Wetenschap - 19 maart 2009

BETALEN VOOR EEN LELIJK UITZICHT

Het Binnenveld is niet bijzonder aantrekkelijk. Dat vinden ook de omwonenden van het gebied. Desondanks zijn zij er zeer aan gehecht. Veel van hen zijn bereid er de portemonnee voor te trekken. Bijvoorbeeld om een uitzichtgarantie te kopen.

Een populierenlaan in het Binnenveld tussen Wageningen, Rhenen, Veenendaal en Ede.
Een populierenlaan in het Binnenveld tussen Wageningen, Rhenen, Veenendaal en Ede.

Foto: Ruben Smit

De helft van de Wageningers, Rhenenaren, Veenendalers en Edenaren is positief over zo’n uitzichtgarantie op het Binnenveld. Met dat geld kunnen boeren dan het landschap onderhouden. Dat blijkt uit de studie ‘Investeren in Landschap’ van het LEI. De studie is onderdeel van het beleid van de overheid om burgers actiever te betrekken bij het landschap. Die burger laten meebetalen hoort daar ook bij.
Het LEI onderzocht in opdracht van LNV de bereidheid en de motieven van burgers en bedrijven om te investeren in het hun omringende landschap. Een van de vier onderzochte gebieden is het Binnenveld, het open landschap tussen Wageningen, Rhenen, Veenendaal en Ede. Die bereidheid om mee te betalen is er, zo blijkt. Bijvoorbeeld via het kopen van een uitzichtgarantie. Maar ook het lidmaatschap van een lokale club voor natuur- en landschapbeheer scoort hoog. Ook is een op de drie omwonenden bereid meer inkomstenbelasting te betalen om het landschap te beschermen. En bijna de helft wil dat de gemeenten een groter deel van hun onroerendezaakbelasting voor dat doel inzetten.
Maar het gaat niet alleen om geld. Vier op de tien omwonenden wil de handen uit de mouwen steken. Daarbij gaat de interesse uit naar het beschermen van weidevogels, het planten van streekeigen bomen of het onderhouden van landschapselementen, paden of routes.
Omwonenden van het Binnenveld zijn zeer gehecht aan hun omgeving. Ook al vindt maar vijf procent het Binnenveld echt aantrekkelijk. Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het niet, zegt LEI-onderzoeker ir. Greet Overbeek. ‘Dat heeft te maken met de religieuze geaardheid van een flink deel van de bewoners. Ze willen hier wonen vanwege de andere mensen die hier wonen. Er is een grote verbondenheid met bepaalde kerkgenootschappen. De verhuisbereidheid is daardoor laag.’
Die sterke gehechtheid aan de eigen samenleving is volgens Overbeek een mooi aanknopingspunt om op voort te borduren. Als de omringende gemeenten willen dat de burger bijdraagt, moet vooral op die betrokkenheid met elkaar en met de omgeving worden ingespeeld.

Re:ageer