Wetenschap - 1 januari 1970

Bedreigde graslanden beïnvloeden klimaat evenzeer als regenwouden

Bedreigde graslanden beïnvloeden klimaat evenzeer als regenwouden

Bedreigde graslanden beïnvloeden klimaat evenzeer als regenwouden


De opwarming van de aarde is een heet hangijzer en veel aandacht gaat uit
naar de opslag van het broeikasgas CO2 door bossen. Weinig mensen weten
echter dat graslanden in dit opzicht even belangrijk zijn, en mogelijk nog
meer worden bedreigd dan bossen. Dat zegt prof. Leendert ’t Mannetje,
emeritus hoogleraar graslandkunde.

’t Mannetje werkt mee aan een groot onderzoeksproject naar de
koolstofopslag door graslanden dat van start is gegaan in Colombia en Costa
Rica. Het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking steunt het
vijf jaar durende project met 1,3 miljoen euro. Participerende instituten
dragen in totaal 2,2 euro bij. ,,Het is een goede ontwikkeling dat er nu
zo’n groot onderzoek naar graslanden van start is gegaan. De rol van
graslanden in het koolstofbudget van de aarde verdient meer aandacht van
onderzoekers, beleidsmakers, politici en de bevolking in het algemeen.’’
’t Mannetje wijst erop dat graslanden zelfs in groter gevaar zijn dan het
tropisch regenwoud, als gevolg van overbegrazing en het oprukken van de
landbouw. Veel graslanden hebben te maken met forse bodemdegradatie en
woestijnvorming, waardoor de koolstofopslag een halt wordt toegeroepen en
in de bodem opgeslagen koolstof kan vrijkomen.
Initiatiefnemer van het onderzoeksproject in Zuid-Amerika is dr Maria
Cristina Amezquita, die gepromoveerd is bij ’t Mannetje. Zij heeft een
aantal onderzoeksinstellingen in Colombia en Costa Rica betrokken in het
project, waaronder het Intenational Center for Tropical Agriculture in
Colombia en het Centro Agronómico Tropical de Investigación y Ensenanza in
Costa Rica.
Amezquita: ,,We zijn blij met het geld van de Nederlandse overheid. Ik vind
ook dat in eerste instantie Westerse landen dit soort onderzoek naar
koolstofopslag zouden moeten financieren. Zij zorgen per slot van rekening
voor de meeste vervuiling en uitstoot van broeikasgassen op aarde.’’
De Colombiaanse merkt op dat Westerse landen steeds meer interesse krijgen
in projecten ter bevordering van koolstofopslag in Zuid-Amerika en andere
delen van de wereld. Volgens het Kyoto-protocol kunnen landen meedoen aan
‘koolstofhandel’. Landen die moeilijk zelf extra koolstof kunnen opslaan in
bossen, graslanden of andere ecosystemen of anders de uitstoot van CO2
kunnen of willen verminderen, mogen ‘koolstofrechten’ kopen van landen die
daar wel toe in staat zijn. Zo heeft de Nederlandse overheid afgelopen week
besloten om van achttien landen, waaronder Brazilië, Panama en El
Salavador, koolstofrechten te kopen. Nederland wil via de koolstofhandel
zo’n vijftig procent van de voorgenomen CO2-doelstellingen bereiken.
Amezquita: ,,Niemand weet echter nog hoeveel je moet betalen voor een ton
koolstof. Daar zal de komende tijd nog veel over onderhandeld worden.’’ Zij
hoopt dat ook haar thuisland Colombia op den duur koolstofrechten gaat
verkopen aan Westerse landen. ,,Het land kan het geld goed gebruiken en we
hebben beduidend meer potentieel voor koolstofopslag dan landen als El
Salvador en Costa Rica. Ons land is zo’n zestien keer groter.’’
Het koolstofopslagonderzoek in Colombia en Costa Rica richt zich op
meerdere ecosystemen; metingen zullen onder meer plaatsvinden op de flanken
van het Andesgebergte, in savannes en laagvlakten aan de kust van Colombia.
Vanuit Wageningen werken ook dr Bram van Putten, leerstoelgroep Wiskundige
en statistische methoden, en dr. Peter Buurman, leerstoelgroep Bodemkunde
en geologie, aan het onderzoek mee. |
H.B.

Re:ageer