Student - 19 augustus 2016

Bachelorkinderen

tekst:
Stijn van Gils
1

‘Jouw studenten leken net kinderen’, zegt een collega. ‘Het zijn ook kinderen’, antwoord ik bijna verontwaardigd. ‘Het zijn eerstejaars bachelorstudenten, die kun je niet al te serieus nemen.’

Feitelijk lieg ik. Al mijn studenten waren de 18 gepasseerd en stelden genoeg kritische vragen om ze serieus te nemen. Toch houd ik angstvallig vast aan de omschrijving ‘kind’. Een vriend van mij – zelf twenty twelve – hanteert een harde grens van 1993. Alles van daarna is kind. Alleen bijzonder knappe gevallen vormen een uitzondering; die zijn natuurlijk geen kind, maar alleen heel erg knap.

Dat wij PhD-studenten (ook aio’s of promovendi genoemd) alles wat duidelijk jonger is categorisch afschrijven, is een beschermingsmechanisme. Wij zijn na onze studententijd blijven hangen op de universiteit om – onder begeleiding – onderzoek te verrichten en te assisteren bij onderwijs. We zijn dus net geen studenten, maar worden nog wel de hele tijd
met het studentenleven geconfronteerd.

De plekken waar we feest vierden, zien we nog wel, maar we worden er niet meer uitgenodigd. Hoeft trouwens ook niet; de dag erna zijn we gebroken. Nee, de enige manier waarop we nog in staat zijn om jullie toffe feestjes te beleven, is in de vorm van geluidsoverlast. Ondertussen worden we langzaam ouder. Dan zie je ineens leeftijdgenoten met een brilletje, een buikje of kale plekken op hun hoofd. Pijnlijk is dat.

Om dat verval te compenseren, gaan we ineens prat op dat beetje levenservaring dat we hebben. Onze niet-behaalde dromen doen we af als naïef en kinderachtig. Jonge mensen die zulke dromen nog wel hebben, noemen we kinderen.

Dus nieuwe eerstejaars, vergeef het als we je niet serieus nemen. Het is gewoon jaloezie.

Re:acties 1

  • mede-aio

    Hear hear!

    Reageer

Re:ageer