Wetenschap - 10 mei 2007

Bange konijnen zorgen voor variatie

Konijnen grazen het liefst zo dicht mogelijk in de buurt van hun burcht. Pas als er echt te weinig voedsel is, wagen ze zich verder weg van hun veilige holen. Hierdoor creëren ze specifieke plekken in het ecosysteem waar planten gebruik van kunnen maken.

Doordat konijnen dicht bij hun holen blijven, creëren ze patronen in de vegetatie die anders niet ontstaan.
Natuurbeheerders roepen de laatste tijd regelmatig dat het konijn vervangen kan worden door grote grazers. Onderzoeker dr. Jasja Dekker van de Resource Ecology Group zet hier echter zijn vraagtekens bij. Uit zijn promotieonderzoek blijkt namelijk dat konijnen patronen in ecosystemen creëren die niet ontstaan bij begrazing door runderen en paarden. Niet omdat ze selecteren op kwaliteit, maar omdat ze gebonden zijn aan hun burcht. Voor koeien is het om het even waar ze grazen, als er maar voldoende goed gras is. Maar het eetgedrag van een konijn wordt niet alleen door de kwaliteit van het gras bepaald. De veiligheid is doorslaggevend.
Omdat konijnen direct rondom de burcht intensiever grazen dan verderop en omdat de ene plantensoort beter tegen begrazing kan dan de andere, ontstaan er ruimtelijke patronen in de vegetatie. ‘Konijnen maken specifieke niches zoals kale plekken waar pioniersoorten kunnen groeien’, vertelt Dekker. ‘Dat zie ik grote grazers nog niet doen.’
Koeien en paarden kunnen de konijnen wel helpen. In veel gebieden waar de dodelijke konijnenziektes al een tijdje zijn uitgewoed, treedt nauwelijks herstel op van de populatie. Grote grazers kunnen het tij keren. Dekker toonde aan dat een hoge dichtheid aan grote grazers in verruigde gebieden leidt tot meer kleine herbivoren zoals het konijn. 'Kleine grazers hebben last van veroudering van vegetatie. Grote grazers maaien het weer kort.' / Laurien Holtjer

Jasje Dekker promoveerde op 9 mei bij prof. Herbert Prins, hoogleraar Resource Ecology.

Re:ageer