Wetenschap - 1 januari 1970

Bar weinig probleemgericht onderwijs in Wageningen

Bar weinig probleemgericht onderwijs in Wageningen

Bar weinig probleemgericht onderwijs in Wageningen

Dertig procent probleemgericht onderwijs (PGO) wil de raad van bestuur in de nieuwe onderwijsprogramma's van de Landbouwuniversiteit. Tot nu toe liepen de meeste onderwijscommissies niet erg warm voor het interactieve onderwijs waar de universiteit Maastricht mee aan de weg timmert. De meeste opleidingen voldoen niet aan de veel lagere PGO-norm die tot nu toe gold: zes studiepunten, ofwel drie procent


Dat blijkt uit een evaluatie van een werkgroep van de universiteit die op 23 maart werd besproken in de studentenraad. Als je goed gaat kijken, is er bar weinig zegt onderwijskundige ir Bart Ooms die het Wageningse PGO in kaart bracht. Twaalf van de achttien studierichtingen voldeden niet aan de norm. Uit gesprekken die ik de afgelopen jaren met studenten heb gevoerd, heb ik gemerkt dat studenten in principe wel enthousiast zijn over PGO, maar dat ze ook veel klachten hebben over de begeleiding. Volgens Ooms zijn docenten niet gewend om PGO te geven. Ze zijn gewend om als expert kennis aan te dragen, maar weten niet hoe ze een groep studenten die niet goed loopt op gang kunnen krijgen. Ze zijn gericht op het overdragen van kennis, niet op het begeleiden van groepen studenten.

Ooms maakt onderscheid tussen probleemgericht en probleemgestuurd onderwijs. Probleemgestuurd onderwijs. het model dat in Maastricht wordt gebruikt, is gericht op het zoeken van nieuwe kennis. Studenten zitten daar alleen aan het begin en het eind van een opdracht bij elkaar. De eerste bijeenkomst wordt volgens een vast stramien een opdracht geanalyseerd. Studenten gaan dan de rest van de opdracht zelf op zoek naar gegevens en presenteren later wat ze gevonden hebben. Het grootste deel van de tijd is zelfstudie, verklaart Ooms

Probleemgericht onderwijs, waarbij studenten in projectteams werken, is niet gericht op het verwerven, maar op het toepassen van kennis, bijvoorbeeld bij een maatschappelijk probleem. Prorector prof. dr ir Bert Speelman wil meer van beide onderwijsvormen in de Wageningse opleidingen. Meer probleemgestuurd onderwijs in het begin van de studie, meer probleemgericht aan het eind

De lage waardering van veel onderwijscommissies voor PGO wordt volgens Ooms veroorzaakt door de bescheiden positie die de onderwijsvorm tot nu toe heeft in Wageningen. Dat heeft een nadelig effect op de kwaliteit, omdat docenten en studenten onvoldoende getraind zijn. Bij de richting Milieuhygiƫne maken ze relatief veel gebruik van PGO en daar zie je dat studenten en docenten enthousiast zijn. Het plan om meer PGO in de onderwijsprogramma's op te nemen juicht hij dan ook toe. K.V

Re:ageer