Student - 22 september 2016

Bachelors gaan internationaal

tekst:
Roelof Kleis

Bij een klein deel van de Wageningse bacheloropleidingen wordt Engels vanaf 2018 waarschijnlijk de voertaal. De studies zien dat vooral als een nieuwe stap op de weg naar een internationale academie. Maar ook de wens om te groeien speelt soms mee.

illustratie Geert-Jan Bruins 

Zo’n tien jaar geleden was de bachelor Levensmiddelentechnologie op sterven na dood. Anja Janssen, voorzitter van de opleidingscommissie, pakt er een staafdiagram bij. ‘Kijk, in 2005 zaten we op 20 tot 25 eerstejaars. Dat is onder de bestaansnorm.’ De staafjes schieten in de jaren daarop omhoog. ‘De laatste paar jaar hebben we er stabiel 140 tot 150.’ Maar die aantallen zijn niet vanzelfsprekend, weet Janssen. Gezien de demografische ontwikkeling zal het aantal Nederlandse studenten op termijn dalen. ‘We hopen dat op te vangen met de instroom van buitenlandse studenten. Dat is voor ons het belangrijkste argument om over te stappen naar een Engelstalige bachelor.’

Levensmiddelentechnologie is een van de zes bachelors die op de nominatie staan om met ingang van het studiejaar 2018 volledig Engelstalig te worden. De andere zijn Biologie, Bodem, water, atmosfeer, Internationaal land- en waterbeheer, Bos- en natuurbeheer en Milieuwetenschappen. De kogel moet overigens nog door de kerk; pas volgend voorjaar wordt de knoop doorgehakt. Deze zes zijn pioniers, zegt opleidingsdirecteur Milieuwetenschappen Theo Lexmond. Hij maakte deel uit van de werkgroep die zich over de kwestie boog. De andere Wageningse bacheloropleidingen kijken eerst de kat uit de boom; een deel volgt mogelijk later. Vijf opleidingen wil liever helemaal niet.

Groter publiek

Bij Milieuwetenschappen speelt de wens om te groeien een rol in de beslissing om Engelstalig te worden, zegt Lexmond. ‘Bij ons werd al veel langer over een internationale bachelor nagedacht. Wij hebben het Onderwijsinstituut een aantal jaren geleden al laten weten dat we graag volledig in het Engels willen. Milieuwetenschappen is één van de kleinere bachelors. Overschakelen op het Engels is een mogelijkheid om een groter publiek aan te trekken.’ Lexmond kijkt daarbij met een schuin oog naar Utrecht, de enige reguliere universiteit in ons land die ook een bachelor milieu aanbiedt. ‘Zij hebben net hun twee Nederlandstalige opleidingen gefuseerd tot de nieuwe studie Global Sustainability Science, die geheel in het Engels wordt gegeven.’

Groei en concurrentieoverwegingen spelen dus een rol. Maar een verdergaande internationalisering van de universiteit is minstens zo belangrijk, legt Lexmond uit. Het concept van de international classroom staat daarbij centraal. Die ideale klas, waar minimaal een kwart van de studenten internationaal is, staat onder druk. Lang niet alle masters halen volgens Lexmond de ondergrens. ‘Milieuwetenschappen is één van de meest internationale. Aan het andere eind van het spectrum zitten opleidingen als Biologie waar nog geen 10 procent internationaal is. Door de sterke instroom van Nederlandse studenten komt die internationale klas bovendien verder onder druk te staan. Een Engelstalige bachelor kan dit effect compenseren.’

Internationaal domein

Doorstromende internationale bachelors maken de samenstelling van de masterbevolking mogelijk wat gelijkwaardiger, beaamt directeur Tiny van Boekel van het Onderwijs Instituut. ‘Nu is er inderdaad een groot verschil tussen de opleidingen. Maar het belangrijkste argument vind ik het internationale domein waarin wij opereren. Thema’s als voedselproductie, klimaatverandering, bodem, water en atmosfeer zijn internationaal. Je geeft studenten een extra leerervaring mee als je daar niet alleen vanuit de Nederlandse situatie naar kijkt.’ Van Boekel wijst ook op de eigenstandigheid van de bacheloropleiding. ‘De bachelor is niet alleen de voorloper van de master, maar steeds meer een op zichzelf staande opleiding. Als je de arbeidsmarkt op wilt, is het een pre als die opleiding internationaal is.’

Verrijking

Voor Internationaal land- en waterbeheer is de stap naar het Engels niet meer dan logisch, vindt opleidingsdirecteur Erik Heijmans. ‘Voor ons is die internationalisering het belangrijkste. Het is altijd een verrijking als je om kunt gaan met verschillende nationaliteiten en culturen, waar je later ook terechtkomt. Met een Engelse bachelor kunnen de studenten alvast wennen aan de interculturaliteit die je in de masteropleiding hebt. En die culturele verschillen moet je niet onderschatten. Dat merk je zelfs al tussen Nederlandse en Duitse of Vlaamse studenten. Feedback geven doen Nederlanders bijvoorbeeld heel anders dan buitenlanders.’

‘Engelstalige bachelor past bij internationale Wageningse thema’s’

Ook nu trekt Internationaal land- en waterbeheer al een enkele buitenlandse Europese bachelor. Die moeten dan eerst Nederlands leren. ‘Voor die instromers wordt een Engelse bachelor een stuk makkelijker.’ Natuurlijk hoopt Heijmans met een Engelse bachelor ook ‘een paar Britten of een enkele Afrikaanse student’ te trekken. ‘Maar groei is niet ons belangrijkste argument. We zijn van zo’n 30 eerstejaars in 2008 gegroeid naar 80 nu. Dat is al behoorlijk veel. We willen wel het kleinschalige en persoonlijke karakter van Wageningen behouden.’

Hindernissen

De overstap naar het Engels als voertaal kent verschillende hindernissen. Het daadwerkelijk spreken en schrijven in het Engels is misschien nog wel de minst moeilijk te nemen horde. In de laatste twee jaar van de driejarige bachelor overheerst nu al het Engels. ‘De stap is dus klein’, zegt Heijmans. ‘Bijkomend voordeel is ook dat er in het Engels veel meer materiaal beschikbaar is.’

Selectie daarentegen is volgens onderwijsdirecteur Van Boekel wel een flinke hindernis. ‘Voor Nederlandse studenten volstaat een vwo-diploma, maar hoe zit dat in het buitenland?’ Dat probleem is ook door de werkgroep onderkend, bevestigt Lexmond van Milieuwetenschappen. ‘Met welke kennis komen die studenten binnen en hoe overbrug je een eventueel verschil in kennis? Dat moet goed worden uitgezocht.’

Lexmond wijst verder op de culturele aspecten. Lesgeven aan een internationale klas vergt specifieke vaardigheden. ‘Bij evaluaties van de masteropleidingen vragen we naar dit aspect. In hoeverre slaagt de docent erin om op een passende manier om te gaan met culturele verschillen? Daar komen bij de meeste opleidingen geen dikke voldoendes uit.’ Zowel docenten als studenten moeten daar volgens de opleidingsdirecteuren ‘tools’ voor aangereikt krijgen. De komende tijd worden deze diverse haken en ogen nog eens tegen het licht gehouden.


Re:ageer