Organisatie - 30 oktober 2008

BIJ DE UNIVERSITEIT IS HET GOED SHOPPEN

Voor de vierde keer nummer één in de Keuzegids Hoger Onderwijs, dat kan geen toeval zijn. Wat maakt Wageningen Universiteit toch zo aantrekkelijk voor studenten? Het is een buurtsuper. Modern, met een herkenbaar en kleinschalig assortiment en een persoonlijke bediening.

achtergrond_0_165.jpg
Deze week dronken de circa dertig docenten en honderd studenten van de opleiding Agrotechnologie een borrel op de topklassering in de Keuzegids Hoger Onderwijs. Agrotechnologie eindigde met een acht bovenaan de lijst van universitaire bacheloropleidingen. ‘Dit konden we goed gebruiken’, zegt opleidingscoördinator Jan Willem Hofstee.
Heeft hij een verklaring voor de toppositie? ‘Ik denk dat het een combinatie van factoren is. Ten eerste onze kleinschaligheid. Als dingen niet helemaal goed gaan, kun je die gemakkelijker oplossen. Ten tweede hebben we docenten die er echt voor gaan en dat wordt herkend door de studenten. En ten derde wordt de keuzevrijheid heel hoog gewaardeerd door de studenten. Soms hoor je vanuit de opleiding: die keuzevrijheid mag wel wat kleiner, ook al omdat de visitatiecommissie er problemen mee heeft. Maar nu ik zie dat de opleiding een 8,8 krijgt voor de keuzeruimte, denk ik: houden zo.’
Ook Plantenwetenschappen, dat op de derde plaats eindigde van de bacheloropleidingen met een 7,8, is een kleinschalige opleiding. Ze trekt jaarlijks vijftien tot twintig eerstejaars. ‘Het is een hechte groep studenten, die een heel soepel contact hebben met de docenten’, verklaart opleidingscoördinator Anja Kuipers. Maar ook de nieuwe opzet van de opleiding heeft tot de goede beoordeling geleid, denkt ze. ‘Onze opleiding was eerst een compromis tussen de oorspronkelijke programma’s die waren gefuseerd; te breed. Daarom deden veel studenten een vrije bachelor. Nu kunnen de studenten kiezen uit acht profielen. We hebben de diversiteit binnen de opleiding beter aangegeven.’ Voordeel is ook, vervolgt Kuipers, dat de studenten eerder in de studie zo’n profiel kunnen kiezen. ‘Dit voorziet in een behoefte, want niemand doet meer een vrij bachelor.’

PRIVÉONDERWIJS
Het hoge cijfer voor ‘voorbereiding loopbaan’ van Plantenwetenschappen kan ze ook verklaren. ‘We hebben sinds een paar jaar ministages aan het eind van het eerste jaar, waarbij de studenten een paar dagen meelopen met bedrijven en instanties. Zo krijgen ze meteen een beeld wat er later mogelijk is in de beroepspraktijk.’
Twintig studenten die uit acht profielen kunnen kiezen – het lijkt wel privéonderwijs. Precies die kleinschaligheid, waarbij de docenten en studenten elkaar kennen en waarderen, is de kracht van Wageningen, zegt Jan Steen van het onderwijsinstituut (OWI) van de universiteit. ‘Andere universiteiten proberen nu de kleinschaligheid te bereiken die wij hebben’, aldus Steen.
Bij de masteropleidingen keert dit fenomeen terug onder de noemer academic community. ‘Doordat getalenteerde en gemotiveerde studenten bij elkaar worden gebracht onder intensieve begeleiding van docenten, ontstaat een academic community. Die bevordert dat studenten het beste uit zichzelf en hun opleiding halen’, stelt Theo Lexmond, coördinator van Environmental Sciences. Die staat met een 8,2 bovenaan het lijstje van Nederlandse masteropleidingen. Lexmond krijgt jaarlijks zo’n zeventig studenten binnen, waarvan tweederde uit het buitenland.
Typerend voor zijn opleiding, zegt Lexmond, is dat ie thesis-oriented en tailor-made is. De opleiding bereidt voor op het afstudeervak, de studenten voeren opdrachten uit in werkgroepen onder begeleiding van ervaren docenten en het aantal verplichte vakken is tot een minimum beperkt.
Ook de opleiding MAKS (Management of Agro-ecological Knowledge and Social Change), die met een 7,7 de tweede Wageningse masteropleiding is in het lijstje, heeft een thesisgeoriënteerde opzet. ‘De groep studenten is erg divers qua achtergrond. Daarom investeren we sterk in het leerproces van de studenten en de groepsvorming’, zegt prof. Cees Leeuwis van Communicatiewetenschap, betrokken bij de opzet van de opleiding. ‘De studiebegeleiders loodsen de studenten collectief door de uitdagingen van het programma, wat leidt tot een sterke groepsidentiteit. Studenten spreken soms van een MAKS-familie.’ Leeuwis is verbaasd dat de keuzeruimte van het programma hoog scoort, want ‘we zitten volgens mij op het minimum. Maar je kunt in Wageningen natuurlijk erg veel kanten op, en dat is uniek.’

