Wetenschap - 1 januari 1970

Bart Bosveld | Kleine zoogdieren

Bart Bosveld | Kleine zoogdieren

Bart Bosveld Kleine zoogdieren

Naam Bart Bosveld, 40 jaar

Project Biomarkers bij kleine zoogdieren

Instituut Instituut voor Bos en Natuuronderzoek

Budget Twee ton

Aanvang project 1997

Looptijd 1999 is het laatste jaar

Financiers LNV-directie Wetenschapsbeleid en Kennisoverdracht

Partners Toxicologie (Landbouwuniversiteit), Diergeneeskunde (Universiteit Utrecht)

Wij zijn op zoek naar veranderingen die optreden in het lichaam onder invloed van milieuverontreinigende stoffen. Voor een deel doen we dat in het lab. We kijken hoe dieren reageren op PAK's, PCB's en zware metalen. Je ziet dat subtiele veranderingen optreden in enzymprocessen. Weefsel- en celstructuren in de geslachtsorganen veranderen. Dat heeft dus gevolgen voor de reproductie. Nu kijken we in het veld naar de effecten, op een vervuild terrein en een referentieterrein. Een deel van de Biesbosch is ingepolderd. Hier is lang geen overstroming meer geweest. Daarbuiten is door overstromingen vuil sediment afgezet. In die bodem zit een vijf tot tien maal hogere concentratie van PCB's, PAK's en zware metalen.

Het referentieterrein ligt aan de binnenkant van de dijk, het vervuilde terrein aan de buitenkant. Dus de terreinen liggen dicht bij elkaar. Bij spitsmuizen en woelmuizen kijken we onder andere hoe specifieke enzymen in het lichaam reageren. Daaruit kan je aflezen of een bepaalde groep stoffen in het beest terecht komt en of hiervan schadelijke effecten te verwachten zijn.

Voor die enzymmetingen heb je een stuk leven nodig, dus moeten we de dieren uit elkaar halen. Je kan zeggen dat dat is om de rest te redden. Met bedreigde diersoorten kan je dit niet doen. Daarom proberen we in een ander project, mede gefinancierd door het Platform Alternatieven voor Dierproeven, nondestructieve biomarkers te ontwikkelen.

We kijken ook naar de geslachtsorganen, omdat we willen weten of de verontreiniging effect heeft op de voortplanting. Dat is belangrijk om effecten op de populatie te kunnen voorspellen. We hebben al afwijkingen gevonden in de placenta.

Dat je effect ziet op enzymniveau, is vooral een waarschuwing. Effecten op de geslachtsorganen zeggen al meer over de werkelijke gevaren. Het uiteindelijke doel van dit onderzoek is nagaan wat er gebeurt op populatieniveau. Daarvoor moet je de jaarlijkse reproductie, sterfte en migratie in kaart brengen. Met modelberekeningen zijn hieruit de effecten op de populatie te voorspellen. Dat is niet mijn werk. We zien al wel dat er effecten optreden bij de vervuilde groep, maar dat is nog niet te vertalen in zoveel jongen zijn geboren in deze populatie en zoveel in die. Het is wel heel duidelijk een indicatie dat er wat aan de hand is.

Re:ageer