Wetenschap - 1 januari 1970

Armoede in voormalige kolchozen

Door het falen van de economische hervorming is er weinig veranderd in de bedrijfsvoering van grote landbouwbedrijven in Rusland. De voormalige kolchozen blijven in de Russische economie een sociale buffer vormen voor miljoenen plattelandsbewoners. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van econoom Irina Bezlepkina.

Grootschalige landbouwbedrijven in Rusland, de voormalige kolchozen en sovchozen, doen het economisch gezien niet best. 88 procent van hen leed verlies in 1998. Op papier, concludeert Bezlepkina, zijn de bedrijven tussen 1992 en 1995 hervormd tot marktgerichte bedrijven, maar in werkelijkheid reageren ze traag op signalen uit de markt. De subsidies zijn door de hervorming met 93 procent afgenomen. Maar die zijn vervangen door leningen. Die leningen krijgen de bedrijven niet alleen van toeleveranciers, maar indirect ook van de overheid en de werknemers van de bedrijven.
De bedrijven betalen simpelweg geen belasting en geen lonen, of betalen te laat uit. Dit wordt geaccepteerd door de overheid omdat het goedkoper is de werknemers in de bedrijven te houden dan om werkloosheidsuitkeringen te betalen. En de arbeiders accepteren het omdat ze geen andere keus hebben. Er is geen ander werk. Bovendien gebruiken ze de middelen, zoals kunstmest, van de bedrijven voor hun eigen kleine stukjes land waar ze voedsel voor eigen gebruik produceren. En dat is de werkelijke bestaansbron van miljoenen plattelandsbewoners.
De grote landbouwbedrijven vormen, kortom, nog steeds een maskerade waarachter werkloosheid schuil gaat. Net zoals dat onder de sovjets was. Is daar wat aan te doen? De regels en organisaties rondom leningen en subsidies moeten beter werken, beveelt Bezlepkina aan. Het is beter te investeren in verwerkende industrie, dan de landbouwbedrijven te steunen, ‘die de subsidies alleen maar opeten’, zegt ze. Het management van de bedrijven moet meer verantwoordelijkheid krijgen. En de lonen moeten hoger. Een gemiddelde arbeider kreeg 130 dollar per maand in 1990. Inmiddels is dat nog maar veertig dollar per maand. Met dat inkomen hebben arbeiders geen andere keus dan ander voordeel uit hun werkplaats te halen, concludeert de promovenda. / JT

Irina Bezlepkina promoveert op 29 oktober bij prof. Arie Oskam, hoogleraar Agrarische Economie en plattelandsbeleid, en prof. Alfons Oude Lansink, hoogleraar Bedrijfseconomie.

Re:ageer