VHL ZIET VERBETERINGEN NIET TERUG IN KEUZEGIDS

Terwijl de universiteit haar vierde overwinning op rij viert, overheerst bij hogeschool Van Hall Larenstein de teleurstelling over alweer een lage notering in de Keuzegids Hoger Onderwijs. Die is gebaseerd op achterhaalde gegevens en dus onterecht, zegt Geartsje Oosterhof, opleidingsdirecteur van de hogeschool in Wageningen.

De cijfers voor de Wageningse vestiging, die helemaal onderaan staat, komen van onderzoek uit 2007. Het zijn dus de cijfers die ook vorig jaar voor de gids zijn gebruikt. Verder worden niet alle opleidingen van VHL Wageningen genoemd. Voedingsmiddelentechnologie, Bedrijfskunde & Agribusiness en Tropische landbouw ontbreken. Waarschijnlijk omdat daar te weinig Nederlandse studenten aan deelnemen. ‘Wij hebben bijna vijftig procent buitenlandse studenten. Die letten op heel andere dingen en oordelen veel positiever’, aldus Oosterhof.
Twee jaar geleden was het een roerige tijd voor de vestiging Wageningen. Twee verhuizingen - van Deventer naar het Wageningse IMAG-gebouw en vervolgens naar Forum - de invoering van het competentiegerichte onderwijs en problemen in de roostering waren daar debet aan. Een ander heikel punt was communicatie. Die scoorde bij geen van de VHL-locaties goed in de Keuzegids van vorig jaar, maar in Wageningen was het een absoluut dieptepunt met een 4,3. Studenten misten duidelijkheid.
Laura ten Berge, oud-studentlid van de medezeggenschapsraad voor VHL Wageningen, zei vorig jaar in Resource dat de eerstejaars last hadden van de kinderziektes van het competentiegerichte onderwijs, en ouderejaars van onduidelijkheid
rond de verhuisplannen. ‘Daar kwam de slechte bereikbaarheid van docenten nog bij.’
Een deel van de problemen is inmiddels verleden tijd. De verhuizingen zijn achter de rug en Forum heeft goede faciliteiten. De hogeschool is hard bezig om roostering, bereikbaarheid van docenten en onderwijs te verbeteren. Zo is er vlak voor de zomer een werkgroep Dagelijkse kwaliteit opgericht, waarvan Oosterhof voorzitter is. ‘We leggen onder meer de afspraken op het gebied van roosters en beoordeling vast. Studenten moeten weten waar ze bij ons op kunnen rekenen.’
Het competentiegerichte onderwijs is bovendien meer uitgekristalliseerd. Kleis Oenema, course manager Plattelandsvernieuwing vertelt dat de inhoud en de insteek van de opleiding inmiddels bij zowel de studenten als de docenten helderder is. ‘Door meer theoretische verdieping wordt het niveau hoger en wordt de studie herkenbaarder voor de studenten. We laten ze dus minder zwemmen.’ Oenema komt met zijn collega’s en de studiebegeleiders wekelijks samen. ‘De communicatie onderling en naar studenten toe is daardoor enorm verbeterd. We kunnen onmiddellijk inspringen als er signalen zijn.’
Soortgelijke maatregelen zijn ook genomen bij Dier- en Veehouderij, met een zes de slechtst scorende opleiding van VHL. Bovendien wordt middels een update van de competenties ook meer duidelijkheid gegeven aan zowel docenten als studenten, verklaart course manager Alfons Hoitink.
Volgens alle betrokkenen werpen de maatregelen hun vruchten af. ‘Uit onze eigen interne evaluatie blijkt dat er steeds minder knelpunten zijn. En uit de studentenevaluaties blijkt dat de studenten hogere cijfers geven en minder kritiek hebben,’ vertelt opleidingsdirecteur Oosterhof.

Re:ageer