Organisatie - 23 februari 2017

Auteursverklaring lost meeliften niet op

tekst:
Linda van der Nat

Een sterk staaltje corporate wantrouwen, noemt hoogleraar Bas Zwaan de verplichte auteursverklaring waarin promovendi voortaan moeten aantonen welke delen van hun proefschrift ze zelf hebben geschreven. PhD’ers zelf zijn milder, al vinden ze wel dat ook meeliftende coauteurs moeten worden aangepakt.

Illustratie: Henk van Ruitenbeek

Lisa Ploum, Promovendus Sustainable entrepreneurship
‘Eigenlijk is het raar dat alleen de promovendus moet opschrijven wat zijn of haar aandeel is geweest. De bewijslast zou ook bij de coauteur moeten liggen. Er zijn mooie richtlijnen voor coauteurschap, maar in de praktijk werkt het niet altijd. In sommige gevallen is het meer een politiek spelletje en heeft de coauteur in werkelijkheid weinig bijgedragen. Het is goed dat je als PhD’er met je begeleiders het gesprek voert over wie wat doet, maar dat zou aan het begin van en gedurende het proces moeten en niet na afloop. Als de verklaring bedoeld is om de opponenten tegemoet te komen, dan vind ik dat de universiteit een duidelijkere instructie moet geven, zodat de opponenten weten dat de promotie het resultaat is van samenwerking. In principe zou je er vanuit moeten kunnen gaan dat het proefschrift in zijn geheel het werk van de PhD-student is, maar we zijn ook nog in opleiding, het is logisch dat we het niet alleen doen.’

Kevin Raaphorst, Promovendus Landschapsarchitectuur
‘Ik kan me voorstellen dat een auteursverklaring in bepaalde gevallen duidelijkheid kan verschaffen aan de promotiecommissie. Bij verschillende disciplines kun je onderdelen van je onderzoek, zoals statistische berekeningen, uitbesteden aan een ander. Met een auteursverklaring kunnen opponenten gerichte vragen stellen aan de kandidaat en zo voorkom je een ongemakkelijke situatie tijdens de verdediging. De discussie over de auteursverklaring raakt ook de gevoeligheid rondom meeliftende coauteurs. De auteursverklaring zou niet tot doel moeten hebben de kandidaat hiertegen te beschermen. Als dat speelt, dan is er een groter probleem en dan is zo’n toelichting niet de oplossing. Zoiets moet het hele traject gemonitord worden en niet na afloop worden rechtgetrokken met een verklaring.’

Alexandra Rijke, Promovendus Cultural Geography
‘Ik begrijp dat binnen sommige afdelingen de author guidelines niet afdoende worden gevolgd en dat dit aantoont dat er behoefte kan zijn aan andere regels. Ik denk alleen niet dat een auteursverklaring de oplossing is. Het onderzoeksproces is een gezamenlijke inspanning waarbij de PhD’er samen met haar of zijn begeleiders een proefschrift aflevert. Dit is een proces waarbij de PhD’er de sterkste stem heeft, of hoort te hebben, maar wel in constant overleg is met de begeleiders. Een auteursverklaring suggereert dat deze relatie te simplificeren is tot een taakverdeling, terwijl het uitvoeren van een onderzoek een constante wisselwerking is tussen de PhD’er en belegeleider. Vaak is het niet mogelijk vast te stellen wie wat heeft gedaan. Daarom zou ik beargumenteren dat de voorgestelde auteursverklaring niet het probleem oplost, maar juist verhult.’

Nico Claassens, Promovendus Microbiologie
‘Ik vind het een goede ontwikkeling dat de promovendus laat zien wat zijn eigen bijdrage is geweest. Goed kunnen samenwerken is een belangrijke bekwaamheid voor een wetenschapper, daarom is het ook goed dat hoofdstukken in een proefschrift het resultaat van samenwerkingen zijn. Met zo’n auteursverklaring is het voor de opponenten goed duidelijk wat precies de bijdrage is geweest van de promovendus en wat hij of zij samen met een ander heeft gedaan. In de wetenschap is transparantie belangrijk. Ik ken helaas voorbeelden waarbij het coauteurschap onduidelijk was en met zo’n verklaring kun je toelichten hoe wezenlijk jouw aandeel is geweest. Ik zie het niet als teken van wantrouwen. Zelf heb ik mijn proefschrift voor 1 januari ingeleverd, maar ik had het de moeite waard gevonden om zo’n verklaring te schrijven.’

Jochem Jonkman, Promovendus Operations research and logistics
‘Ik heb er nog geen sterke mening over. De maatregel vertoont volgens mij op het eerste gezicht overeenkomsten met tijdschrijven. Ik kan me voorstellen dat er een vraag is om deze maatregel van buitenaf en ook dat het in sommige gevallen echt uitmaakt. Maar ik verwacht dat het net als bij tijdschrijven voor PhD’s in veel gevallen een schijntransparantie zal zijn. Je zult braaf de vakjes invullen die van je worden vereist, maar of het ook echt overeenkomt met hoe het in de praktijk is gegaan, is maar de vraag. Misschien dat de verantwoordelijkheid om te staven wat je hebt bijgedragen eerder bij de andere auteurs ligt dan bij de hoofdauteur; zij zouden als het ware moeten verklaren waarom ze coauteur zijn.’


Re:ageer