Student - 29 januari 2009

BEDELEN MET EEN BABY

Het handenwasgedrag van jongeren bestuderen. Dat was de stageopdracht die Antje Augustinus, zesdejaarsstudent MME, kreeg bij een ngo in Bangladesh. Ze trok rond met haar tolk en verbaasde zich over de grote tegenstellingen. Dearmsten bedelen op straat met ingehuurde baby’s, de rijksten bezoeken de obesitaskliniek.

nieuws_2878.jpg
‘Ik deed interviews met kinderen van twaalf tot achttien jaar over hun kennis en bewustzijn van sanitatie. Hiervoor had ik een tolk, een Bengaalse antropologiestudent. Dat was leerzaam en leuk want hij werd een goede vriend. Het was voor hem wel moeilijk om met een meisje op stap te gaan, want het land is voor 83 procent islamitisch.
Op het platteland zijn de mensen heel gastvrij en gelukkig met weinig. Het was inspirerend om hen te ontmoeten. Vaak wordt je overstelpt met eten, want dat is in een land van voedselschaarste een teken van respect. Eten afslaan zorgt echt voor verbazing.
Ramadan viel tijdens mijn bezoek. Van zonsopgang tot zonsondergang niets eten of drinken. Ik heb het ook geprobeerd, maar in het warme weer is vooral niets drinken erg zwaar. Sommige Bengalen aten ook gewoon, vooral de upperclassies. Eettentjes worden met lakens behangen, zodat de klanten die wel eten niet te zien zijn. Mijn tolk vastte ook niet. Toen hij een keer water dronk werd hij meteen aangesproken door iemand die een heftige discussie begon over zijn gedrag.
‘s Avonds is er iftar, het einde van het vasten, maar alleen de relatief kleine groep rijken kan zich een echt feestmaal veroorloven. De rijken zijn vaak dik; een statussymbool. Er zijn zelfs enkele obesitasklinieken, dat verwacht je niet in Bangladesh. Het verandert wel. Pubers uit de upperclass spiegelen zich aan het westerse schoonheidsideaal. Ze gebruiken zelfs bleekcrèmes om meer te lijken op de mensen die ze op tv zien.
Het eind van de ramadan is vergelijkbaar met kerst. Cadeautjes en winkelen. Maar weer vooral bij de rijken. In Dhaka stonden de dikke auto’s vier rijen dik voor de winkels. Heel cru, want een werkneemster verdient maar vijftien euro per maand. Daarvoor werkt zij zes dagen per week, minstens twaalf uur per dag, zonder pensioensopbouw, sociale voorzieningen of ziektewet. Bedelen op straat – soms met ingehuurde baby’s – is vaak lucratiever.
Bangladesh is pas sinds 1971 onafhankelijk en aan de grenzen is het nog steeds onrustig. Als we op het platteland waren kreeg ik het advies om mijn bed en spullen naar het midden van de kamer schuiven, ondanks tralies voor de ramen. Er wordt geregeld geschoten door grenswachten. Soms gaat daarbij een koe dood. Weg levensonderhoud van een hele familie.
Ik denk dat het voor mij als westerling heel moeilijk zou zijn om er te gaan wonen, maar ik wil erg graag een keer terug. Een bezoek aan Bangladesh lijkt me voor iedereen goed. Vooral om te zien dat alles niet per se zo hoeft zoals wij denken en zoals het hier gedaan wordt.’

Re:ageer