Wetenschap - 5 juni 2008

Bacterie maakt roofmijt gek

Roofmijten raken er hun eetlust en uiteindelijk ook hun leven door kwijt. Medewerkers van het Laboratorium van Entomologie hebben nu het definitieve bewijs geleverd dat een bacterie de ‘gekke mijtenziekte’ veroorzaakt. De nieuwe ziekteverwekker kan de biologische bestrijding van spintmijten en het wetenschappelijk onderzoek ernstig belemmeren.

Een gezonde roofmijt.
Een gezonde roofmijt.

Foto: Hans Smid (<a href=http://www.bugsinthepicture.com>bugsinthepicture.com</a>)

‘Het heeft mij heel wat slapeloze nachten opgeleverd’, vertelt prof. Marcel Dicke, hoogleraar Entomologie. Zo’n vijftien jaar geleden werd zijn onderzoeksgroep voor het eerst geconfronteerd met vrouwelijke roofmijten met volkomen afwijkend gedrag. ‘Het leek wel of ze verschrompelden. Ze werden zo plat als een dubbeltje, reageerden niet meer op de geur van aangevreten planten en toonden geen interesse in het eten van spintmijten. Ze waren niet zozeer lusteloos; soms liepen ze als een speer, maar dan doelloos. Het waren toen de hoogtijdagen van BSE, dus spraken we gekscherend van de ‘gekke mijtenziekten’. Het liep slecht met de mijten af, want uiteindelijk gingen ze allemaal dood’, vertelt Dicke.
Een serieus probleem, want deze roofmijten zijn de belangrijkste biologische bestrijders van spintmijt in de Nederlandse glastuinbouw. De ziekte kreeg de voorlopige naam NR-syndroom, van non-responding. ‘We weten nog steeds niet hoe groot het probleem in de praktijk is. Leveranciers van roofmijten roepen al snel: wij hebben het niet. Als je toegeeft, heb je natuurlijk ook een probleem, want dan lever je een product dat niet werkt’, zegt Dicke.
In 2006 toonde dr. Conny Schütte in haar proefschrift voor het eerst aan dat de symptomen van het NR-syndroom te maken hebben met de bacterie Acaricomes phytoseiuli in de darmen van de roofmijt. Nu is met klassieke besmettingsexperimenten het definitieve bewijs geleverd dat deze nieuw beschreven bacteriesoort het syndroom veroorzaakt. Het onderzoek is gepubliceerd in de elektronische editie van Journal of Invertebrate Pathology.
Twee tot vijf dagen na besmetting is zo’n tachtig procent van de roofmijten gekrompen. De besmetting is overdraagbaar via mijtenpoep. Dicke: ‘Hun darmkanaal kan echt bomvol zitten met de bacterie, waardoor vitale functies uitvallen.’
Inmiddels zijn een moleculaire PCR-toets ontwikkeld waarmee een besmetting snel kan worden aangetoond, en een methode om besmetting te voorkomen of kwijt te raken. Dit maakt het probleem beheersbaar. Dicke: ‘Het is ook een wetenschappelijk primeurtje: de eerste bacteriële ziekteverwekker in roofmijten. Helaas ben ik er vrij zeker van dat het niet de laatste is.’

Re:ageer