerie OCW en het ministerie van EZ zouden daarbij kunnen
helpen door gerichter in de wetenschap te investeren, vindt Van den Bergen.
,, De gelden van onze overheid gaan een beetje hiernaartoe, een beetje
daarnaartoe. Maar daar schiet je natuurlijk niet veel mee op. Je doet geen
onderzoek voor de grap. Je wilt er wat mee. Gelukkig begint die gedachte
ook op de ministeries door te dringen.’’
Een andere factor die de offspin en outspin van bedrijven remt is de starre
academische cultuur, heeft Van den Bergen gemerkt. ,,Universiteiten zijn
veelkoppige dieren. Ik heb vaak gesproken met Colleges van Bestuur, terwijl
ik daarna moest ontdekken dat ik nog niks had bereikt. Binnen de
universiteit bevonden zich nog allerlei kleine koninkrijkjes, met
wetenschappers aan het hoofd die zich bedreigd voelden door afsplitsende
bedrijfjes.’’
In Wageningen is dat anders, hoopt Van den Bergen. ,,Ik heb van de website
van Wageningen UR het organogram uitgeprint om een beeld te krijgen van
jullie organisatie’’, zegt hij. ,,Niet meer accuraat, hoorde ik. Het schema
was al twee maanden oud. In zo’n dynamische omgeving moeten toch veel
ondernemers rondlopen.’’ | W.K.

Fotobijschrift:
Meer dan honderd mensen bezochten het eerste Wageningse Businesscafé en
bespraken hun ondernemingsplannen of dronken zichzelf nog wat moed in. De
bijeenkomst wordt voortaan elke derde donderdag van de maand gehouden. |
foto Guy Ackermans

Meer informatief over het businesscafé op www.wur-businesscafe.nl.

Re:ageer