Wetenschap - 1 januari 1970

Auto

Auto

Auto


,,Als de zon er op schijnt glinstert hij helemaal’’, vertelt Maarten van
den Bosch en hij wrijft even liefdevol over de lak van zijn auto. Sinds
januari vorig jaar heeft de student Bioinformatica een ‘Atlantisch grijze’
Peugeot 106 GTI. De typeaanduiding GTI staat in kleine rode letters bij de
voorportieren op de zijflank. ,,De letters staan voor klein en snel.’’
De kleine driedeurs is zijn eerste auto. Hij kocht hem nieuw uit doos. ,,Ik
kan hem betalen doordat ik sinds een paar jaar een softwarebedrijfje heb
naast mijn studie. Ik heb hem natuurlijk nodig om klanten mee te kunnen
bezoeken, maar ik wilde al langer een auto hebben. Het is leuk speelgoed’’,
verklaart Maarten (24) de aanschaf. Hij is bovendien dol op snelheid. ,,Ik
race regelmatig in pro-twin karts op circuits, dan scheur je met 140 over
een baan.’’
De keus voor deze kleine auto met grote motor was snel gemaakt. ,,Het ging
me om het plezier aan de auto, zijn snelheid en karakter. Deze kan binnen 8
seconden van nul tot honderd. Standaard heeft hij 120 Pk maar ik heb hem op
laten voeren tot 125, 130 Pk.’’ Maarten legt uit dat een auto bij
aflevering niet het maximale vermogen uit de motor haalt. Daarom heeft hij
een andere einddemper aan zijn uitlaat laten zetten, een open luchtfilter
voor een betere verbranding en is de katalysator er uitgehaald. ,,Omdat hij
dan niet alleen meer vermogen heeft maar ook meer geluid maakt heb ik wel
weer een adsorptiedemper in laten zetten, want anders klinkt hij helemaal
als een turkenbak. Herrie is leuk voor twee weken, maar het moet wel
rijdbaar blijven. Bovendien moet ik er voor mijn bedrijf ook klanten mee
bezoeken.’’
Van de buitenkant kun je nauwelijks zien dat zijn auto getuned is, want zo
heet het als er aan gesleuteld is om meer vermogen te krijgen. Het enige
zichtbare is de glimmende dubbele uitlaat. ,,Ik vind het geluid van de auto
nu mooier. Bovendien pakt hij beter op.’’ Tijdens een proefritje blijkt wat
dat inhoudt. Maarten hoeft het gaspedaal maar even in te trappen en je
wordt achterin je stoel gedrukt terwijl de auto soepel vooruit schiet. De
motor gromt tevreden. Je zou automatisch even opkijken als je hem voorbij
hoort rijden. ,,Ik ga ook met de auto naar college op de Dreijen en dan
word ik wel eens meewarig aangekeken, ja. Ik heb wel een fiets, maar met de
auto is makkelijker en leuker’’, zegt de Asserpark-bewoner.
De binnenkant van de auto is saais antracietgrijs en de muziekinstallatie
is nog gewoon standaard. Wat wel opvalt zijn de wijzerplaten op het
dashboard. Ze zijn helderwit, wat ze ook bij hoge snelheid goed leesbaar
maakt. ,,Deze auto heeft vijf versnellingen, waarbij zijn vijf ook een
echte versnelling is. Ik heb wel eens 230 kilometer per uur gereden, op een
rustig stuk snelweg in Duitsland. Alles buiten flitste toen alleen wat
sneller voorbij dan anders. Ik werd zelfs nog voorbijgereden door een BMW
die 250 reed. Maar hard rijden geloof ik verder wel.’’ Maarten zegt
aanvankelijk zich in Nederland altijd aan de maximumsnelheid te houden.
,,Het is hier niet verantwoord om hard te rijden, het is te druk, te
onveilig.’’ Later vertelt hij wel eens korte tijd te hard te rijden. ,,Toen
ik met Hemelvaart naar het TT circuit in Assen reed voor een autoshow heb
ik een stukje 190 gereden. Daar hoef je maar even het gas voor in te
trappen.’’
Hij ergert zich in de auto vooral aan drempels en agressief rijgedrag.
,,Drempels zijn slecht voor je schokbrekers, al vind ik het wel goed dat je
bij scholen maar dertig mag. Met agressief rijden, bumperkleven en rechts
inhalen schiet je vooral niet veel op.’’
Op zijn verlanglijstje staat nog het chiptunen van zijn auto. Dan wordt de
boordcomputer anders wordt afgesteld. ,,Het verkort alleen wel de
levensduur van motor, tandwielen en koppeling.’’ Ook wenst hij nog een
bodykit waarbij de voor-, zij- en achterkant worden vervangen en de auto
breder wordt, en een turbo voor overdruk in de cilinders.
Verder vertelt Maarten nog graag te gaan rallyrijden op afgezette stukken
weg, samen met zijn broertje. Hij studeert autotechniek en rijdt een
rallyversie van de 106. ,,Maar dan moet je ruimte hebben om je auto een
paar dagen uit elkaar te kunnen laten liggen.’’
Yvonne de Hilster, foto Guy Ackermans

Re:ageer