Student - 5 juni 2014

Bata

Wat voorafging: Bianca is niet zo sportief en gaat liever naar de kroeg. Derk is juist een fanatieke en gedisciplineerde sporter.

Er hing een uitgelaten sfeer bij de start van de Batavierenrace. Rond het Nijmeegse sportcentrum kletsten studenten met biertjes in hun hand. Bianca nam het glunderend in zich op en zwaaide naar haar jaarclubgenootjes in het publiek. Toen het startschot klonk rond middernacht, haakte ze meteen aan bij het snelste groepje. Dit zou een eitje worden, dacht Bianca tevreden. Pas buiten het startterrein schrok ze op uit haar trance, toen teamgenoot Derk naast haar kwam fietsen.
‘Wat ben je rood’, zei hij. Bianca sputterde wat, maar moest toegeven dat haar benen snel in lood veranderden. Weg van de mensenmassa merkte ze bovendien hoe donker en kil het was. De kopgroep was ze ondertussen kwijt en andere lopers haalden haar snel in.
‘Je bent toch niet te snel van start gegaan?’ vroeg Derk. Hij had zich uitstekend voorbereid en hoopte een goede groepstijd neer te zetten. Bianca vertraagde nog steeds en Derk fietste inmiddels zo langzaam dat hij nauwelijks overeind bleef.
‘Jezus, Bianca. Heb je überhaupt getraind?’
‘Het is echt fucking zwaar,’ gromde ze, zonder zijn vraag te beantwoorden. Ze waren nu buiten het zicht van de start. Rond Bianca’s mondhoeken hing slijm en ze gooide haar benen ongecoördineerd naar voren. Haar gedachten dwaalden af naar de avonden dat ze had zitten opscheppen in de kroeg. ‘Vier kilometer, wat stelt dat nou voor? Daar hoef ik echt niet voor te trainen.’ Haar vriendinnen zouden lachen als ze haar geploeter konden zien.
‘Ik kan niet meer’, zei ze, en terwijl ze afremde, tikte haar ene been het andere aan. Onhandig plofte ze op het asfalt om in huilen uit te barsten.
‘Oh, nee,’ zei Derk, die eerder geïrriteerd dan bezorgd klonk. Gehaast trok hij Bianca overeind waarop zij snikkend achterop stapte. Er waren nauwelijks nog mede-lopers te zien toen ze plotseling linksaf sloegen.
‘Ik heb twaalf jaar in Nijmegen gewoond, dit gebied ken ik als m’n broekzak’, bromde hij vastberaden. Stevig trappend slingerde Derk door verlaten straten. Toen het parcours weer in zicht kwam, liet hij Bianca afstappen. De kopgroep kwam juist voorbij en ze glipte in het gat dat daarachter viel.
‘Je bent er bijna,’ zei Derk. ‘Nu nog even op je tanden bijten.’ Met het wisselpunt al in het vizier voelde Bianca immense opluchting. Ze veegde haar gezicht enigszins droog met haar mouw, trok een moeizame glimlach en begon een pijnlijke eindsprint.

‘Bianca, held,’ schreeuwden haar jaarclubgenootjes. Ze grijnsde. Toch een mooi verhaal op de kroeg.



Re:ageer