Organisatie - 24 maart 2011

Armoedige keuze?

Het kabinet-Rutte wil de ontwikkelingssamenwerking beperken tot vijftien landen. Onlangs lekte het lijstje met vijftien landen en de afvallers uit. Het lijkt op willekeur, kijkend naar de criteria, reageren Wageningse ontwikkelingsdeskundigen.

23-de-ontwikkelingswereld.jpg
Het lijkt op willekeur, kijkend naar de criteria, reageren Wageningse ontwikkelingsdeskundigen.
Gerard Verschoor
universitair docent Rurale ontwikkelingssociologie:
'Om te beginnen wil ik opmerken dat de ontwikkelingssamenwerking moet bloeden voor de puinhopen die de bankiers hebben aangericht. Voorts vind ik dat niet helder is hoe de criteria zijn gehandhaafd bij de landenkeuze. Kijkend naar de armoedebestrijding, had je ook Bolivia en Congo kunnen nemen en Ghana, Mozambique of Oeganda kunnen afvoeren, want met die landen gaat het relatief goed. Bij fragiele staten had je ook aan Pakistan en Egypte kunnen denken. Ik zie dus geen logische verklaring voor deze keuze. Colombia is eigenlijk geen ontwikkelingsland meer, net als Indonesië. Toch blijven we daar zitten, vermoedelijk omdat we er veel projecten en relaties hebben. En waarom staat Zuid-Afrika er nog bij? Wat dat betreft verwondert het me dat Suriname uit de lijst is geknikkerd. Dit lijken politieke keuzes die in achterkamertjes worden gemaakt.'
'Tien jaar geleden werd hetzelfde spel gespeeld onder leiding van Eveline Herfkens. Toen ging het aantal landen van 150 naar een fractie ervan. Dat proces herhaalt zich nu. De logica achter deze keuzes horen we waarschijnlijk over twintig jaar, als iemand een boekje gaat opendoen.'
Maja Slingerland
onderzoeker Plantaardige productiesystemen:
'Ik ben blij dat Mozambique en Indonesië op de lijst staan, want daar zit ik veel. Maar ik snap niet met welke motieven de lijst tot stand is gekomen. Er staan veel Afrikaanse landen op de lijst. Vanuit het oogpunt van armoedebestrijding had ik meer landen in Zuidoost-Azië verwacht, want daar wonen de meeste hongerige mensen. Zoals in India. Daar wonen ook veel rijke mensen zodat    je kunt stellen dat er een intern voedselverdelingsvraagstuk is. Maar we zitten niet in India en wel in Indonesië, waar ook veel erg rijke mensen wonen. We blijven in Ghana. Met Ghana gaat het prima; dat is gewoon een donor darling. Ook Ethiopië is gepamperd door Nederland. Eigenlijk bevat de lijst dus geen verrassingen. Het zijn allemaal landen waar we al lang een relatie mee hebben op het gebied van ontwikkelingshulp. Dat is op zich niet slecht. Ontwikkelingssamenwerking is iets van de lange adem. Politici denken in termen van interventies, vanuit een maakbaarheidsbeeld. Dat invliegen van experts is niet erg effectief. Het vervelende is dat de medefinancieringsorganisaties meerjarige afspraken hebben lopen in landen die nu van de lijst gaan. Daar kunnen ze niet zomaar mee stoppen, maar toch moeten ook zij het lijstje volgen. Slechte zaak.'
Rudy Rabbinge
hoogleraar met meerdere functies op het gebied van ontwikkelingssamenwerking:
'Ik ben niet ongelukkig met de lijst. Ik ben door het ministerie gevraagd om over de schouder van de ambtenaren mee te kijken naar het selectieproces voor sub-Sahara Afrika vanuit het accent op landbouw en voedselzekerheid. Daar zijn zes landen aangewezen waarin pilots worden gedaan met duidelijke inbreng van het bedrijfsleven: Ethiopië, Kenia, Rwanda, Mozambique, Ghana en Mali. Hierbij is gekeken naar de poverty index, of een land een enabling environment (stimulerende omgeving, red.) heeft voor ontwikkeling en of er particuliere investeerders aan projecten kunnen deelnemen. Dat is geen volledig objectieve keuze, maar zeker geen willekeur. Het gaat om de resultaten: waar heb je de grootste impact op voedselzekerheid en economische ontwikkeling? Bij de keuze voor voedselzekerheid is gekozen voor Afrika, want daar zijn de ­problemen het grootst. Die pilotlanden staan nu op de lijst.'
