Wetenschap - 1 januari 1970

Baculovirussen komen cel binnen met oude en nieuwe sleutel

Tuinders beschermen hun chrysanten steeds vaker met baculovirussen, ziekteverwekkers die korte metten maken met de mottenlarven die de bloemen aanvreten. De Wageningse aio ir Marcel Westenberg ontdekte dat baculovirussen cellen kunnen binnendringen op meer manieren dan wetenschappers altijd dachten. Het virus bezit het moleculaire equivalent van een oude sleutel die nog steeds cellen kan openmaken.

Een merkwaardige ontdekking lag aan het begin van het promotieonderzoek van Westenberg. Onderzoekers hadden altijd gedacht dat baculovirussen cellen binnenkwamen met het eiwit GP64, maar toen ze het genoom van het baculovirus Spodoptera exigua kernpolyedervirus analyseerden, ontdekten ze dat het gen voor dat eiwit ontbrak.
,,GP64 is een membraaneiwit’’, zegt Westenberg. ,,Het hecht zich aan de buitenkant van cellen en zorgt er dan voor dat de omhulsels van de cel en het virus met elkaar fuseren, zodat het virus de cel kan binnenkomen. Als dat is gebeurd heeft het virus het eiwit later weer nodig om nieuw gemaakte virussen weer de cel uit te krijgen. De gedachte was altijd dat alle baculovirussen GP64 gebruikten. Als er dan een virus dat eiwit niet kan aanmaken, dan ga je je natuurlijk afvragen hoe die dan wel cellen kan binnendringen.’’
In zijn promotieproject heeft Westenberg die alternatieve manier gevonden. In het uit 139 genen bestaande genoom van het virus vond hij vijf genen die mogelijkerwijs het ontbrekende GP64 kon vervangen. Toen hij het virus nader onderzocht bleek één daarvan een eiwit aan te maken dat onder de juiste omstandigheden het virus toegang verschafte tot insectencellen. Hij noemde het eiwit het F-eiwit, en het gen F-gen. Het F-eiwit was een pro-eiwit. Het deed pas iets als een enzym het eiwit in twee stukken had geknipt.
,,Het merkwaardige was dat ook de virussen die GP64 konden aanmaken het F-gen hadden’’, zegt Westenberg. ,,Waarschijnlijk gebruikten alle baculovirussen aanvankelijk een F-eiwit om cellen binnen te komen, maar hebben ze later in de evolutie het GP64 gen opgepikt.’’ Het ‘nieuwere’ GP64 werkt stukken beter dan het F-eiwit, achterhaalde Westenberg. Virussen met het GP64 vermenigvuldigden zich sneller in een reactorvat met insectencellen dan virussen die op het F-gen waren aangewezen.
Behalve Westenberg zijn er nog meer onderzoekers met het F-gen bezig. Er is een groep in Amerika waarmee hij nog heeft samengewerkt en een andere groep waarmee hij heeft moeten concurreren. Er is kennelijk interesse in het F-gen. Westenberg denkt dat die voor een deel wordt veroorzaakt door de ontwikkeling van de gentherapie. ,,Bij gentherapie kan je met behulp van virussen nieuwe genen naar binnen brengen’’, zegt Westenberg. ,,Daarvoor gebruiken onderzoekers virussen met eiwitten die op het F-eiwit lijken. Meer kennis over dat eiwit kan leiden tot efficiënter gentherapie’’. |
W.K.

Marcel Westenberg promoveert op 17 maart bij prof. Just Vlak, persoonlijk hoogleraar bij de leerstoelgroep Virologie, en prof. Rob Goldbach, hoogleraar Virologie.

Re:ageer