'Bij de landenkeuze was ik niet betrokken. Er is een groep ontwrichte staten op de lijst terechtgekomen: zuid-Soedan, Burundi en Afghanistan. Ik ben niet ongelukkig met de keuze van de afvallers, behalve misschien Tanzania en Burkina Faso. Daarbij moet je je richten op de mogelijkheden van ontwikkelingslanden. Het is zaak om de langjarige samenwerking met opkomende economieën als Indonesië en Vietnam keurig af te bouwen.'
Gerrit van Vuren
universitair hoofddocent Irrigatie en waterbouwkunde:
'We komen er met water en landbouw als thematische invals­hoeken niet slecht vanaf. We zitten in Ethiopië, ­Mali, Mozambique, Jemen, Bangladesh, Vietnam en Zuid-Afrika. En Mali, Indonesië en Kenia bieden perspectief. Dus negen van de achttien landen zijn interessant voor ons. Maar waarom concentreert het kabinet zich niet veel meer op de thema's om deze in meer landen toe te passen? Dan kun je ook beter zuid-zuid samenwerking be­vorderen. Neem het stroomgebied van de Nijl. Ik zie wel Ethiopië en Soedan op de lijst, maar niet Egypte. Dan valt weinig te doen op stroomgebiedsniveau. Maar er is hoop: wellicht komt Egypte weer op de lijst door parlementaire actie. Dat zou een leuke democratiseringsbonus zijn! Ik zou ook graag de effectiviteit van de hulp meenemen als cri­terium.'
'Latijns-Amerika is er helemaal uit. Dat vind ik erg jammer. Het bemoeilijkt onze aanwezigheid in die regio. Daardoor wordt het moeilijker om stageplekken voor studenten te vinden. En dat Benin nog in het lijstje staat, is bijzonder. Er zijn geruchten dat dit nog steeds een beloning is voor de welwillendheid van Benin om de treinkapers op te nemen. Inderdaad, dat gaat terug tot de jaren zeventig van de vorige eeuw. Diplomatie, het blijft een speciale wereld...'
Marco Verschuur
projectleider bij Van Hall Larenstein in Wageningen:
'Ik zie dat Oost- en Centraal-Europa niet meer mogen meedoen. Dat is te billijken. Maar ook Latijns-Amerika is van de kaart. Dat vind ik jammer. Waarom horen Bolivia en Nicaragua niet thuis bij de VN-Millenniumdoelen voor armoedebestrijding? Nog steeds zijn dat twee van de armste landen van Latijns-Amerika. Colombia staat wel op de lijst, maar daar doen we niet veel meer.'
'Kijkend naar de fragiele staten, valt me op dat Congo van de lijst is. Je zou goed kunnen samenwerken met een cluster van Oost-Afrikaanse landen. Naast Rwanda en Burundi zou Congo daar goed bij passen, net als Kenia, Oeganda en Tanzania. Ook Ethiopië en Zuid-Soedan passen goed in dat Oost-Afrikaanse cluster. Dat zou een zinnige keuze zijn, die wel betekent dat je Benin en Mali dan van de lijst gooit. Waarom is er een overgangsregeling voor landen als Vietnam en Colombia?  Natuurlijk vanwege de lopende verplichtingen. Zijn dat de lopende onderwijsprojecten van Nuffic? Dan zou Tanzania zeker op de lijst moeten blijven. Kortom: bij elk argument dat wordt genoemd, valt op dat de keuze niet consistent is.'   
Om welke landen  gaat het?
- Benin, Ethiopië , Mali , Mozambique, Rwanda, Oeganda (vanwege de Millenniumdoelen voor armoedebestrijding)
- Afghanistan, Burundi, Jemen, Palestijnse Gebieden en Soedan (fragiele staten)
- Bangladesh, Ghana, Indonesië en Kenia (verbredingslanden)
Er komt een overgangs­regeling voor Colombia, Vietnam en Zuid-Afrika.
Van de lijst gaan: Bolivia, Burkina Faso, Congo, Egypte, Georgië, Guatemala, Kosovo, Moldavië, Mongolië, Nicaragua, Pakistan, Senegal, Suriname, Tanzania en Zambia.

Re:ageer